Wereldwijd verloopt 30 procent van de ontwikkelingshulp via ngo's. In België werd in 2011 volgens de eerste ramingen zowat 2,1 miljard aan ontwikkelingshulp uitgegeven. In tijden van budgettaire krapte is het dan ook logisch na te gaan of dat enorme bedrag goed besteed is. De periode van 'geef en kijk niet om' is voorbij. De klassieke kritiek op ontwikkelingshulp is bekend: in het beste geval is ze niet efficiënt en in het slechtste geval is ze contraproductief. Een nieuw boek van Masooda Bano, hoogleraar en senior onderzoekster aan de University of Oxford, levert extra wetenschappelijk bewijsmateriaal voor die stelling.
...

Wereldwijd verloopt 30 procent van de ontwikkelingshulp via ngo's. In België werd in 2011 volgens de eerste ramingen zowat 2,1 miljard aan ontwikkelingshulp uitgegeven. In tijden van budgettaire krapte is het dan ook logisch na te gaan of dat enorme bedrag goed besteed is. De periode van 'geef en kijk niet om' is voorbij. De klassieke kritiek op ontwikkelingshulp is bekend: in het beste geval is ze niet efficiënt en in het slechtste geval is ze contraproductief. Een nieuw boek van Masooda Bano, hoogleraar en senior onderzoekster aan de University of Oxford, levert extra wetenschappelijk bewijsmateriaal voor die stelling. In Breakdown in Pakistan onderzoekt Bano de werking van veertig ngo's in Pakistan. Ze stipt aan dat Pakistan een van de grootste ontvangers van ontwikkelingsgeld is en dat het land zich daardoor uitstekend leent voor wetenschappelijk onderzoek. Bovendien onderlijnt de onderzoekster dat ze niet in de klassieke val wil trappen om de problematiek vanuit de donorlanden te bekijken. Twintig ngo's in Pakistan worden (deels of volledig) gefinancierd met buitenlands geld, twintig plaatselijke ngo's werken enkel met giften uit Pakistan. De ngo's hebben hetzelfde doel: de versterking van de burgerlijke maatschappij en het genereren van sociaal kapitaal. De bevindingen van Bano zijn ontluisterend. De ngo's die werken met buitenlands geld hebben geen draagvlak in Pakistan. Zo hebben ze nauwelijks of geen leden en geen voeling met de lokale bevolking. "Er is een sterke negatieve correlatie tussen de grootte van de buitenlandse donaties en het aantal leden", stelt de onderzoekster. Terwijl het net de doelstelling is van de ngo's om het sociaal kapitaal te versterken. De auteur stelt ook vast dat de jaarlijkse budgetten van de twintig ngo's die gefinancierd worden met buitenlands geld, veel sterker fluctueren dan die van de twintig andere. "Het gevolg is dat de doelstellingen en de activiteiten daardoor sterker wisselen." De ngo's met buitenlandse financiering hebben ook last van druk van donoren en volgen vaker hun agenda. Een ander negatief punt is dat de medewerkers van de ngo's die met buitenlands geld gefinancierd worden, egoïstisch worden. "Er is een positief verband tussen de buitenlandse financiering en de eigen materiële doelstellingen van de leiders van de ngo's." Daaraan gelieerd is een enorm verschil in motivatie tussen de werknemers van de twee soorten ngo's. In de 'plaatselijke' ngo's werkt iedereen gratis. In de door buitenlands geld ondersteunde ngo's is iedereen een betaalde kracht. Bovendien verdient 95 procent van die werknemers meer dan een gelijkaardige baan bij de overheid. Masooda Bano wijst op het negatieve verband tussen internationale hulp en de prestaties van de ngo's. "Steeds meer komt bewijsmateriaal naar boven dat internationale hulp eigenlijk inefficiënt is", noteert ze. Het boek van Bano is interessant omdat het ontwikkelingshulp bekritiseert door een case op microniveau onder de loep te nemen. De oproep van sommigen om ontwikkelingshulp te verminderen of zelfs te schrappen, wordt met dit boek opnieuw een stukje relevanter. Masooda Bano, Breakdown in Pakistan. How aid is eroding institutions for collective action, Stanford University Press, 2012, 240 blz, 35 euro THIERRY DEBELS