De hervorming van de fiscale procedure begint meer en meer te lijken op de processie van Echternach.
...

De hervorming van de fiscale procedure begint meer en meer te lijken op de processie van Echternach.Nu de meeste regeringsleden met vakantie zijn, zit er voor de belastingplichtige niets anders op dan af te wachten. Afwachten in welke richting de nieuwe belastingen zullen gaan die vrijwel zeker in het kader van de volmachtwetten zullen worden uitgevaardigd. Afwachten welke vorm zij zullen aannemen : komen er nieuwe belastingen of worden de bestaande belastingen verhoogd ? En afwachten waar ze het hardst zullen toeslaan ?Voor wie wil gokken, is het allicht aangewezen om vooral de indirecte belastingen in het oog te houden. Insiders vertellen dat de meeste wijzigingen vanuit die hoek te verwachten zijn. Wat niet verwonderlijk is. Een verhoging van de indirecte belastingen kost uiteraard evenveel als een gelijkwaardige verhoging van de directe belastingen. Maar ze doet minder pijn. Deskundigen in de belastingpsychologie vertellen al jaren dat indirecte belastingen minder gevoeld worden en minder zichtbaar zijn dan de directe belastingen, de personenbelasting op kop. COMPENSERENDE HEFFING.Voorts is het wachten op zoveel andere maatregelen. Op de in het vooruitzicht gestelde verlaging van de successierechten waarover vooral in het Vlaamse Gewest veel wordt gepraat. Op de definitieve afschaffing van de compenserende heffing op hoge roerende inkomsten. Op de al lang toegezegde afschaffing van de indexering van het kadastraal inkomen van materieel en outillage. Op de beloofde verlaging van het BTW-tarief ten aanzien van de sierteelt en de allicht daaraan te koppelen afschaffing van de accijnzen op mineraalwater. Op de concrete uitwerking van een verhoogde gespreide investeringsaftrek voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling een beslissing die begin mei werd genomen, maar waarvan inmiddels niets meer is gehoord. En op de concretisering van de beslissing om ook bij de aanwerving van een diensthoofd van de exportdienst in een belastingvrijstelling van 440.000 frank te voorzien een beslissing die al dateert van begin februari en waarvan sindsdien ook niets meer is gehoord. HERVORMING PROCEDURE.Wachten ook op de al zo lang aangekondigde hervorming van de fiscale procedure. Een lijdensweg waaraan maar geen einde schijnt te komen. Ze werd indertijd met veel poeha aangekondigd, maar heeft inmiddels veel weg van de bekende processie van Echternach. Twee stappen vooruit en een achteruit.Eerst is er een groot voorontwerp van wet geweest. Honderden bladzijden dik. Met een zeer ambitieuze hervorming. Een hervorming waarbij zowat alle fiscale procedures in verband met nagenoeg alle belastingen zouden worden geüniformiseerd en in groot procedurewetboek samengebracht. Maar dat bleek al gauw veel te hoog gegrepen. De Raad van State velde een vernietigend oordeel. Of althans, het vermoeden bestaat dat de Raad van State zich zeer negatief heeft uitgelaten over dat grote voorontwerp. Want niemand van de buitenwereld heeft dat advies ooit te zien gekregen. Het is op het kabinet van de minister van Financiën blijkbaar onmiddellijk in de onderste lade achter slot en grendel weggestopt. Waarna men ogenblikkelijk een nieuw voorontwerp van wet is beginnen uitwerken dat veel minder omvangrijk en veel minder verregaand was.Dat nieuwe voorontwerp kreeg de vorm van twee afzonderlijke wetsontwerpen, die midden vorig jaar voor advies aan de Raad van State werden voorgelegd. Maar de Raad zond de twee ontwerpen terug. Hij vond dat de twee wetsontwerpen in één enkel ontwerp moesten worden verwerkt, en dat daarbij artikel per artikel moest worden aangeduid welke artikels in ieder geval door de Kamer én de Senaat moeten worden behandeld, en welke artikels in principe alleen maar langs de Kamer moeten passeren.Het kabinet heeft daarop een nieuw voorontwerp klaargestoomd dat aan de wensen van de Raad van State tegemoetkwam, en dat vervolgens voor inhoudelijk advies aan die Raad is voorgelegd. Naar verluidt heeft de Raad zijn nieuw advies nu zo goed als klaar. Zodat de hervorming van de fiscale procedure uiteindelijk dan toch op gang kan komen. Zij het in een zeer afgeslankte vorm. Bovendien denkt men eraan een deel van die hervormingen vlug door te voeren bij volmachtbesluit op de punten waar de kaderwetten de regering daartoe de bevoegdheid verlenen, waarna de meer ingrijpende wijzigingen bij wijze van gewone wet zouden worden doorgevoerd.FISCALE RECHTBANKEN.Maar zoals gezegd, is het ook op dit vlak afwachten wat daarvan allemaal concreet in huis zal komen. Zo is het bijvoorbeeld nog zeer onzeker wat men op het gebied van de fiscale rechtbanken zal doen. De regering had het plan opgevat om de geschillenregeling in eerste aanleg zowel op het gebied van de directe belastingen als op het gebied van de BTW te concentreren bij nieuw op te richten administratieve fiscale rechtbanken. Deze zouden worden bevolkt door belastingrechters die binnen de fiscale administraties zouden worden gerecruteerd. Maar tegen die plannen is veel verzet gerezen. Onder meer omdat het vrijwel onmogelijk is om in hoofde van zo'n administratieve belastingrechters de nodige onafhankelijkheid en onpartijdigheid te garanderen. Het blijven immers ambtenaren. Vandaar dat sinds enige tijd stemmen opgaan om de fiscale geschillenregeling ook in eerste aanleg te organiseren binnen het bestaande gerechtelijk apparaat zoals dit op dit ogenblik al voor de BTW het geval is. Een denkrichting die een serieuze kans op slagen heeft. De huidige minister van Justitie zou immers, in tegenstelling tot zijn voorganger, ook gewonnen zijn voor deze idee. BELASTINGCONSULENTEN.Van de richting die men met deze geschillenregeling uitgaat, hangt veel af. Onder meer ook, de wijze waarop men het beroep van belastingconsulent denkt te organiseren. De recente pogingen om het beroep van belastingconsulent te reglementeren, zijn immers ondernomen omdat men de belastingconsulenten in de running wou houden om de belastingplichtigen voor de nieuwe administratieve rechtbanken te vertegenwoordigen. Als die nieuwe rechtbanken er niet komen althans niet binnen de belastingadministratie, moet vanzelfsprekend ook heel het vraagstuk van de vertegenwoordiging van de belastingplichtigen worden herbekeken. VERLIESRECUPERATIE.Afwachten dus. Niet alleen wat de wetgever gaat doen, maar ook wat de hoven en rechtbanken in petto hebben. Zo wordt al geruime tijd uitgekeken naar het arrest dat het Arbitragehof weldra zal moeten vellen over de wettelijke maatregel die aan slapende vennootschappen het recht op verliesrecuperatie ontzegt. Die maatregel is van bij het begin zeer scherp op de korrel genomen. Onder meer omdat de omschrijving van wat onder een slapende vennootschap moet worden verstaan, zeer ruim is en ook vennootschappen omvat die bijvoorbeeld bij het begin van hun activiteiten weinig omzet creëren. Volgens de wet krijgt een vennootschap immers het statuut van slapende vennootschap zodra de gemiddelde omzet van drie belastbare tijdperken lager is dan 5 % van het gemiddelde van de geboekte activa. Volgens veel waarnemers is deze wettelijke maatregel ronduit discriminerend. Een zestal vennootschappen heeft dan ook een verzoek tot vernietiging wegens discriminatie bij het Arbitragehof ingediend. En blijkbaar is men er ook op het kabinet van de minister van Financiën niet gerust in. De minister weigert immers al maanden om te antwoorden op vragen die worden gesteld over de concrete toepassing van de maatregel die aan slapende vennootschappen het recht op verliesrecuperatie ontzegt. Ook de Administratie heeft de maatregel tot nog toe niet van commentaar voorzien. Allicht omdat men er terdege rekening mee houdt dat het Arbitragehof deze maatregel ook discriminerend zal vinden.JAN VAN DYCK Jan Van Dyck is fiscalist.