In december vorig jaar gebeurde iets opmerkelijks. Zowel BNP Paribas Fortis als KBC kondigde in nog geen drie dagen tijd aan te zullen toetreden tot de prille markt van de crowdfunding (geld ophalen via internet). BNP Paribas Fortis doet daarvoor samen met de internetbank Keytrade een beroep op het bestaande platform MyMicroInvest. KBC zette met Bolero zijn eigen crowdfundingplatform op, dat tegelijk gericht is op beleggingen in technologiebedrijven.
...

In december vorig jaar gebeurde iets opmerkelijks. Zowel BNP Paribas Fortis als KBC kondigde in nog geen drie dagen tijd aan te zullen toetreden tot de prille markt van de crowdfunding (geld ophalen via internet). BNP Paribas Fortis doet daarvoor samen met de internetbank Keytrade een beroep op het bestaande platform MyMicroInvest. KBC zette met Bolero zijn eigen crowdfundingplatform op, dat tegelijk gericht is op beleggingen in technologiebedrijven. BNP Paribas Fortis had nog maar pas geïnvesteerd in Co.Station, een coworkingruimte en accelerator aan het Brusselse Centraal Station, terwijl KBC een jaar eerder twee verdiepingen van de Antwerpse Boerentoren had omgetoverd tot de meer laagdrempelige incubator StartIt@KBC. Uiteraard kon ook ING niet achterblijven. De Nederlandse bank investeerde 7 miljoen in SmartFin, het nieuwe financiële investeringsfonds van Clear2Pay-oprichter Jurgen Ingels, met een focus op big data. De bank is ook hoofdsponsor van Devoxx, de jaarlijkse afspraak voor softwareontwikkelaars. Momenteel zetten innovatieve bedrijven als Uber of Airbnb vooral de dienstensector op zijn kop. Een nieuwe generatie drones, robots en met het internet verbonden toestellen (internet der dingen) warmt zich evenwel op om ook de meer traditionele sectoren over de knie te leggen. Nu er zich een heus start-upecosysteem ontwikkelt in België, starters een intensieve begeleiding krijgen in coworkingruimtes, incubatoren en acceleratoren, en die kruisbestuiving almaar meer creativiteit en ondernemerschap voortbrengt, achten de grote bedrijven de tijd gekomen om voet aan de grond te krijgen in de Belgische start-upwereld, waarin de start-ups vorig jaar samen maar liefst voor 64 miljoen euro kapitaal ophaalden (zie kader). "De grootbanken hebben er duidelijk voor gekozen een versnelling hoger te schakelen", zegt Omar Mohout, adviseur bij Sirris, het centrum van de technologische industrie, en spilfiguur in het Belgische ICT-start-upweb. "Dat is een goede zaak voor het ecosysteem. In België loopt meer dan zeventig procent van de financiering van bedrijven via banken, de rest via businessangels en investeringsfondsen. In de Verenigde Staten is die verhouding omgekeerd. Als we de toegang tot kapitaal voor onze starters willen verbeteren, moeten de banken mee." Ook de politiek is wakker geschoten. Het kabinet van Alexander De Croo (Open Vld), de eerste minister van Digitale Agenda in ons land, is druk bezig de Belgische bedrijven in kaart te brengen. Op 12 maart moet het kabinet De Croo klaar zijn met zijn huiswerk. Dan vindt in The Egg in Brussel de Tech Startup Day 2015 plaats, de jaarlijkse hoogmis voor de jonge techgemeenschap in ons land. Minister De Croo zal er de eerste draft van zijn digitale agenda voorstellen aan de Digital Minds of Belgium, een groep prominenten uit de technologiewereld die hij samenriep als klankbord voor de samenstelling van zijn agenda. Naast opiniemakers, financiers en CEO's van grote telecom- en internetbedrijven, zit in de groep ook een aantal vertegenwoordigers van de start-ups. Zij zullen de minister op de Tech Startup Day een manifest overhandigen met de eisen en verzuchtingen die tientallen ondernemers via #bestartupmanifesto hebben getweet. Tegen eind april moet dan de publieke lancering van de agenda volgen. "Het had twee jaar vroeger gemogen, maar het ziet ernaar uit dat er snel concrete voorstellen komen op basis van meetbare gegevens", zegt Karen Boers van Startups.be, de koepelorganisatie die de Tech Startup Day organiseert. Een van de problemen voor een efficiënte aanpak van het startersbeleid is dat de bevoegdheden over verschillende beleidsniveaus verdeeld zitten: de steden zijn belangrijk om kantoorruimte te creëren en voor de dagelijkse begeleiding, de gewesten zijn bevoegd als starters naar het buitenland trekken en het fiscale zwaartepunt ligt bij de federale overheid. Daarnaast heeft de Estse liberaal Andrus Ansip als de Europese commissaris voor Digitale Eengemaakte Markt een knoert van een opdracht. "Zijn uitdaging is van Europa één digitale markt te maken, met één taal en één belastingstelsel", zegt Karen Boers. Andere terugkerende bekommernissen zijn een grotere plaats voor ondernemerschap in het onderwijs, een taxshelter voor wie investeert in start-ups en een rechtstreekse vlucht van Brussel naar San Francisco, de toegangspoort tot Silicon Valley. Als grote universiteitsstad met een licht rebels karakter, baarde Gent de afgelopen jaren het grootste aantal succesvolle softwarebedrijven. Leuven blijft met het onderzoekscentrum imec het gros van de hardwarebedrijven leveren en Hasselt doet een verdienstelijke inhaalbeweging met de Corda Campus. Alleen Brussel en sinds kort ook Antwerpen genereren genoeg energie om van een echt stedelijk ecosysteem te kunnen spreken dat wedijvert met Gent. "Antwerpen maakt een indrukwekkende inhaalbeweging. De politieke beslissing om te versnellen werpt zijn vruchten af, terwijl Gent en Brussel wat ter plaatse blijven trappelen", zegt Omar Mohout. Sinds twee jaar trekt Antwerpen voluit de kaart van de start-ups. Met Evert Bulcke stelde de stad een projectmanager Startup City aan. De dienst startersbegeleiding werd aanzienlijk uitgebreid. In oktober kondigden burgemeester Bart De Wever (N-VA) en schepen van Economie Filip Heylen (CD&V) een investering van 2,3 miljoen euro aan in StartUpVillage, een pand bij het Mechelseplein dat op termijn plaats moet bieden aan vijftig tot zestig bedrijfjes. Met Telenet Idealabs, Duval Union, The CoFoundry en Start It @KBC zagen ook vier privé-initiatieven het licht in de havenstad. Sven De Cleyn van het digitale onderzoekscentrum iMinds ziet de inhaalbeweging van Antwerpen bevestigd in de cijfers: "Op de 56 bedrijven die zich inschreven voor ons recentste iStart-programma, komen er 20 uit Antwerpen en 13 uit Oost-Vlaanderen. De afgelopen drie edities lag die verhouding in evenwicht en daarvoor lag het zwaartepunt duidelijk in Oost-Vlaanderen." Volgens schepen van Economie Mathias De Clercq (Open Vld) zit ook Gent niet stil: "Wat ze in Antwerpen doen, is interessant, maar in Gent zijn we hier al een stuk langer mee bezig." De Arteveldestad krijgt naast de vele al bestaande initiatieven twee nieuwe ruimtes voor ondernemers: aan de Waalse Krook komt bij de stadsbibliotheek een onderzoekscentrum voor media en informatie en vorige week raakte bekend dat de incubator Ajuinlei 1 zich op het internet der dingen zal toeleggen. Midden maart stelt de stad haar eigen crowdfundingplatform voor en er wordt ook voort ingezet op de samenwerking met de Nederlandse technologiestad Eindhoven. In Brussel zit de bevoegdheid voor het startersbeleid op gewestelijk niveau. "Net als in Gent is wat in Brussel gebeurt meer door de ondernemingen gedreven", vertelt Karen Boers, die verwijst naar het laagdrempelige Café Numérique of de Meetups, waar geïnteresseerden samenkomen om over een bepaald thema te praten. Brussel huisvest met Betagroup ook de grootste techgemeenschap van het land. Met de recente investering van BNP Paribas Fortis in Co.Station en de plannen van KBC lijkt ook in de hoofdstad de bedrijfswereld aan invloed te winnen in het start-uplandschap. De wildgroei aan initiatieven van overheden en privébedrijven roept enkele vragen op. Zijn er genoeg fintechbedrijven (fintech staat voor financiële technologie) voor de ambitieuze plannen van de grootbanken? Zal de bijkomende incubatieruimte in Antwerpen (StartUpVillage), Gent (Krook, Ajuinlei 1) en Brussel (Silversquare, tweede Betacowork, KBC, gamingincubator BotKamp) opgevuld raken? Sven De Cleyn van iMinds vindt de initiatieven een goede zaak in het huidige globale groeiscenario. "Maar bij verzadiging riskeer je dat de ene stad start-ups afsnoept van de andere, wat natuurlijk de bedoeling niet is." Ook het verdienmodel blijft een heikel punt. Het is één zaak een app te ontwikkelen die van Tokio tot San Francisco wordt gebruikt, zoals onlangs het Belgische team achter de camera-app Frontback klaarspeelde. Het is iets anders er ook geld mee verdienen. Een deel van de financiële wereld blijft sceptisch over de huidige miljardenwaarderingen, meer in het bijzonder van software-as-a-servicebedrijven. Die SaaS-bedrijven leveren onlinediensten, vaak tegen een maandelijkse betaling. "Het probleem is dat deze bedrijven in de beginjaren per definitie cashflownegatief zijn, wat indruist tegen het gezond verstand van traditionele investeerders", zegt Omar Mohout. SaaS-bedrijven investeren in de beginjaren veel in marketing omdat ze wereldwijd de concurrentie moeten aangaan. Hoe meer ze investeren in marketing, des te groter de kans op exponentiële groei. "Die paradox zet een grote rem op de groeikansen van onze Belgische starters", zegt Mohout. "Zowel bij de banken als bij de succesvolle industriëlen zijn de geesten op dat vlak nog niet gerijpt." François de Borchgrave, managing director van het private-equityfonds Kois Invest, blijft voorzichtig: "Het is moeilijk om nu grote uitspraken te doen over deze nieuwe businessmodellen. Binnen tien jaar zullen we meer weten." SIMON VAN DORPE, FOTOGRAFIE KAREL DUERINCKX"De uitdaging is van Europa één digitale markt te maken, met één taal en één belastingstelsel" Karen Boers