In het atelier bij de gerestaureerde hoeve van Joris Potvlieghe in het Pajottenland staan twee ambachts-lui over een werktafel gebogen. Een iemand is bezig met een clavichord, een klein klavierinstrument dat vooral in de kamermuziek van de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke rol speelde. Vlakbij staat nog een klein orgel uit 1834 te wachten op restauratie, maar de blikvanger staat in het midden van het atelier: een imposant, bijna tien meter hoog orgel. Het is een instrument in Noord-Duitse stijl, bestemd voor de parochie Walfergem, een gehucht bij Asse. "Een pater daar droomt al lang van een eigen orgel. Naarmate er middelen beschikbaar komen, werken we eraan verder. We zijn er al vijf jaar mee bezig. Elke pijp...

In het atelier bij de gerestaureerde hoeve van Joris Potvlieghe in het Pajottenland staan twee ambachts-lui over een werktafel gebogen. Een iemand is bezig met een clavichord, een klein klavierinstrument dat vooral in de kamermuziek van de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke rol speelde. Vlakbij staat nog een klein orgel uit 1834 te wachten op restauratie, maar de blikvanger staat in het midden van het atelier: een imposant, bijna tien meter hoog orgel. Het is een instrument in Noord-Duitse stijl, bestemd voor de parochie Walfergem, een gehucht bij Asse. "Een pater daar droomt al lang van een eigen orgel. Naarmate er middelen beschikbaar komen, werken we eraan verder. We zijn er al vijf jaar mee bezig. Elke pijp in het orgel - er zitten er een paar duizenden in, die allemaal verschillen van maat en diameter - maken we met de hand in het atelier." Instrumenten bouwen heeft Joris Potvlieghe (42) met de moedermelk meegekregen. Vader en zoon Potvlieghe staan bij menige nationale en internationale orgelopname vermeld als restaurateur of bouwer van het instrument. "We maken nu klavichorden die over de hele wereld te vinden zijn: Australië, Canada, Brazilië... Ze worden gebruikt door universiteiten, conservatoria, topmuzikanten. Klavichorden bouwen was een beetje mijn manier om me te profileren tegenover mijn vader. Maar ik had van jongs af aan nog een andere, heel persoonlijke interesse: luidsprekers en versterkers. Ik ben al sinds mijn tienerjaren gefascineerd door geluidsopname en -weergave. Op mijn vijftiende knutselde ik mijn eerste eigen luidspreker ineen. Daarna heb ik me toegelegd op instrumentenbouw, maar omdat diezelfde instrumenten gebruikt worden voor concerten en cd-opnames, werd die oude liefde nieuw leven ingeblazen en kwam ik opnieuw in contact met de wetenschap van de audiotechniek en de akoestiek." Het duurde tot eind de jaren negentig voor Potvlieghe effectief terugkeerde naar het maken van luidsprekers en versterkers. Toen hij een nieuwe muziekinstallatie nodig had, besloot hij zelf een luidspreker te maken. "Ik had er al ervaring mee, maar ook mijn expertise in het bouwen van muziekinstrumenten is een voordeel. Ik ben een purist als het op geluidsweergave aankomt. Een luidspreker vormt het spiegelbeeld van een muziekinstrument: bij een instrument streef je naar een bepaalde klankkleur, terwijl een luidspreker zo neutraal mogelijk moet klinken. Maar de kennis van materialen en akoestiek is dezelfde. We hebben alles in huis voor de houtbewerking, terwijl de woofers en de tweeters van de luidsprekers afkomstig zijn van een gespecialiseerd Scandinavisch bedrijf. Het resultaat was een luidspreker die in tien jaar tijd niet zoveel is veranderd: de Orator PSI 300. Voor de ontwikkeling ervan werk ik samen met de Vrije Universiteit Brussel. Het is een 'high end' luidspreker gericht op veeleisende melomanen en audiofielen. Aan één paar luidsprekers werken we bijna één maand. Ze kosten 8500 euro en ik heb er tot nu toe ongeveer 25 van verkocht." Naast de bijna 1 meter hoge luidspreker fabriceert Joris Potvlieghe ook een lampenversterker, de Orator CA45. "Lampenversterkers waren een tijdje uit beeld verdwenen, maar worden nu opnieuw gebruikt. Ze hebben een heel levendig en helder geluid. Een transistor is compacter, terwijl een lampenversterker nogal zwaar en duur is om te maken. Maar een lampenversterker heeft sterke akoestische troeven. Echte audiofielen verkiezen daarom zo'n versterker", aldus Potvlieghe. "Het zit allemaal vrij goed, alleen moet ik het commercieel nog wat beter aanpakken. Wat dat betreft, zit er veel meer in." (T) Door Dominique Soenens / Foto's: Piet Goethals