Scholen, ziekenhuizen en bedrijven nemen steeds vaker incassobureaus in de arm als hun facturen niet tijdig worden betaald. In het verleden pakten sommige van die bureaus consumenten op een intimiderende en zelfs agressieve manier aan. De wetgever heeft daar enkele jaren geleden paal en perk aan gesteld. De bevoegdheden van de incassobureaus werden strikt beperkt. Ze kunnen niets meer ondernemen dan de schuldeiser die een beroep op hen doet, ook al proberen ze misschien een andere indruk te wekken. Zo mogen ze geen beslag leggen op de goederen van een wanbetaler en ze kunnen geen gerechtelijke procedure opstarten voor de rechtbank. Wel zijn incassobedrijven vaak beter georganiseerd om achterstallige facturen te innen dan hun klanten. En ze weten ook beter hoe ze slechte betalers onder druk kunnen zetten.
...

Scholen, ziekenhuizen en bedrijven nemen steeds vaker incassobureaus in de arm als hun facturen niet tijdig worden betaald. In het verleden pakten sommige van die bureaus consumenten op een intimiderende en zelfs agressieve manier aan. De wetgever heeft daar enkele jaren geleden paal en perk aan gesteld. De bevoegdheden van de incassobureaus werden strikt beperkt. Ze kunnen niets meer ondernemen dan de schuldeiser die een beroep op hen doet, ook al proberen ze misschien een andere indruk te wekken. Zo mogen ze geen beslag leggen op de goederen van een wanbetaler en ze kunnen geen gerechtelijke procedure opstarten voor de rechtbank. Wel zijn incassobedrijven vaak beter georganiseerd om achterstallige facturen te innen dan hun klanten. En ze weten ook beter hoe ze slechte betalers onder druk kunnen zetten. Een incassobedrijf moet aan een debiteur eerst een ingebrekestelling sturen. Daarin moet duidelijk staan waarom de bestemmeling die aanmaning krijgt, bijvoorbeeld omdat hij een of meer facturen niet heeft betaald. Op de envelop mag niets staan wat erop wijst dat de brief betrekking heeft op onbetaalde schulden. Zo mag er geen vermelding op voorkomen zoals 'onbetaalde facturen', 'incasso' of 'invordering van achterstallen'. De wanbetaler moet minstens vijftien dagen de tijd krijgen om de factuur alsnog te voldoen. Tijdens die periode mag het bureau geen verdere stappen tegen hem ondernemen. Na die vijftien dagen mag het incassobureau de slechte betaler eventueel een bezoek brengen. De medewerkers van het bureau mogen die persoon niet intimideren. Ze moeten hem bovendien een document met zijn rechten voorleggen. Daarin moet bijvoorbeeld staan dat hij niet verplicht is de vertegenwoordigers van het bureau binnen te laten. Het is verboden langs te komen of te bellen tussen 22 uur 's avonds en 8 uur 's morgens. Het incassobureau mag geen buren, vrienden of familieleden van de schuldenaar contacteren, bijvoorbeeld om inlichtingen over hem in te winnen. Het incassobureau mag de schuldenaar geen extra vergoeding vragen boven op het factuurbedrag. Wel mag het de vergoedingen opeisen die de schuldeiser op basis van de verkoopovereenkomst of de factuurvoorwaarden aan de debiteur kan aanrekenen. Het kan gaan om de overeengekomen intresten -- tot een maximum van 10 procent op jaarbasis -- of om een schadevergoeding voor de late betaling -- ook daar is 10 procent het maximum. Incassobedrijven mogen geen verwarring zaaien over hun hoedanigheid. Met hun documenten mogen ze bijvoorbeeld niet de indruk wekken dat ze afkomstig zijn van een gerechtelijke overheid of een advocaat. Zo mogen ze geen weegschaal als symbool gebruiken. Het incassobureau mag in zijn brieven geen onjuiste informatie geven over de juridische gevolgen van een wanbetaling. Het mag dus niet schrijven dat de goederen van de debiteur in beslag worden genomen en verkocht als hij de factuur niet voldoet, aangezien het bedrijf die bevoegdheid niet heeft. De bureaus mogen het verschuldigde geld niet opeisen in het bijzijn van een derde, tenzij de schuldenaar daarmee akkoord gaat. Ze mogen het verschuldigde geld niet recupereren bij derden, zoals de partner of een familielid van de wanbetaler, tenzij die ook achterstallig geld verschuldigd zijn, bijvoorbeeld doordat ze de overeenkomst mee hebben ondertekend. Als een incassobedrijf zich niet aan die regels houdt, riskeert het zware sancties. Het dreigt zelf te moeten opdraaien voor de schuld die het probeert in te vorderen. Heeft de schuldenaar de factuur betaald, dan kan hij dat bedrag terugeisen van het incassobureau als blijkt dat het de regels heeft overtreden. Bovendien kan het bureau worden veroordeeld tot een geldboete of zelfs zijn erkenning verliezen. Wie een brief van een incassobureau krijgt, doet er goed aan eerst te onderzoeken of die aan de wettelijke regels voldoet. Is dat het geval en is de factuur inderdaad onbetaald gebleven, dan is het verstandig dat bedrag te voldoen. Als de bestemmeling de factuur betwist, vecht hij de aanmaning het beste aan door een aangetekende brief te sturen naar het incassobedrijf en naar de schuldeiser voor wie het bureau optreedt. Incassobedrijven mogen personen die hun schuld hebben betwist, niet blijven lastigvallen. Ze mogen de debiteur ook geen schuldbekentenis doen ondertekenen. Wie een factuur krijgt voor iets wat hij niet heeft besteld of niet heeft ontvangen, moet daar zeker bezwaar tegen aantekenen. Doet hij dat niet, dan riskeert hij dat dit wordt geïnterpreteerd als een aanvaarding van de factuur. Als een incassobureau zich niet aan de regels houdt, kan de consument daartegen klacht indienen bij de dienst Controle en Bemiddeling van de federale overheidsdienst Economie, Front Office - NGIII, Koning Albert II-laan 16, 3de verdieping, 1000 Brussel, fax: 02/277.54.52 U kunt dat ook online doen via de website van de dienst (http://economie.fgov.be/nl/geschillen). JAN ROODHOOFTIn het verleden pakten sommige incassobureaus consumenten op een intimiderende en zelfs agressieve manier aan. De wetgever heeft daar paal en perk aan gesteld.