Toekomstcontracten, Vlaamse banenplannen... In de Wetstraat heeft men de mond vol van de werkgelegenheid. Al enkele jaren trachten de politici meer jobs te creëren via allerlei steunmaatregelen. Af en toe verschijnen dan communiqués die de resultaten ophemelen.
...

Toekomstcontracten, Vlaamse banenplannen... In de Wetstraat heeft men de mond vol van de werkgelegenheid. Al enkele jaren trachten de politici meer jobs te creëren via allerlei steunmaatregelen. Af en toe verschijnen dan communiqués die de resultaten ophemelen. Maar of al die tewerkstellingssubsidies nu ook echt tewerkstelling creëren, is nog zo zeker niet. Bruno Van Der Linden is vorser aan het Institut des recherches économiques et sociales (Ires) van de UCL. Hij graaft dieper dan de communiqués en toont aan de hand van cijfers aan dat de aanwervingssteun niet altijd tot de verwachte resultaten leidt. TRENDS. U twijfelt aan de effectieve doeltreffendheid van een aantal steunmaatregelen ten behoeve van de tewerkstelling. Waarom ? BRUNO VAN DER LINDEN. Steunend op een enquête (1) over de effecten van de aanwervingssteun op de creatie van arbeidsplaatsen tijdens de periode 1991-1992, komen we tot een genuanceerde, zelfs negatieve balans. Het netto-effect van die subsidies op de tewerkstelling is miniem. We hebben een repertorium opgesteld van ongeveer vierhonderd ondernemingen, verspreid over het hele land, die minstens vijf werknemers in dienst hebben en die in 1991 en 1992 personeel hebben aangeworven dankzij tewerkstellingssubsidies. We wilden twee effecten in cijfers vertalen om zo een idee te krijgen van het aantal arbeidsplaatsen en niet het aantal aanwervingen dat door het beleid geschapen wordt. Primo, het effect van naakt verlies of het voordeeleffect dat bestaat wanneer de aanwerving van een persoon ook zonder subsidies was gebeurd. De studie wijst uit dat de werkgever, ook zonder subsidies, een werkloze zou hebben aangeworven. Het geld van de overheid heeft dus niet direct bijgedragen tot de creatie van die arbeidsplaats. Secundo, het substitutie-effect : als er geen aanwervingssteun geweest was, zou de aanwerving wel gebeurd zijn maar dan verschoven naar een andere categorie. Dat is onder meer het geval voor de subsidies die betrekking hebben op de aanwerving van langdurig werklozen : de werkgever zou ondanks alles aangeworven hebben, bijvoorbeeld iemand die nog niet zo lang werkloos is. Dat tweede effect mag niet helemaal op gelijke voet geplaatst worden met het eerste. Het schept een zekere rotatieversnelling. Met andere woorden : als men de maatregelen afstemt op de langdurig werklozen, dan gebeurt dat ten koste van de korte-termijnwerklozen. Sommige waarnemers zien die substitutie in sommige gevallen als een doel op zich voor de subsidies. Er bestaat zelfs een derde effect, maar dat hebben we niet gekwantificeerd : de interne en externe verschuivingen. Intern, wanneer de subsidie echt gediend heeft om iemand aan te werven maar de werkgever tegelijkertijd iemand ontslagen heeft die een gelijksoortige functie uitoefende. Extern is het fenomeen wellicht het best zichtbaar bij kleine ondernemingen : wanneer een lokale onderneming zich specialiseert of veelvuldig gebruik maakt van de subsidies, kan ze op de lokale markt een competitief voordeel verwerven ten opzichte van een gelijkaardig, nabijgelegen bedrijf waarvan ze marktaandelen afsnoept. Dan spreken we van externe verschuiving in de mate dat de tewerkstelling daalt in de onderneming die marktaandeel verliest. Tewerkstellingssteun kan dus perverse effecten hebben ? Uit ons onderzoek blijkt in elk geval dat op honderd gesubsidieerde aanwervingen de helft bestaat uit naakt verlies en ongeveer een derde leidt tot substitutie. Hadden we ook de verschuivingseffecten berekend, dan hadden we die drie cijfers bij elkaar moeten optellen. Wanneer we dat totaal zouden aftrekken van 100, krijgen we het tewerkstellingseffect. De eindbalans ziet er bijgevolg allesbehalve schitterend uit. Wat kost die steun aan de gemeenschap ? Volgens cijfers van de Oeso gebaseerd op gegevens die aangereikt werden door de Belgische administratie bedroegen de tewerkstellingssubsidies in de privé-sector tijdens het jaar 1993 de meest recent beschikbare cijfers 0,06 % van het BBP, zo'n 4,7 miljard frank. Wanneer men alle actieve maatregelen (tewerkstellingssteun, beroepsopleiding voor werklozen en arbeiders, premies, jongerenbanenplannen enzovoort) bij elkaar optelt, komt men aan 1,26 % van het BBP, hetzij ongeveer 98 miljard frank. Die twee cijfers mogen evenwel niet samengevoegd worden. Werden er correcties aangebracht op de tewerkstellingssteun ? In de loop van de maanden werden verschillende aanwervingsprogramma's opgestart zoals het Plan+1, het Jongerenbanenplan, het Voordeelplan voor de aanwerving van langdurig werklozen. Een aannemelijke hypothese is dat, wanneer men de steun toespitst op een jong publiek, er naar alle waarschijnlijkheid een substitutie-effect zal optreden ten nadele van de ouderen. Wat het zogenaamde naakte verlies betreft, denk ik dat men tot dezelfde cijfers zal komen als in ons onderzoek. Wanneer men het Voordeelplan voor de aanwerving van langdurig werklozen neemt, ligt het iets anders. Dan kan men zich eraan verwachten dat het naaktverlieseffect en het substitutie-effect kleiner zal zijn dan bij het Jongerenbanenplan, vermits de langdurig werkloze een grotere "handicap" heeft dan de jongeren. Zonder subsidie zou er in dat geval geen aanwerving geweest zijn. Kan men zich geen formules indenken waar de tewerkstellingssteun verder gaat dan lapmiddeltjes ? We mogen niet vergeten dat voor sommige categorieën van werknemers en/of ondernemingen die subsidies goed uitkomen. Bij mijn weten bestaat er echter niet veel vernieuwend onderzoek naar aanwervingssteun. Vaak worden dezelfde formules gebruikt. De beslissingnemers van de overheid beschikken dan ook niet over veel onderzoeksresultaten waarop ze bij de eventuele uitwerking van alternatieve formules kunnen steunen. SERGIO CARROZZO(1) "Effets de perte sèche et de substitution des formations professionnelles et des aides à l'embauche", Bulletin de l'IRES, nr. 80.Op 28 mei aanstaande organiseert de Koning Boudewijnstichting in het Museum van het Jubelpark een seminarie rond het thema "Van vergoeding naar integratie". Inlichtingen : (02)511.18.40.