Lafarge -- de grootste cementgroep ter wereld, na het Zwitserse Holcim -- ziet steeds meer licht aan het einde van de tunnel. De overname van het Egyptische Orascom Cementin december 2007 tegen 8,8 miljard euro kreeg applaus van alle analisten, omdat ze strategisch zo belangrijk was. Maar de timing kon moeilijk slechter, net voor de internationale bankencrisis uitbrak. Sindsdien wordt Lafarge op de voet gevolgd door analisten en kredietwaardigheidsbureaus.
...

Lafarge -- de grootste cementgroep ter wereld, na het Zwitserse Holcim -- ziet steeds meer licht aan het einde van de tunnel. De overname van het Egyptische Orascom Cementin december 2007 tegen 8,8 miljard euro kreeg applaus van alle analisten, omdat ze strategisch zo belangrijk was. Maar de timing kon moeilijk slechter, net voor de internationale bankencrisis uitbrak. Sindsdien wordt Lafarge op de voet gevolgd door analisten en kredietwaardigheidsbureaus. Een grote tegenslag voor CEO Bruno Lafont was dat Lafarge zijn investment-graderating kwijtspeelde en werd veroordeeld tot de rommelstatus. Lafont werkt daarom al jaren aan de afbouw van de hoge schuldenlast van de groep, onder meer door minder investeringen en een dubbele halvering van het dividend (van 2 naar 1 euro per aandeel in 2011 en van 1 naar 0,50 euro in 2012; intussen weer 1 euro per aandeel). Hij zette een kostenbesparingsprogramma van 1,3 miljard euro, dat afgerond moet zijn tegen eind 2015 (400 miljoen euro voor dit jaar). Daarnaast deed hij activa van de hand. Zo nam de Belgische Etex Groep in 2011 voor 850 miljoen euro het leeuwendeel van de Europese en Latijns-Amerikaanse gipsactiviteiten over. Door al die maatregelen daalde de netto financiële schuld van Lafarge van afgerond 14 miljard euro eind 2010 naar 10,3 miljard euro eind vorig jaar, tegenover 11,3 miljard euro eind 2012. Lafont had gemikt op een daling tot 10 miljard euro in 2013 en hoopt nu dat de netto financiële schuld afneemt tot onder 9 miljard euro dit jaar. Lafarge hoopt zijn verloren investmentgradestatus dit jaar terug te winnen. Lafont werd bij de afbouw van de schulden gehinderd door de zwakke conjunctuur, vooral in West-Europa, en door de politieke instabiliteit in het Midden-Oosten. Dat heeft het herstel van de winstgevendheid flink afgeremd en bijgevolg ook de mogelijkheid om de schulden af te bouwen. De omzet in 2013 bedroeg 15,2 miljard euro, terwijl de bedrijfskasstroom (ebitda) uitkwam op 3,1 miljard euro. Eind vorig jaar bedroeg de netto financiële schuld dus nog 3,3 keer de ebitda, wat nog altijd aan de hoge kant is. Vorig jaar was nog sprake van een omzetdaling met 4 procent en een terugval van de ebitda met 9 procent, tot 3,1 miljard euro. Dat betekent een verdere daling van de ebitda-marge van 21,6 naar 20,4 procent. De nettowinst per aandeel steeg wel van 1,27 naar 2,09 euro. Van veel operationele beterschap was er in 2013 dus nog geen sprake. Voor 2014 rekent de bedrijfstop daar wel op, met een herstel van de markten en een groei van 2 tot 5 procent van de vraag in volume. Lafarge verwacht vooral een aanhoudende groei in de opkomende landen (twee derde van de ebitda in 2013). Vooral in Afrika gaat Lafarge stevig vooruit. De huidige koers is nog minder dan de helft van de topkoers uit 2008, gelijk aan de boekwaarde en 8 keer de verwachte verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de bedrijfskasstroom (ebitda). Daarom vinden we het aandeel koopwaardig. DANNY REWEGHS