Vanaf het aanslagjaar 2007 kunnen vennootschappen de investeringsaftrek voor octrooien en voor milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling genieten in de vorm van een belastingkrediet.
...

Vanaf het aanslagjaar 2007 kunnen vennootschappen de investeringsaftrek voor octrooien en voor milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling genieten in de vorm van een belastingkrediet. Ten gronde gaat het slechts om een andere voorstellingswijze. In plaats dat het voordeel wordt toegekend in de vorm van een aftrek van het fiscale resultaat, wordt het gerealiseerd door op de verschuldigde vennootschapsbelasting een corresponderende belastingvermindering toe te passen. Neem bijvoorbeeld een vennootschap die een bedrag van 1000 investeert in onderzoek en ontwikkeling. En stel dat het percentage van de investeringsaftrek voor het aanslagjaar 2007 voor dit type van investeringen zoals vorig jaar 13,5 % bedraagt (het juiste percentage voor het aanslagjaar 2007 is op dit ogenblik nog niet gekend). De investeringsaftrek bedraagt dan in het voorbeeld 135. Dit betekent dat het fiscale resultaat met 135 verminderd wordt. Het fiscale voordeel is dan gelijk aan de uitgespaarde vennootschapsbelasting op deze 135. Als het voordeel niet wordt toegekend in de vorm van een aftrek, maar wel in de vorm van een belastingkrediet, blijft het fiscale resultaat onaangeroerd. In plaats daarvan zal nu op de verschuldigde vennootschapsbelasting een bepaald bedrag in mindering worden gebracht. Hoeveel? De belasting die in het voorbeeld verschuldigd is op 135. Rapportering. Het resultaat is in beginsel gelijk. De in mindering gebrachte belasting (bij het belastingkrediet) is gelijk aan de uitgespaarde belasting (bij de investeringsaftrek). De nieuwe mogelijkheid om de investeringsaftrek te genieten in de vorm van een belastingkrediet is dan ook niet bedoeld om een nieuw fiscaal voordeel in het leven te roepen. Met de nieuwe mogelijkheid wil de wetgever uitsluitend tegemoetkomen aan de verzuchtingen van internationale vennootschapsgroepen om een meer transparante boekhoudkundige rapportering van hun inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling mogelijk te maken. De keuzemogelijkheid is nochtans niet beperkt tot internationale groepen. Elke vennootschap, groot of klein, kan voor het belastingkrediet opteren. Zij het dat het in de praktijk meestal wel om grotere vennootschappen zal gaan. Van kleine vennootschappen verwacht men doorgaans niet dat zij veel investeren in octrooien of in onderzoek of ontwikkeling. Maar uitgesloten is het niet. Denk aan de Young Innovative Companies. Die mogen vanaf 1 juli van dit jaar de helft van de bedrijfsvoorheffing die zij inhouden op het loon van hun wetenschappelijke personeelsleden in eigen zak steken. Om voor dit fiscale voordeel in aanmerking te komen, is per definitie vereist dat het om een kleine vennootschap gaat. En dat zij bovendien voldoende investeert in onderzoek en ontwikkeling. Ook een dergelijke kleine Young Innovative Company zal dus kunnen opteren om de investeringsaftrek in verband met die investeringen te genieten in de vorm van een belastingkrediet. Afwijkingen. De keuze tussen aftrek of belastingkrediet is fiscaal in principe neutraal. Het financiële voordeel is in de twee gevallen gelijk. Niettemin heeft de wetgever - om overigens volstrekt onbekende redenen - in twee afwijkingen voorzien. Een eerste betreft het tarief. Als het voordeel in de vorm van een aftrek wordt toegestaan, is het altijd gelijk aan de belastingbesparing die gerealiseerd wordt tegen het tarief dat toegepast wordt op de top van het inkomen. Bij het belastingkrediet wordt het voordeel daarentegen altijd berekend tegen het normale tarief van de vennootschapsbelasting. Voor kleine vennootschappen - die aan het progressief opklimmend tarief van de vennootschapsbelasting onderworpen zijn - kan dit in sommige gevallen een voordeel inhouden (maar in sommige gevallen ook een nadeel). In het progressieve tarief zijn de marginale aanslagvoeten immers in het begin lager, maar vanaf een bepaald ogenblik hoger dan het normale tarief (pas vanaf een belastbaar inkomen van 322.500 euro is het tarief gelijk aan de normale aanslagvoet van tegenwoordig 33 % plus 3 opcentiemen aanvullende crisisbijdrage). Terugbetaling. De tweede afwijking, die zonder meer in het voordeel van het belastingkrediet speelt, heeft te maken met de gevallen waarin het voordeel bij gebrek aan voldoende winst niet (of niet volledig) onmiddellijk genoten kan worden. In het stelsel van de investeringsaftrek wordt de (nog) niet genoten aftrek dan overgedragen naar de volgende belastbare tijdperken. Dat is ook zo in het stelsel van het belastingkrediet. Maar anders dan bij de aftrek is de overdracht niet eeuwigdurend. Na verloop van een aantal jaar zal het (nog) niet genoten belastingkrediet effectief worden terugbetaald. Voor innoverende vennootschappen die veel investeren in onderzoek en ontwikkeling, en pas na verloop van jaren winst verwachten, vormt dit ongetwijfeld een buitenkans. Zij kunnen - als zij voor het belastingkrediet opteren - na een zestal jaar langs de kassa passeren. Noteer wel, dat de keuze voor het belastingkrediet onherroepelijk is. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Jan Van Dyck