Y es we can. De wat uitgewoonde slogan waarmee de Amerikaanse president Barack Obama de verkiezingen won, duikt onvermijdelijk op tijdens een gesprek met Pierre-Alain De Smedt, de Trends International Manager of the Year 2004. De Smedt houdt het weliswaar op een variant. Zijn motto luidt 'Niets is onmogelijk'. De loopbaan van de inwoner van Oostende is daarvan het sprekende bewijs.
...

Y es we can. De wat uitgewoonde slogan waarmee de Amerikaanse president Barack Obama de verkiezingen won, duikt onvermijdelijk op tijdens een gesprek met Pierre-Alain De Smedt, de Trends International Manager of the Year 2004. De Smedt houdt het weliswaar op een variant. Zijn motto luidt 'Niets is onmogelijk'. De loopbaan van de inwoner van Oostende is daarvan het sprekende bewijs. Op donderdag 24 maart wordt Pierre-Alain De Smedt de nieuwe voorzitter van het VBO, de belangrijkste werkgeversorganisatie van ons land. Voorheen scheerde De Smedt voor een Belg ongewoon hoge internationale toppen. Hij was in de jaren negentig het hoofd Zuid-Amerika bij Volkswagen. En tussen 1999 en 2004 was hij operationeel directeur bij Renault; de nummer twee na Louis Schweitzer. "België heeft prachtige ondernemers. Maar ik vrees dat het bij de jonge generatie soms wat aan lef en durf ontbreekt", zucht de topman. PIERRE-ALAIN DE SMEDT. "In het begin is het niet leuk. De agenten volgen je overal. Tot in het toilet. Je hebt geen privéleven meer. Maar vreemd genoeg word je dat gewoon. Je voelt hun aanwezigheid niet langer. In São Paulo had je gemiddeld één kidnapping per dag. Het waren steeds bedrijfsleiders. Die ontvoeringen duurden nooit lang. Het losgeld werd snel betaald. Het moest snel gaan. Of je betaalde, of je werd vermoord." DE SMEDT. "Uiteraard. Als voorzitter van Europalia ga ik de jongste maanden weer geregeld naar Brazilië. De veiligheid is toch sterk verbeterd in São Paulo. Het hangt heel nauw samen met armoede. De economie in Brazilië draait volop. De hangjongeren van vroeger, de drugshandelaars, werken nu." DE SMEDT. "Ik houd van Brazilië. Het waren de beste jaren van mijn loopbaan. Ik kwam in 1990 in een reuzenbedrijf met 65.000 werknemers. Volkswagen Anchieta, in de industriële wijk San Bernardo. Het was een joint venture van Ford en Volkswagen. De Duitsers hadden het bedrijf al opgegeven. Het bleef maar verliezen maken. Ik mocht het verkopen. Ik kon zelfs nog geld toesteken voor de koper. Ik kwam daar dus in een zeer moeilijke context. En daarnaast was er de zware economische recessie in Brazilië. Maar de conjunctuur beterde in 1992 en 1993, ondanks de hyperinflatie. In 1993 maakten we één miljard dollar winst. Ik stuurde 500 miljoen naar Wolfsburg, het hoofdkantoor van Volkswagen, en 500 miljoen naar Detroit bij Ford. Vanaf 1994 ging de productie omhoog. Dat was ook gunstig voor de tewerkstelling. Dat doet deugd voor een ondernemer, hoor." DE SMEDT. "Hij werkte als arbeider in de fabriek. Hij startte er met een vakbond, waaruit later zijn politieke partij Partido dos Trabalhadores (PT) groeide. Lula was al partijvoorzitter toen ik de fabriek leidde. Hij kwam nog geregeld campagne voeren bij Volkswagen. Ik had toen vooral contact met zijn opvolger bij de vakbond, Vicentinho. Een zeer verstandige kerel. Met hem heb ik aan het begin van de jaren negentig moeten onderhandelen over de herstructureringen. Dat was niet gemakkelijk. Maar er was wederzijds vertrouwen. Ik heb nog door hem gesigneerde boeken over de Klassenstrijd. We hadden een goede relatie. Via hem leerde ik dan ook Lula kennen. En mijn nummer twee bij Volkswagen, Miguel Jorge, werd onder de president de minister voor Industrie en Handel. Want Lula was als president een pragmaticus. 'Ja, Jorge is een zakenman. Maar ik respecteer hem'." DE SMEDT. "Louis Schweitzer wou mij als opvolger van Carlos Ghosn. Die ging als CEO de situatie bij het Japanse Nissan rechttrekken (Renault is de grootste aandeelhouder van Nissan, nvdr). Ik heb zes maanden nee gezegd tegen Schweitzer. Want ik was heel tevreden bij Volkswagen. Maar het was een enorm mooie functie bij Renault. Ik werd hoofd van alle fabrieken in de wereld. De baas van onderzoek en ontwikkeling. De aankoop. Plus Zuid-Amerika, door mijn ervaring. Op een zaterdag heb ik dan vier uur lang met Schweitzer gesproken. En ik besloot: 'Ja, ik kom'. Ferdinand Piëch - de alom gevreesde voorzitter van de raad van bestuur van Volkswagen Groep - was kwaad." DE SMEDT. "Ha! ( grinnikt). Ik zag hem begin maart nog op het Autosalon in Genève. Ik vermoed dat hij nog altijd kwaad is. Al toont hij het niet. Piëch vergeet niet gemakkelijk. Hij had me twee, drie keer gezegd: 'Ik ben tevreden over u'. Dat is helemaal zijn stijl niet. En dan dat vertrek. Ik voelde me er eerlijk gezegd zelf niet goed bij. Maar ja. Zo is het leven." DE SMEDT. "Renault beloofde het behoud van 400 banen voor tien jaar. Die belofte heb ik ook uitgevoerd. Was die sluiting te vermijden? Ik zou het toch niet gemakkelijk gedaan hebben. Gelukkig is de fabriek in Vorst opengebleven. Ik was tijdens de aankondiging van de sluiting van Volkswagen al terug in België, als voorzitter van Febiac. Achter de schermen heb ik eraan meegewerkt. Want ik kende in Wolfsburg alle productieverantwoordelijken nog heel goed. Maar il faut rendre à César ce qui appartient à César. De echte redders van de fabriek waren premier Guy Verhofstadt, Ferdinand Piëch, en Roland D'Ieteren." DE SMEDT. "De Belgische invoerder van Volkswagen heeft al decennia een zeer nauwe relatie met de groep. Roland kent Piëch heel goed. Bij Roland D'Ieteren speelde de overtuiging. Hij voelde zich als ondernemer verantwoordelijk voor de mensen en hun tewerkstelling. Ook al blijft hij daar zelf zeer discreet over." DE SMEDT. "Hij is een man van de groei. Aan Verhofstadt liet hij verstaan dat hij die sluiting heel vervelend vond. Hij had nog nooit in zijn leven een fabriek gesloten. Maar je moet ook wat geluk hebben in het leven. Audi ging maand na maand vooruit. Audi kreeg een tekort aan capaciteit." DE SMEDT. "Helaas. We zochten een investeerder, samen met Kris Peeters. De Vlaamse minister-president heeft al het mogelijke en het onmogelijke gedaan. We waren er heel dicht bij. Er waren Chinese investeerders. Maar wellicht was het twee, drie jaar te vroeg. In het leven is timing enorm belangrijk. Maar ik ben vandaag dus helemaal niet pessimistisch of fatalistisch over de automontage in België. De pluspunten blijven. De kwaliteit van de werknemers. De geografische ligging in het hart van Europa, met de havens. De kwaliteit van het assemblagewerk wordt overal erkend. Maar we hebben de hoge lonen. Ik heb bij Renault nog de Dacia-fabriek in Roemenië, en de Logan, ontwikkeld. Daar heb je lonen van anderhalve euro per uur. Alles inbegrepen, ook de sociale lasten." DE SMEDT. "Je moet eens een lijst maken van onze goede bedrijven. Wel, dat is een lange lijst. Wij hebben goede ondernemers. Maar er ontbreekt wat durf om naar het buitenland te gaan. Zeker bij de jongere generaties ontbreekt dat lef. De jeugd is angstig. Ze hoort alleen maar over crisis en werkloosheid. Doom and gloom. Ze willen ambtenaar worden. Want dat biedt veiligheid, zekerheid. Die ondernemersgeest moet terugkeren bij de jeugd." WOLFGANG RIEPL"Bij Dacia in Roemenië heb je lonen van anderhalve euro per uur. Alles inbegrepen, ook de sociale lasten" "De echte redders van Volkswagen Vorst waren premier Guy Verhofstadt, Ferdinand Piëch, en Roland D'Ieteren"