"Veel start-ups gebruiken bestaande technologie om een nieuwe behoefte in te vullen op de markt", zegt professor Koenraad Debackere, een expert in innovatie-economie aan de KU Leuven. Ze innoveren hun businessmodel door in korte tijd een digitaal product te ontwikkelen en het te commercialiseren. Ze luisteren naar de feedback en passen het product aan, tot het afgestemd is op de behoeften van de markt. Uber bijvoorbeeld boekte succes door de taxisector anders te organiseren, niet omdat het een revolutionaire technologie ontwikkelde.
...

"Veel start-ups gebruiken bestaande technologie om een nieuwe behoefte in te vullen op de markt", zegt professor Koenraad Debackere, een expert in innovatie-economie aan de KU Leuven. Ze innoveren hun businessmodel door in korte tijd een digitaal product te ontwikkelen en het te commercialiseren. Ze luisteren naar de feedback en passen het product aan, tot het afgestemd is op de behoeften van de markt. Uber bijvoorbeeld boekte succes door de taxisector anders te organiseren, niet omdat het een revolutionaire technologie ontwikkelde."Maar bij sommige bedrijven komt de technologie eerst", zegt Debackere. "Die categorie is een minderheid van de start-ups." Deep-techbedrijven moeten vaak jarenlang stevig investeren in hun technologie. "Deep tech betekent dat je een unieke technologie bezit die moeilijk na te maken valt. Er moet iets briljants aan zijn", stelt Benny Willen, de CEO en medeoprichter van het deep-techbedrijf Cloudalize. "Het project is vaak complex en het kan mislukken. Het is dus anders dan wanneer je een gewone app onwerpt, waarvan je weet dat de ontwikkeling technisch mogelijk is en normaal zal lukken. Als je een subsidie van VLAIO krijgt, ontwikkel je volgens mij deep tech." Het risico ligt bij dat soort bedrijven veel meer bij de investeerder dan bij de ondernemer. Anders dan gewone techstarters, die vaak pas geld ophalen als hun product klaar is voor de markt, moeten deep-techstarters geld inzamelen voor ze hun product kunnen beginnen ontwikkelen. Niettemin ontmoedigt dat de deep-techondernemers niet. "België heeft een enorme rijkdom aan technologisch talent en onderzoeksinstellingen", stelt Benny Willen. "De economische groei van ons land hangt voor een groot stuk af van het succes van deep tech. Hoe meer steun deep tech ontvangt, hoe sneller onze economische waarde zal groeien en hoe beter we ervoor zullen staan." Hoeveel van dat soort start-ups er zijn in België, weten we niet precies. Experts schatten dat het om 15 à 20 procent van de start-upscene gaat. We stellen er drie voor. Cloudalize biedt GPU-rekenkracht in de cloud aan. GPU staat voor ' graphics processing unit'. Het gaat om videokaarten of chips voor het uitvoeren van zware grafische taken op computers. Cloudalize ontwikkelde een softwareplatform dat het mogelijk maakt op afstand de GPU's van het techbedrijf te gebruiken, waardoor de klant vanaf elke computer heel zware programma's kan laten draaien. Een designer of een architect bijvoorbeeld kan dan op zijn eigen computer uitgebreide 3D-modellen maken. De onderneming verkoopt haar platform aan bedrijven, bijvoorbeeld ingenieursfirma's, en aan scholen, zoals de Oslo School of Engineering & Design. Tot nu toe haalde Cloudalize 15 miljoen euro kapitaal op, waarvan 5 miljoen bij het Chinese Index Ventures. In 2019 verdrievoudigde de omzet en dit jaar zit het bedrijf volgens CEO Benny Willen op schema om een vertienvoudiging te halen. Aan dat succes ging heel wat onderzoek en ontwikkeling vooraf. Benny Willen richtte Cloudalize samen met Jeffrey Meesemaecker op in 2011, maar het trok pas in 2018 naar de markt. De tussenperiode overbrugde het met investeringen, VLAIO-subsidies en testprojecten bij vroege klanten. "Op een bepaald punt bereik je een bepaalde maturiteit en ga je naar de markt", zegt Willen. "Maar ondertussen blijven we werken aan het platform. Onze technische roadmap staat vol voor de komende vier jaar. Innovatie stopt nooit. Integendeel, ze gaat almaar sneller." Gabi SmartCare ontwikkelt een wearable voor kleine kinderen, die vitale parameters zoals de hartslag, het zuurstofniveau in het bloed en de ademhalingsfrequentie in het oog houdt. Zo kunnen zieke kinderen thuis worden gemonitord en hoeven ze niet naar het ziekenhuis voor observatie. Daarmee is de start-up uit Louvain-la-Neuve actief in twee segmenten die grote technologische investeringen vergen: medische technologie en hardware. Het heeft drie jaar gekost om de wearable te ontwikkelen. Het bedrijf heeft nog een jaar nodig om de software en de algoritmes te maken die bij het toestel horen. "Hardware is absoluut hard", zegt Jonathan Baut, de CEO en medeoprichter van Gabi SmartCare. "Software breng je sneller naar de markt en je past die aan op basis van de marktreactie. Hardware werkt helemaal anders. Het duurt veel langer om die te ontwikkelen, en je kunt die pas lanceren als ze honderd procent werkt. Ons eerste idee was te focussen op de data-analyse en een bestaande wearable te gebruiken voor de metingen. Maar geen enkel product op de markt voldeed aan onze eisen. We moesten dus ons eigen apparaat bouwen. Nu focussen we op het samenbrengen van hardware en software, want uit die integratie komt de waarde van ons bedrijf voort."Seafar ontwikkelt technologie om schepen te besturen op afstand. "Tegen 2030 zullen in de Belgische binnenvaart 3400 personeelsleden te kort zijn", stelt Louis-Robert Cool, de CEO en oprichter van Seafar. "Dat zal de groei van de sector afremmen. Om jongeren aan te trekken, moeten we het beroep aantrekkelijker maken, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te creëren om vanaf de wal te werken. Tegelijk maakt onze technologie de binnenvaart efficiënter. Ze is interessanter voor investeringen in nieuwe schepen met groenere motoren. Dat helpt om vrachtvervoer te verschuiven van de weg naar het water." Seafar werkt twee jaar aan zijn technologie, die het installeert op een schip om het te besturen vanuit zijn controlecentrum. Er loopt een reeks tests, die het bedrijf van financiering voorziet en die het toelaat om het contact met klanten te bewaren tijdens de ontwikkelingsfase. "Onze technologie ontwikkelen we binnenshuis", stelt Cool. "Onze roadmap ligt in grote lijnen vast, maar we sturen constant bij op basis van operationele ervaring. We zijn als een formule 1-team: dat past de wagen ook aan op basis van de feedback van de piloot. Wij passen onze technologie aan op basis van wat onze schippers in het controlecentrum zeggen. We krijgen ook technologische steun van partijen zoals imec en de Universiteit van Antwerpen." Na twee jaar begint de markt te lonken. Het bedrijf werkt als een operator in de sector. Operators voorzien scheepseigenaars van varend personeel, maar Seafar stuurt het schip vanuit zijn controlecentrum. Er blijft één persoon aan boord, voor de veiligheid en om taken uit te voeren zoals het aanmeren. Met een team van tien personen organiseert Seafar nu een vloot van zeven testschepen. "Zo hebben we een watertruck, een schip van 38 meter lang, dat elke dag 38 kilometer aflegt tussen Oostende en Diksmuide. Dat schip sturen we volledig aan vanuit ons controlecentrum."