H et leven wordt duurder.' Die uitspraak geldt eigenlijk al voor de afgelopen honderd jaar. De recente ongerustheid over inflatie is dan ook overdreven. Toch zal er in januari en februari paniek heersen, want inflatiecijfers van boven 4 % zijn niet uit te sluiten. En toch is het ergste wellicht achter de rug ...
...

H et leven wordt duurder.' Die uitspraak geldt eigenlijk al voor de afgelopen honderd jaar. De recente ongerustheid over inflatie is dan ook overdreven. Toch zal er in januari en februari paniek heersen, want inflatiecijfers van boven 4 % zijn niet uit te sluiten. En toch is het ergste wellicht achter de rug ... Wat wordt het meest afschrikwekkende economische cijfer van dit jaar? De groeicijfers in de VS of ... de inflatiecijfers in Europa? Als het een beetje tegenzit, komt de inflatie in januari 2008 uit rond 3,5 % in euroland en zelfs dicht tegen 5 % in België. Dat zal uiteraard heel wat commotie verwekken. Toch zijn inflatiecijfers een beetje zoals het kijken door een achteruitkijkspiegel: ze tonen vooral wat de inflatie geweest is, niet wat ze gaat worden. Met andere woorden, de komende inflatiepiek heeft vooral te maken met de prijsopstoot van de afgelopen maanden, maar bevindt zich intussen alweer achter ons. Als we even verder rekenen, zien we na de piek van januari 2008 de inflatie geleidelijk minderen naarmate het jaar vordert. We kunnen 2008 zelfs eindigen met een inflatie van ... 1,5 %. Net als in 2001. De inflatieopstoot die we nu zien, lijkt in vele opzichten op die van 2001. Ook toen hadden economen en centrale bankiers vooral oog voor inflatievrees. De inflatie piekte dat jaar tot meer dan 3 %. Maar die periode blijft vandaag vooral bekend wegens de talrijke discussies over ... deflatiegevaar. Het leeglopen van de internetzeepbel drukte op de economie, en uiteindelijk ook op de prijsevolutie en de rente van de centrale banken. Inflatie is namelijk een notoir achteroplopende economische indicator. Op het moment dat de economie vertraagt, moet de inflatie nog pieken. De centrale banken hebben zich in het verleden steevast miskeken op dit achteroplopende effect. De rentetarieven bleven bij een conjunctuurvertraging overdreven lang te hoog. Vandaag klinken de woorden van Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank (ECB) als een echo van die van wijlen Wim Duisenberg in 2001. Beiden waarschuwden voor inflatie als het belangrijkste gevaar voor de nabije toekomst, aan de vooravond van een sterke afkoeling van de economie. Voeding en energie zijn vandaag de belangrijkste inflatieverwekkers. Zonder die twee inflatiebronnen (die 29 % uitmaken van de bestedingen van de gezinnen in euroland) zou de inflatie een comfortabele 1,9 % bedragen, in plaats van de 3,1 % die recent werd opgemeten. Het is mij volkomen onduidelijk hoe een renteverhoging van de ECB een milderende werking kan hebben op de wereldwijde olie- of voedselprijzen. Toch wil Trichet met een renteverhoging de ontsporing van de inflatie tegengaan. Maar in het onwaarschijnlijke scenario dat de ECB de rente binnenkort verhoogt, zou ze later dit jaar dus victorie kunnen kraaien bij het zien van lagere inflatie, iets wat zoals gezegd automatisch zal gebeuren... Leven wordt duurder. Eigenlijk moeten we vooral verwonderd zijn dat de inflatie maar 3 % bedraagt na '100 dollar per vat olie'. Dat de economie zo'n olieschok verwerkt met een beperkte algemene prijsopstoot is bijna een mirakel. Het toont aan dat er ook heel wat matigende prijseffecten spelen. Telecommunicatie, elektronica en auto's bijvoorbeeld dragen negatief bij tot de inflatie. Dat er toch een hogere gevoelsinflatie leeft, heeft vooral te maken met de producten die in prijs stijgen: de courante, dagelijkse consumptie wordt duurder. De dingen die we minder frequent kopen, zoals een telefoon, een computer of een auto, dalen in prijs. De consument voelt dat minder goed aan dan de meting van de inflatie-index. Iedereen zal natuurlijk ook altijd vinden dat de koopkracht onvoldoende mee evolueert. De consument heeft altijd nieuwe verlangens. Wat luxe is vandaag, wordt al snel een 'basisbehoefte' morgen. Zo zitten vandaag heel wat uitgavenposten in de index die tien jaar geleden alleen voor de happy few bereikbaar waren. Trouwens, het zal sommigen misschien plezier doen dat het leven voor de superrijken (1) nog veel duurder is geworden de afgelopen jaren: dubbel zoveel als voor de doorsneeconsument (zie grafiek). Stagflatie of duaalflatie? Het woord stagflatie ligt alweer op de lippen van sommigen. Veel te snel! In de jaren zeventig - toen er echt sprake was van stagflatie - liep de inflatie op tot 10 %, niet te vergelijken met de situatie nu. We kunnen vandaag beter spreken van duaalflatie: tegelijkertijd inflatie én deflatie. Grondstoffen, geschoolde arbeid en de ontsporende geldcreatie zijn belangrijke inflatiebronnen. Maar de imploderende huizenzeepbel, de groeivertraging, het groeiende koopjesfenomeen en de internetrevolutie zijn evengoed krachtige en langdurige deflatiebronnen. China stond lang aan de deflatiekant en is nu neutraler geworden. De strijd tussen inflatie en deflatie verloopt op en neer, maar is per saldo gelijkopgaand. De echte inflatiezorgen zullen pas voor ná 2010 zijn. (T) DE AUTEUR IS HOOFDECONOOM VAN PETERCAM VERMOGENSBEHEER. REACTIES: visienoels@trends.be (1) FORBES: 'THE COST OF LIVING EXTREMELY WELL', http://www.forbes.com/2007/09/18/cost-living-well-index-richlist07-clewi-chart.html, DEZE INDEX OMVAT ONDER MEER DE PRIJS VOOR CUBAANSE SIGAREN, EEN HELIKOPTER, EEN FACELIFT EN EEN HORLOGE VAN PATEK PHILIPPE. Geert Noels