Vijf jaar geleden kwam de vloerbekledingspecialist Unilin in handen van de Amerikaanse beursgenoteerde reus Mohawk Industries. De overname - nog altijd de duurste voor een niet-beursgenoteerd bedrijf in ons land - joeg een siddering door economisch Vlaanderen. Niet enkel de overnameprijs van 2,2 miljard euro bleek voor de buitenwacht een complete verrassing, ook de overname zelf. Meteen barstte de verankeringsdiscussie los, en de teneur was voorspelbaar: weer een Belgisch kroonjuweel dat in buitenlandse handen terechtkwam. De uitverkoop van België was weer een stapje dichterbij gekomen.
...

Vijf jaar geleden kwam de vloerbekledingspecialist Unilin in handen van de Amerikaanse beursgenoteerde reus Mohawk Industries. De overname - nog altijd de duurste voor een niet-beursgenoteerd bedrijf in ons land - joeg een siddering door economisch Vlaanderen. Niet enkel de overnameprijs van 2,2 miljard euro bleek voor de buitenwacht een complete verrassing, ook de overname zelf. Meteen barstte de verankeringsdiscussie los, en de teneur was voorspelbaar: weer een Belgisch kroonjuweel dat in buitenlandse handen terechtkwam. De uitverkoop van België was weer een stapje dichterbij gekomen. Maar laat ons, vijf jaar na datum, even kijken naar de feiten. De Amerikanen hebben niet zomaar even hun vlag gepland in Wielsbeke, maar zien in Unilin een waardige partner. Het management van Unilin heeft het ook slim gespeeld. Zodra de markten op de hoogte waren van de plannen van Unilin, werd het langs alle kanten besnuffeld. Unilin zat bij manier van spreken in een sofa. Verkopen hoefde niet per se, maar was een optie. Net zoals een beursgang een optie was, al was dat - geeft topman Bernard Thiers in dit blad toe - een moeilijker scenario door het ontbreken van een referentieaandeelhouder. Bleven over: durfkapitaalfondsen, die elkaar voor de voeten liepen, of een industriële partner. Het werd dat laatste. Ook al omdat dit een stabielere omgeving leek dan de wereld van het durfkapitaal. Vijf jaar later is zowel Mohawk als Unilin tevreden. De Amerikanen kregen door Unilin niet enkel een voet aan de grond in Europa. Ze kregen vooral een groeibedrijf in handen dat de eigen balans van dag één ten goede kwam. De traditionele business van Mohawk - tapijt - staat al geruime tijd onder druk, en wie de cijfers monstert, ziet dat die tak in negatieve zin evolueert. Unilin, dat voor zowat 20 procent van de groepsomzet tekent, zorgt nu al voor 40 procent van de operationele winst van Mohawk. De West-Vlamingen zijn evenzeer tevreden, want weten zich geruggensteund door een kapitaalkrachtige en geduldige partner die hen de vrijheid en ruimte laat om verder te doen waarin ze al uitblonken: innovatief en efficiënt de markten verkennen en aanboren. Volgend jaar opent Unilin een vestiging in Rusland, en Azië en Zuid-Amerika worden grondig gescreend op potentiële expansie. Die plannen zouden zonder Mohawk allicht ook hun beslag hebben gekend, maar waarschijnlijk in een iets gezapiger tempo. Unilin is voor Mohawk niet enkel een venster op de wereld, het is ook het expertisecentrum voor alles wat met hout te maken heeft. De 'kleine Belgen' maken zich mede daardoor incontournable voor de mastodont Mohawk. En dat spreekt niet enkel uit de cijfers, maar ook uit de vaststellingen op het terrein. Bernard Thiers is de eerste om het belang van verankering toe te geven voor onze economie. Maar hij is ook het bewijs dat een overname door een buitenlandse reus niet per definitie betekent dat kennis en beslissingen voortaan boven de hoofden gebeuren. Uitgaan van de eigen kracht en zorgen dat je geen onderdeeltje maar een wezenlijk stuk van een raderwerk bent, dat is de les die Unilin ons heeft geleerd na vijf jaar. Door Lieven DesmetUnilin is het bewijs dat een overname door een buitenlandse reus niet per definitie betekent dat kennis en beslissingen voortaan boven de hoofden gebeuren.