In september 2007 sloeg India's potige batsman Yuvraj Singh zes zessen in een enkele over. Het was in de geschiedenis van het cricket slechts de vierde keer dat zoiets gebeurde en het zette India op weg naar zijn triomfantelijke overwinning in de Twenty20-wereldbeker. In dezelfde maand trok de Indiase munt voor de eerste keer sinds 1998 aan tot 40 roepies voor een dollar en oversteeg de beursindex Sensex de grens van 17.000 punten. De lokale pers was er als de kippen bij om parallellen te trekken tussen de fors meppende cricketspelers en de krachtig vooruit stormende economie.
...

In september 2007 sloeg India's potige batsman Yuvraj Singh zes zessen in een enkele over. Het was in de geschiedenis van het cricket slechts de vierde keer dat zoiets gebeurde en het zette India op weg naar zijn triomfantelijke overwinning in de Twenty20-wereldbeker. In dezelfde maand trok de Indiase munt voor de eerste keer sinds 1998 aan tot 40 roepies voor een dollar en oversteeg de beursindex Sensex de grens van 17.000 punten. De lokale pers was er als de kippen bij om parallellen te trekken tussen de fors meppende cricketspelers en de krachtig vooruit stormende economie. Het kan echter best zijn dat de analogie een pak verder gaat. De adembenemende 20-overversie van het cricket geeft een speler weinig tijd om een inning op te bouwen en in stand te houden. De batsmen swingen, de cheerleaders juichen en buitengewone puntenreeksen worden gevolgd door een snelle opeenvolging van batsmen die 'out' gemaakt worden. Na zijn reeks van zessen moest Singh de daaropvolgende match missen met een 'tenniselleboog'. Zou het kunnen dat de Indiase economie een soortgelijke kwetsuur oploopt in 2008? De optimisten voeren aan dat de Indiase economie de fundamenten aan het leggen is voor een lang verblijf op het veld. Ze zijn onder de indruk van de ongebruikelijke bronnen van India's groei en de snelheid van die groei. Investeringen in vaste activa (zoals wegen, bruggen en kantoorblokken) droegen in het begrotingsjaar 2006-2007, dat op 31 maart afgesloten werd, meer bij tot de expansie van de Indiase economie met 9,4 % dan de privéconsumptie. De vraag is of dat snel genoeg de capaciteiten van de economie zal verhogen om de inflatie te dwarsbomen, dan wel of die bestedingen een ondraaglijke druk zullen zetten op de al uiterst op de proef gestelde middelen van India. Voor zover economen dergelijke zaken kunnen inschatten, zal India waar- schijnlijk slechts een groei van niet meer dan 8 % per jaar aankunnen vooraleer de druk zich vertaalt in hogere prijzen. De groei zou hoger kunnen zijn, als de regering eerst wat ademruimte schept door minder uit te geven aan bezoldigde ambten zonder verplichtingen en aan slecht gerichte subsidies. De regering hoopt dat ze het gecombineerd deficit van de federale overheid en de deelstaten zal kunnen terugschroeven van bijna 10 % van het bruto binnenlands product vijf jaar geleden tot ongeveer 5,2 % in 2007-2008 (als geen rekening gehouden wordt met de verplichtingen die ze uit de balans houdt, zoals de achterstand op de uitkering van subsidies voor kunstmest). 2008 kan echter ook vervroegde verkiezingen brengen en dat is nooit bevorderlijk voor budgettaire matiging. In april zal de reusachtige hofhouding van overheidsambtenaren de voorstellen te horen krijgen van de zesde looncommissie, die ongeveer om de tien jaar de salarissen vastlegt. Bij de jongste oefening van die commissie werd zowat 600 miljard roepie (15 miljard dollar) toegevoegd aan de overheidssalarissen en -pensioenen en dat ruïneerde bijna sommige staten. Na de magische innings van Singh merkte een oude rot op dat al zijn slagen "behoorlijke cricketslagen waren en enkel konden gewaagd worden door iemand die de basisprincipes van het spel onder de knie heeft". Helaas is de Indiase groei van 9 % of meer nog niet zo ingebed in de grondregels. DE AUTEUR IS CORRESPONDENT INDIASE BEDRIJVEN EN FINANCIËN VAN THE ECONOMISTDoor Simon Cox