Tijdens de lockdowns vond Alec van der Horst de tijd om zijn ervaringen als Parijse stadsgids neer te pennen. Verwacht u niet aan een wandeling langs de klassieke bezienswaardigheden van de Lichtstad. Zijn boek wil in de eerste plaats een chronologisch overzicht bieden van de filosofische geschiedenis van Parijs. Het laat zien hoe de filosofie en de stad Parijs met elkander verstrengeld zijn. Enerzijds drukte de Franse hoofdstad haar stempel op de ontwikkel...

Tijdens de lockdowns vond Alec van der Horst de tijd om zijn ervaringen als Parijse stadsgids neer te pennen. Verwacht u niet aan een wandeling langs de klassieke bezienswaardigheden van de Lichtstad. Zijn boek wil in de eerste plaats een chronologisch overzicht bieden van de filosofische geschiedenis van Parijs. Het laat zien hoe de filosofie en de stad Parijs met elkander verstrengeld zijn. Enerzijds drukte de Franse hoofdstad haar stempel op de ontwikkeling van heel wat filosofische ideeën en anderzijds veranderden die intellectuele denkbeelden op hun beurt weer het aanzien van de stad. Het boek vangt aan met het ontstaan van Parijs. Tot aan het einde van de derde eeuw ging de stad door het leven als Lutetia. Via de Galliërs komen we terecht in de middeleeuwen en bij figuren als Thomas van Aquino. De belangrijke christelijke theoloog studeerde tijdens de jaren veertig van de dertiende eeuw in Parijs. De lezer komt erachter dat de dominicanen - de orde waartoe Van Aquino behoorde - in Parijs 'jakobijnen' werden genoemd. Hun klooster was gevestigd aan de Rue Saint-Jacques. Via afstammelingen van de familie de Medici belanden we in de tijd van de renaissance en de twisten tussen katholieken en protestanten. De eerste moderne filosoof, René Descartes, bleek in de zestiende eeuw niet alleen in Nederland en Zweden te vertoeven, maar ook regelmatig in Parijs. Toch hield de denker allerminst van de Franse stad: te veel sociale verplichtingen, te weinig tijd om na te denken en te schrijven. Via Lodewijk XIV belanden we bij de denkers uit de verlichting. Ook de filosoof Jean-Jacques Rousseau zag Parijs aanvankelijk als een stad van stinkende kleine straatjes, lelijke huizen en een wereld vol armoede en bedelaars. Daar kwam verandering in. De voor velen onbekende George-Eugène Haussmann (1809-1891), blijkt als stedenbouwkundige misschien wel de belangrijkste Parijzenaar te zijn. Hij liet zowat de hele stad verbouwen. Nadat ook de bekende Franse schilders uit de negentiende en het existentialisme van Jean-Paul Sartre uit de twintigste eeuw zijn gepasseerd, wil de lezer nog maar één ding: een weekendje Parijs boeken en de intellectuelen die er hebben gewoond achterna reizen.