De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be De regering draait de klok terug. De bevrijdende roerende voorheffing wordt opnieuw ingevoerd. Maar de belegger bekoopt dat met een algemene verhoging van de roerende voorheffing van 21 naar 25 procent. Bij de vorming van de regering-Di Rupo werd besloten het systeem van de bevrijdende roerende voorheffing, dat al dertig jaar bestond, af te voeren. Roerende inkomsten moesten voortaan worden vermeld op het aangifteformulier voor de personenbelasting, zoals overigens in de meeste ontwikkelde landen het geval is. Parallel daarmee werd het tarief van de belasting opgetrokken van 15 naar 21 procent, en werd een belasting van 25 procent ingevoerd -- de 'rijkentaks' -- voor wie een inkomen van intresten en dividenden van meer dan 20.020 euro had. Tegelijk werd werk gemaakt van het in kaart brengen van de rijkdom van de Belgen, door de verplichting om intresten en dividenden te melden aan een 'centraal aanspreekpunt' van de fiscus. Belastingplichtigen konden alleen ontsnappen aan die verplichting door het verschil tussen 21 en 25 procent roerende voorheffing te laten inhouden aan de bron. Al die plannen die eind 2011 in wetteksten werden gegoten, hebben tot een nooit geziene chaos geleid. Die was zo groot dat de regering heeft besloten terug te keren naar het oude systeem: een bronheffing die bevrijdend is, en dus tot gevolg heeft dat intresten en dividenden waarvan de roerende voorheffing aan de bron wordt ingehouden, niet langer hoeven te worden vermeld op het aangifteformulier voor de personenbelasting. Toen de regering een jaar geleden de 'rijkentaks' invoerde, legde ze de lat op 20.020 euro. Wie intresten en dividenden boven dat bedrag heeft, werd geacht rijk te zijn en moest op het gedeelte boven die grens 4 procent extra belasting afdragen. Voortaan is iedereen die naast een gewoon spaarboekje andere roerende inkomsten heeft kennelijk rijk, en moet iedereen dus die 4 procent extra belasting betalen. Wat nog meer pijn gaat doen, is de beslissing van de regering dat belastingplichtigen voortaan niet alleen buitenlandse bankrekeningen moeten melden op hun aangifte voor de personenbelasting, maar ook levensverzekeringen die ze in het buitenland hebben afgesloten. De voorbije jaren hebben veel landgenoten de buitenlandse banktegoeden die ze verborgen wilden houden voor de Belgische fiscus, ondergebracht in een buitenlandse levensverzekering. Ze wilden buitenlandse tegoeden die het daglicht niet kunnen velen, op die manier veilig opbergen. Aan dat sprookje komt vanaf het aanslagjaar 2013 een einde. Ook buitenlandse levensverzekeringen komen voortaan in het vizier van de Belgische fiscus. Wie daaraan wil ontsnappen, zal zijn heil veel verder moeten zoeken. Al kan de vraag worden gesteld, of er nog wel een ontsnappingsroute bestaat. De uitbreiding van de aangifteverplichting valt niet toevallig samen met de aankondiging van een nieuwe regularisatieronde. Aan wie iets te verbergen heeft, wordt een nieuwe mogelijkheid geboden om zijn fiscale toestand te regulariseren. Misschien moeten belastingplichtigen die iets te verbergen hebben toch maar overwegen op dat aanbod in te gaan. Dat dit de laatste regularisatiemogelijkheid zou zijn, mag echter met een korrel zout worden genomen. Ook de regularisatierondes van de voorbije jaren werden telkens voorgesteld als de allerlaatste reddingsboei. Toen in 2004 bijvoorbeeld de 'eenmalige bevrijdende aangifte' werd georganiseerd, luidde het ook dat er nadien niets meer mogelijk zou zijn. Zo veel jaren later weten we beter. Maar het valt niet te ontkennen dat het net sindsdien wordt gespannen, en dat de mazen steeds kleiner worden. JAN VAN DYCKDe verplichte aangifte van buitenlandse bankrekeningen wordt uitgebreid naar buitenlandse levensverzekeringen.