Geld verdienen, was nooit makkelijker dan eind jaren negentig met de aandelen van L&H. Een ware goudkoorts overstemde elk familiefeestje. Het sprookje bleek echter tijdelijk, en had bovendien een hoog fictiegehalte. De knal waarmee de zeepbel van spraaktechnologie uit elkaar spatte, liet sporen van wantrouwen achter in het hoofd van de Vlaamse beleggers. Blijkbaar is dat wantrouwen verdwenen. Tegenwoordig heerst er in Brussel immers een nieuwe hype: de koers van biotechnologiebedrijven uit de Benelux. Het zijn vooral de kleine beleggers die bijkopen, zeggen de beursjongens. Hoe lang nog voordat ook deze...

Geld verdienen, was nooit makkelijker dan eind jaren negentig met de aandelen van L&H. Een ware goudkoorts overstemde elk familiefeestje. Het sprookje bleek echter tijdelijk, en had bovendien een hoog fictiegehalte. De knal waarmee de zeepbel van spraaktechnologie uit elkaar spatte, liet sporen van wantrouwen achter in het hoofd van de Vlaamse beleggers. Blijkbaar is dat wantrouwen verdwenen. Tegenwoordig heerst er in Brussel immers een nieuwe hype: de koers van biotechnologiebedrijven uit de Benelux. Het zijn vooral de kleine beleggers die bijkopen, zeggen de beursjongens. Hoe lang nog voordat ook deze goldrush voorbij is? En vooral: hoe groot wordt de kater? Het zou in elk geval jammer zijn als het investeringsklimaat voor de Vlaamse biotechnologie drastisch verslechterde. Dat risico bestaat. De ontgoocheling bij Jan Modaal zou groot kunnen worden, want biotechnologie is een sector met veel risico's. De Belgische biotechbedrijven waren tot op heden weliswaar voorzichtig. Daardoor groeiden ze minder spectaculair dan hun collega's in de VS of verkochten ze hun verhaal met minder bombarie dan sectorgenoten in sommige andere Europese landen. Juist daarom was de Benelux de afgelopen twee jaar erg hot bij investeerders in life sciences. Daarvan kon de sector in de Benelux profiteren om kapitaal op te halen. Devgen, Galapagos en ThromboGenics, OncoMethylome Sciences gingen allemaal naar de beurs. Ook Ablynx, dat deze week nog een contract voor 265 miljoen euro afsloot met Boehringer Ingelheim, is beursrijp. De verhoogde interesse in de sector is goed, want als in een globaliserende economie jobs in een kenniseconomie nodig zijn, dan zijn die mogelijk in de biotechnologie te vinden. En toch. Er is een keerzijde aan de appetijt voor life sciences. Het duurt heel lang voordat biotechbedrijven winst maken. Schoolvoorbeeld van die stelling is Innogenetics. Staat sinds 1996 op de beurs, heeft ruim 500 werknemers en een jaarlijkse omzet van 42 miljoen euro. Desondanks maakt Innogenetics nog steeds geen winst. Het maakt de pionier blijkbaar minder interessant voor beleggers. Dat het bedrijf er vorige week in slaagde een octrooigeschil met het veel grotere Amerikaanse Abbott in zijn voordeel te beslechten, had zelfs nauwelijks een effect op de koers. Sterker nog: het aandeel daalde lichtjes omdat de vergoeding lager was dan gehoopt. Vlaamse beleggers geloven blijkbaar niet langer dat in Zwijnaarde het grote geld te rapen valt. Geld verdienen, is leuk voor iedereen. Minder leuk is het neveneffect van de barre beurswinter die volgt op een speculatieve hype als de huidige biotechrally. Denk maar aan het parcours van Tibotec-Virco. Het bedrijf bracht vorig jaar zijn eerste aidsremmer op de markt. Ruim vijf jaar geleden wilde het naar de beurs, maar zat het klimaat tegen. Uiteindelijk moesten Rudi Pauwels en Paul Stoffels in 2002 het bedrijf voor 360 miljoen euro verkopen aan Johnson & Johnson. Geen slechte deal, maar hoeveel mooier was het potentieel geweest als Tibotec in Belgische handen was gebleven. Roeland Byl