Het boek Guerre et Paix entre les monnaies van de Franse econoom Jacques Mistral begint met een fictieve financieel-economische crash in het jaar 2029, niet toevallig 100 jaar na de crash op Wall Street die de Grote Depressie inluidde. In 2029 doet een muntcrisis de wereldeconomie op haar grondvesten daveren. De Verenigde Staten gaan gebukt onder zeer zware schulden en kunnen hun verplichtingen niet langer nakomen. Een gedeeltelijke 'default' van het land is het logische gevolg en de dollar verliest een kwart van zijn waarde. De daaropvolgende inflatie is voldoende om de schuld versneld te laten wegsmelten. De dollar verliest wel zijn statuut van internationale refer...

Het boek Guerre et Paix entre les monnaies van de Franse econoom Jacques Mistral begint met een fictieve financieel-economische crash in het jaar 2029, niet toevallig 100 jaar na de crash op Wall Street die de Grote Depressie inluidde. In 2029 doet een muntcrisis de wereldeconomie op haar grondvesten daveren. De Verenigde Staten gaan gebukt onder zeer zware schulden en kunnen hun verplichtingen niet langer nakomen. Een gedeeltelijke 'default' van het land is het logische gevolg en de dollar verliest een kwart van zijn waarde. De daaropvolgende inflatie is voldoende om de schuld versneld te laten wegsmelten. De dollar verliest wel zijn statuut van internationale referentiemunt. De voorspelling van Mistral is tamelijk utopisch, maar het boek toont aan dat internationale monetaire en economische rust geen evidentie is. De auteur geeft een overzicht van monetaire systemen doorheen de geschiedenis. En die zijn allesbehalve stabiel te noemen. Zelfs de goudstandaard werd meer dan eens ter discussie gesteld. Bovendien bleven veel landen na de Grote Depressie aan de goudconvertibiliteit vasthouden, terwijl ze beter hadden gekozen voor een vlottende wisselkoers. De huidige internationale monetaire situatie is volgens Mistral dan ook geen uitzondering: landen die hun munten afzwakken om concurrentiekracht te winnen, landen die kampen met grote tekorten op de lopende rekening, een onzekere economische groei, een toename van de ongelijkheid... Het zal volgens Mistral leiden tot een wereldwijde muntoorlog van competitieve devaluaties waarvan de eerste stappen nu al zijn gedaan. De auteur ziet op termijn eigenlijk maar één oplossing: een mondiale munt. De vraag is of dat realistisch is. Dat voorstel van Mistral is dan ook het zwakkere punt van het boek. Interessanter zijn de analyses van de toestand van de verschillende munten anno 2014. Mistral blijft kritisch over de dollar en is ervan overtuigd dat de munt stilaan zijn rol als referentiemunt zal verliezen. Anders is het met de euro, die volgens hem een bedreiging vormt voor de dominantie van de dollar. En dat ondanks de eurocrisis. Mistral merkt fijntjes op dat de euro er nog altijd is, ook al hebben tal van onheilsprofeten zijn ondergang voorspeld. Mistral is wel kritisch over de manier waarop de crisis is aangepakt. Zo waren de Europese leiders te lang blind voor de grote competitiviteitsverschillen tussen de landen. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) krijgt slechte punten voor haar treuzelende houding. Mistral is voorstander van een verregaande monetaire integratie. De Franse econoom steekt zijn bewondering voor de Chinese economie niet onder stoelen of banken. De manier waarop China uitgroeide tot een economische grootmacht is zelden gezien, maar nu wordt het land geconfronteerd met tal van uitdagingen: ongelijkheid, vergrijzing, vervuiling, massasteden... De vraag is of de economie van China stabiel zal blijven en wat dat betekent voor de munt. Het is duidelijk dat de Chinese overheid de yuan op langere termijn wil stabiliseren. Dat is belangrijker dan de convertibiliteit van de munt. Mistral ontkracht ook de Amerikaanse kritiek dat Peking de yuan kunstmatig laag houdt om de eigen export te ondersteunen: in twaalf jaar is de yuan in reële termen met 30 procent geapprecieerd. Jacques Mistral, Guerre et paix entre les monnaies, Fayard, 2014, 320 blz, 19 euroALAIN MOUTON