ABSURDE SUBSIDIEPOLITIEK.
...

ABSURDE SUBSIDIEPOLITIEK."Binnen- en buitenlandse bedrijven staan te popelen om in ons land te investeren," zegt Bart Verhaeghe, gedelegeerd bestuurder van de Verelst-groep."Maar zij vinden geen geschikte locaties. De vraag is groter dan het aanbod. Intussen jaagt de bekrompen houding van de overheid alle ondernemers weg. Zo zag België het Europees distributiecentrum van Party Light - dochter van de op de New York Stock Exchange genoteerde Blythe-groep ( Fortune Top 500) - aan zijn neus voorbijgaan, omdat het bedrijf nergens een geschikt gebouw kon huren. Nu staat de zetel met 250 arbeidsplaatsen net over de grens in Tilburg (Nederland). Hetzelfde geldt voor de nieuwe vestiging van de Vlaamse verzinkerij Brant Galva, dat nu naar Wattrelos (Frankrijk) is verhuisd." Voorts hekelt de rechterhand van Luc Verelst de absurde subsidiepolitiek van ons land: "België geeft alleen financiële steun bij directe investeringen. Na twee jaar is het bedrag definitief verworven. Zo bestaat het gevaar dat de betrokken onderneming zich snel terugtrekt en het geld van de belastingbetaler definitief verdwijnt. Ook zijn wij het enige land ter wereld waar de BTW tot de kosten behoort. Investeerders mogen deze bedragen niet aftrekken van hun belastingen. Voorts liggen onze registratierechten van 12,5% nog hoog, terwijl Frankrijk twee maanden geleden het tarief van 18,6 naar 4,3% verlaagde." Daarom pleit Verhaeghe voor huurdotaties, die de begunstigden jaarlijks aan het land bindt: "Moderne bedrijven geven de voorkeur aan allerlei huur- en leasingtechnieken boven het klassieke kopen. Dat is zowel bedrijfseconomisch als fiscaal veel flexibeler ( nvdr - de klant vermijdt BTW op de bouw)." Ten slotte vraagt de Verelst-groep geen nieuwe industrieterreinen, maar een soepel vergunningsbeleid. Verhaeghe: "Zo staan in Vilvoorde de panden van de Franse autofabrikant nog praktisch helemaal leeg. De ambtenaren van ruimtelijke ordening wensen de gronden - conform een strikte interpretatie van het gewestplan - alleen maar te gebruiken voor de klassieke, industriële activiteiten. Zij beseffen echter niet dat de toekomst van ons land in de tertiare sector ligt. Hoogtechnologische bedrijven willen hun activiteiten niet in ateliers met golfplaten uitoefenen, maar in moderne kantoorgebouwen met een standingvol imago."ERIC POMPEN