Tot 2009 was Nick Hoflack een succesvolle ondernemer. Samen met zijn moeder en echtgenote had hij een bloeiend Vlaams familiebedrijf, gespecialiseerd in het ontwerp, de productie en de verkoop van lederen handtassen en kleine lederwaren. Het merk Nobody stond bij veel klanten synoniem voor kwalitatieve, tijdloze lederen tassen. Het bedrijf had winkels in Brugge, Gent, Brussel, Antwerpen, Leuven en Knokke - allemaal in eigen beheer - en verdeelde zijn gamma via een netwerk van 80 zelfstandige winkeliers in binnen- en buitenland.
...

Tot 2009 was Nick Hoflack een succesvolle ondernemer. Samen met zijn moeder en echtgenote had hij een bloeiend Vlaams familiebedrijf, gespecialiseerd in het ontwerp, de productie en de verkoop van lederen handtassen en kleine lederwaren. Het merk Nobody stond bij veel klanten synoniem voor kwalitatieve, tijdloze lederen tassen. Het bedrijf had winkels in Brugge, Gent, Brussel, Antwerpen, Leuven en Knokke - allemaal in eigen beheer - en verdeelde zijn gamma via een netwerk van 80 zelfstandige winkeliers in binnen- en buitenland. En toen brak de financiële crisis los. De banken kwamen in de problemen en moesten met belastinggeld worden gered. Hun houding tegenover bedrijven en ondernemers veranderde. Krediet krijgen werd moeilijker. Net op een moment dat de bankencrisis de economie in een recessie stortte. Tegen eind 2008 was de onzekerheid bij consumenten en handelaars zo groot dat iedereen de vinger aan de knip hield. Nick Hoflack zag de verkoopcijfers van zijn onderneming terugvallen, werd geconfronteerd met het faillissement van een drietal klanten-afnemers en kreeg van enkele Italiaanse leveranciers te horen dat hun kredietverzekeraar voor geen enkele buitenlandse klant nog dekking gaf, waardoor de aankoop van de gepersonaliseerde grondstoffen een omvangrijke prefinanciering vergde. Hij besefte dat hij afstevende op een liquiditeitstekort en contacteerde zijn huisbankiers om ongebruikte contractuele kredietlijnen te activeren en tot een oplossing te komen. Wat volgt, is een hallucinant verhaal over hoe sommige banken omgaan met ondernemers die dreigen in financiële problemen te komen. Voor Hoflack er erg in had, had hij te maken met de afdeling 'intensief beheer' van KBC. Die heeft volgens de bank de opdracht bedrijven in moeilijkheden erbovenop te helpen. "Wij stellen ons hard maar constructief op. Wij zijn niet het voorgeborchte van de hel. Wij kunnen kmo's helpen in een moeilijke periode", verklaarde het toenmalige hoofd intensief beheer van KBC in 2010 aan Trends. De realiteit blijkt niet altijd zo rooskleurig. "Bijzonder beheer is er in de eerste plaats om het kredietrisico voor de bank te beperken en niet om de onderneming in kwestie te redden", zegt de Nederlandse consultant Folkert Fennema, die ondernemers met moeilijkheden begeleidt. "Het eerste wat die accountmanagers doen, is de rentetarieven verdubbelen of verdrievoudigen. Je hebt het als onderneming al moeilijk, en dan ga je plots van 3 of 4 procent intrest naar 11 of 12 procent. Bijzonder beheer neemt maatregelen die in het belang van de bank zijn, en die de ondernemingen vaak dieper de put induwen." Dat strookt met de ervaring van Hoflack: "Ik had nog nooit van intensief beheer gehoord", geeft hij toe. "KBC stelde het voor als een soort ziekenboeg voor een betere monitoring en opvolging. Maar het eerste wat de bank deed, was een woekerintrest van 17,46 procent op onze uitstaande schulden aanrekenen. Daarbovenop kwamen een hoop kosten en torenhoge wederbeleggingsvergoedingen, zodra we kredieten onder dwang vervroegd terugbetaalden. Bovendien plaatsten ook de andere grootbanken ons in intensive care." Een andere maatregel die het bijzonder beheer oplegt, is dat de bankiers beslissen welke facturen al dan niet betaald worden, zegt Fennema: "Ze sturen de liquiditeitsstroom van de onderneming om zo veel mogelijk zelf binnen te harken. Ik heb het meegemaakt dat bijzonder beheer de belastingen twee jaar liet oplopen, maar wel alles ten gunste van de bank uitbetaalde. De algemene financieringsvoorwaarden van een bank laten verschrikkelijk veel toe. Ik dring al een tijd aan op concrete spelregels voor bijzonder beheer. Maar dat willen de banken niet. Ze hebben het liever zoals het nu is: alles kan, alles is toegelaten." Fennema weet waarover hij praat. Hij werkte verschillende jaren in de banksector, tot de interne cultuur hem tegen de borst begon te stoten. Vijf jaar geleden richtte hij zijn eigen bedrijfje op, Tybalt, en werd actief in verander- en interim-management. Vrij snel raakte hij gespecialiseerd in de begeleiding van ondernemers die in aanraking komen met bijzonder kredietbeheer. Fennema zegt dat hij de voorbije jaren 300 Nederlandse ondernemers heeft geholpen. Hij schat dat liefst een derde van de Nederlandse kmo's de voorbije jaren te maken had met bijzonder beheer. Officiële cijfers zijn er niet, ook niet in België. Maar dat het verhaal van de Vlaamse ondernemer Nick Hoflack geen alleenstaand geval is, staat als een paal boven water. Hoflack kreeg van zijn banken een plan met strikte doelstellingen opgelegd: de kredieten moesten worden afgebouwd, activa verkocht, besparingen uitgevoerd. Het bedrijf deed zware inspanningen, desinvesteerde een pak vastgoed en kwam zijn engagementen na. "We hebben het herstelplan naar de letter uitgevoerd en toch was ons boekjaar 2011, zowel in omzet als in winst, een van onze beste jaren. Het eigen vermogen klokte af op ruim 3,7 miljoen euro en de winst voor belastingen op 1,5 miljoen euro. Toen de cijfers op tafel kwamen, zei de accountmanager van intensief beheer: 'Dat had ik niet verwacht'. Het klonk alsof het een streep door zijn rekening was." "Je hervatten is geen garantie dat de banken je beter gaan behandelen", zegt Fennema. "Vaak hebben ze al voorheen besloten wat je lot is. De banken zeggen altijd: wij werken aan een herstelplan en het is de bedoeling de onderneming weer op de rails te krijgen. Mijn ervaring leert mij dat amper één op de honderd bedrijven uit het bijzonder beheer geraakt. De rest blijft er hangen, kiest een andere bank of gaat failliet." Ook Hoflack werd een hele tijd aan het lijntje gehouden, al had hij aan alle eisen van KBC voldaan. Uiteindelijk ging zijn exploitatievennootschap Nobody Design failliet, terwijl de banken de kersen uit de vastgoedholding Lucrum Capital Partners inpikten. Nochtans kon hij een solvabiliteitsratio van 41 procent voorleggen (dat is iets lager dan de gemiddelde Belgische kmo). Hoflack blijft ervan overtuigd dat een nieuwe, normale kredietovereenkomst de onderneming eroverheen had geholpen. "Er was afgesproken dat KBC en BNP Paribas Fortis, zodra de afgesproken desinvesteringen en bezuinigingen uitgevoerd waren, een herfinanciering van 5 miljoen euro gespreid over twintig jaar zouden verstrekken." Hoflack rekende er ook op dat de aangerekende woekerintresten van 17,46 procent verrekend zouden worden bij de nieuwe financiering. "Ik begrijp nu dat ik naïef geweest ben en dat misbruik is gemaakt van mijn vertrouwen", zegt Hoflack. "De banken zijn hun mondelinge verbintenissen, die ik telkens schriftelijk bevestigd heb, niet nagekomen. Ze hebben gewoon alle waarde uit onze groep gezogen om zo veel mogelijk zelf te recupereren. Het voortbestaan van het familiebedrijf was in hun ogen van generlei belang. Mijn vertrouwen in de bank reikte in januari 2013 nog zo ver dat ik het geld dat onze dochters met Nieuwjaar van hun grootouders hadden ontvangen, stortte op hun KBC-spaarrekening tegen een basisrente van 0,75 procent, terwijl ons bedrijf voor zijn kredieten bij dezelfde bank 17,46 procent aan het betalen was." Hoflack zegt dat hij zijn verhaal doet om andere ondernemers te waarschuwen: "Als je op intensief beheer terechtkomt, moet je beseffen dat je er alleen voor staat en dat je moet opkomen voor je eigen belang. Dat doen zij ook. Had ik dat geweten, dan was ik niet jarenlang meegestapt in het verhaal van de bank en had ik een deel van onze onderneming gegarandeerd kunnen redden." Fennema: "Als je op bijzonder beheer terechtkomt, moeten alle alarmsignalen afgaan. Ik vind het mooi dat ondernemers vertrouwen hebben in de mensheid en dat ze rekenen op redelijkheid, maar iedereen die ooit contact gehad heeft met bijzonder beheer komt daarvan terug. Je moet gewoon heel goed voor jezelf de strategie bepalen, alles messcherp vastleggen en desnoods gesprekken opnemen." Hoflack hield aan zijn nare ervaringen met de banken een hersentrombose en een langdurige herstelperiode over. Doordat hij en zijn familieleden in 2010 een persoonlijke borgstelling tekenden, is zijn vermogen en vastgoed aangeslagen. Schuldeisers zullen hem nog jaren achtervolgen. Weinigen in zijn positie zouden de moed hebben om vrijuit te spreken. Fennema: "Ik ontmoet heel veel ondernemers die woedend zijn over hoe de banken hen behandeld hebben. Vaak heeft dat een impact gehad op hun gezondheid, hun huwelijk en hun gedrag. Maar er zijn er weinig die de publiciteit opzoeken, want dan word je afgestraft als een mislukte ondernemer, die bovendien nog eens te kwader trouw is. En de wraak van de bank kan heel bitter zijn. Er is heel veel angst bij ondernemers." Fennema vertelt het verhaal van een klant die failliet is, maar van wie de bank wil voorkomen dat hij een schuldsaneringsregeling aangaat (te vergelijken met de collectieve schuldenregeling in België): "Ze willen hem zijn leven lang blijven achtervolgen. Als je ziet wat dat met mensen doet... dat gaat heel diep. Ik heb klanten die door de beslommeringen met de bank zware psychische problemen gekregen hebben." Mede door de inspanningen van Fennema is er de voorbije jaren in Nederland langzaam aandacht voor de praktijken van bijzonder beheer gekomen. Er was een onderzoek door de Autoriteit Financiële Markten, en ook CDA-politicus Pieter Omtzigt trok zich de zaak aan. Hij opende een klachtenlijn, waarop honderden reacties binnenliepen. In Groot-Brittannië heeft ook de invloedrijke ondernemerslobby Bully-Banks het gedrag van de Business Support Divisions van de banken hoog op de agenda gezet. Waarom zetten niet meer ondernemers stappen tegen die praktijken? "Rechtszaken kosten veel geld en er zijn weinig advocaten die het willen opnemen tegen een bank", antwoordt Fennema. "Bedrijven die in bijzonder beheer zitten, maken een helse periode mee. Van mijn klanten kiezen negen op de tien ervoor met rust gelaten te worden. Zij die de strijd aangaan, betalen een prijs, zowel financieel als emotioneel. Het is zeer belastend." Nick Hoflack is vastbesloten de zaak niet te laten rusten. Hij is van plan een ondernemersinitiatief te lanceren. De naam van zijn project wordt Fair Banking Initiative. Dit najaar moet er een website (www.fbi.company) zijn, waar ondernemers met hun verhaal terechtkunnen. Hij wil ook experts verzamelen om gedragsregels op te stellen voor de relatie tussen banken en kmo's. PATRICK CLAERHOUT"Je hervatten is geen garantie dat de banken je beter gaan behandelen. Vaak hebben ze al voorheen besloten wat je lot is" - Folkert Fennema "Als je op intensief beheer terechtkomt, moet je beseffen dat je er alleen voor staat en dat je moet opkomen voor je eigen belang" - Nick Hoflack