Om er een idee van te hebben welke richting de koersen zullen uitgaan, moeten we eerst proberen om de bewegingen van de voorbije weken en maanden beter te begrijpen.
...

Om er een idee van te hebben welke richting de koersen zullen uitgaan, moeten we eerst proberen om de bewegingen van de voorbije weken en maanden beter te begrijpen. De eerste fase van de stijging (2009) was logischerwijze ook de meest spectaculaire. Na de uitverkoop van eind 2008 en begin 2009 werden de financiële markten vorig jaar overspoeld met extra liquiditeiten. De centrale banken verlaagden de rentevoeten en een groot deel van het extra beschikbare geld vloeide naar de aandelenmarkten. Dat was geen element dat specifiek was voor de grondstoffensector, maar voor aandelen uit vrijwel alle sectoren. Een massale schuldafbouw was een andere reden voor de koersstijgingen die wél vooral op de grondstoffenindustrie van toepassing was. In de periode na de stijging van de grondstoffenprijzen (vanaf 2004-2005) had een grootschalige consolidatie plaatsgevonden. Bedrijven die dachten dat de prijzen tot in de hemel zouden stijgen, betaalden hoge sommen voor hun prooien. Het gevolg was dat de schuldenlast in bepaalde gevallen hoog opliep. Dat werd pas een probleem toen de grondstoffenprijzen begonnen te dalen en het oorspronkelijke rekensommetje van de overnemer wat de winstbijdrage van het overgenomen bedrijf betreft niet langer realistisch bleek. Het beste voorbeeld was Rio Tinto, dat zich zwaar verslikte in de overname van de Canadese aluminiumproducent Alcan en op een bepaald moment tegen een schuldenberg van bijna 40 miljard Amerikaanse dollar aankeek. Die schulden werden in de loop van vorig jaar fors afgebouwd, enerzijds door de verkoop van overtollige activa en anderzijds door strikte kostenbesparingen. Een ander element dat de aandelenkoersen van de grondstoffenbedrijven ondersteunde, was de stijging van de grondstoffenprijzen zelf, waardoor de kasstromen en de winst opnieuw toenamen. Die stijging hing samen met de grote vraag vanuit China, dat de drijvende kracht was achter de grondstoffenhausse van 2010. China voerde massaal grondstoffen in voor eigen gebruik en om de strategische voorraden opnieuw aan te vullen. Als gevolg van de lage prijzen hadden heel wat mijnbedrijven hun productiecapaciteit fors afgebouwd, waardoor de hogere Chinese vraag automatisch voor opwaartse prijsdruk zorgde. Na meer dan een jaar van prijsstijgingen begon er sleet te komen op het optimisme. Er was niet één bepaalde aanleiding die voor een omslag in het sentiment zorgde, maar wel een combinatie van factoren. De Europese schuldencrisis was niet meer dan een alibi om wat winst te nemen. Europa speelde maar een heel bescheiden rol in de globale herneming van de vraag naar grondstoffen en kon die beweging bijgevolg maar moeilijk stoppen. De impact van China is veel belangrijker. De oplopende inflatie bracht de Chinese overheid er toe om een aantal maatregelen te nemen dat oververhitting van de economie moest voorkomen. Daartoe behoren monetaire maatregelen (strengere kredietverlening) en het afbouwen van overtollige productiecapaciteit. Bovendien was een verdere uitbouw van de strategische voorraden aan de sterk opgelopen prijzen niet langer interessant. De extra vraag naar grondstoffen zal dus naar alle verwachting de komende maanden minder snel stijgen, zodat zowel voor de grondstoffen als voor de gerelateerde aandelen een prijsconsolidatie zich opdringt. Niet elke grondstof had even hard te lijden onder de correctie (zie tabel). Dat was ook bij de aandelen het geval. Met uitzondering van palladium was de goede prestatie van de edelmetalen (vooral goud, zie kaderstuk) opmerkelijk. Bij koper en aluminium bleef de prijsdaling nog binnen de perken, maar lood en zink kregen de volle laag. Dat onderscheid trok zich door naar de grondstoffenaandelen, waar de goud- en zilveraandelen nagenoeg stabiel bleven, terwijl de gediversifieerde grondstoffenbedrijven zware klappen kregen. De consolidatiefase kan naargelang van de grondstof een andere vorm aannemen. Een korte adempauze waarna de prijzen opnieuw beginnen te stijgen of een langere periode met per saldo stagnerende prijzen zijn mogelijk. Alles hangt af van de vraag- en aanbodsituatie. Bij aluminium, zink en in mindere mate nikkel dreigt een overaanbod, terwijl daar bij koper absoluut geen gevaar voor is. We verwachten dat de grondstoffen en gerelateerde aandelen zich de komende maanden in een vrij brede prijsvork zullen bewegen. Enerzijds moeten de forse prijsstijgingen van het voorbije jaar worden verteerd, anderzijds moeten voor verschillende grondstoffen de vraag en het aanbod opnieuw in evenwicht worden gebracht. Een herhaling van de brutale uitverkoop zoals in 2008 verwachten we niet. De situatie is nu helemaal anders dan toen en bovendien voor elke grondstof anders. De tijd van gemakkelijke winsten is voorbij, zoveel is zeker. Een consolidatieperiode is tegelijk een zegen en een zorg voor de beleggers. Een tradi-tionele buy-and-holdstrategie, die het voorbije jaar uitstekend gewerkt heeft, lijkt ons niet langer de meest aangewezen strategie. Dat schept kansen voor traders, die hun slag kunnen slaan wanneer het negatieve sentiment op de markt overheerst. Los van alle beslommeringen op korte termijn zijn we positief voor de vraag naar grondstoffen wat de iets langere termijn betreft. De potentiële groei aan de aanbodzijde is voor heel wat grondstoffen beperkt (bijvoorbeeld koper, platina), terwijl de industrialisatie van Azië en de toegenomen interesse van investeerders voor reële activa garant staat voor een aanhoudend hoge vraag. De grondstoffenaandelen hadden relatief meer te lijden onder de beurscorrectie dan de brede markt. Toch is er geen reden voor paniek, want de meeste bedrijven realiseren hoge kasstromen en zullen dat ook de komende kwartalen blijven doen. Er blijven op korte termijn weliswaar nog talrijke onzekerheden op economisch vlak, maar de recente terugval is eerder een koopgelegenheid. We beschouwen de grote gediversifieerde grondstoffenbedrijven als BHP Billiton, Rio Tinto, Xstrata en Vale op dit moment als de meest defensieve keuze. Bij de bedrijven die gespecialiseerd zijn in individuele grondstoffen, is het risico hoger. Koper zit door de specifieke vraag- en aanbodsituatie in veel betere papieren dan bijvoorbeeld aluminium en zink. Individuele bedrijven uit die laatste twee sectoren zouden we daarom mijden, terwijl een koperproducent als FreeportMcMoRan wel een interessante keuze is. (C) Door Koen LauwersGrote gediversifieerde grondstoffenbedrijven als BHP Billiton, Rio Tinto, Xstrata en Vale zijn op dit moment de meest defensieve keuze.