De Belgische holdings beleggen steeds meer in private equity via gespecialiseerde fondsen. De ene portefeuillemaatschappij geeft al meer details vrij over de waarderingen van haar private participaties dan de andere. Dat maakt het boeiend, want het betekent dat wij analisten zelf aan het rekenen moeten slaan", vindt Hans D'Haese van Bank Degroof.
...

De Belgische holdings beleggen steeds meer in private equity via gespecialiseerde fondsen. De ene portefeuillemaatschappij geeft al meer details vrij over de waarderingen van haar private participaties dan de andere. Dat maakt het boeiend, want het betekent dat wij analisten zelf aan het rekenen moeten slaan", vindt Hans D'Haese van Bank Degroof. Private equity gaat vaak over de financiering van startende bedrijven met veel groeipotentieel. Denk maar aan de e-commercebedrijfjes waarin de Boël-holding Sofina investeert. Maar private equity kan ook betrekking hebben op mature bedrijven, zoals de private bank Bank Delen, waarvan Ackermans & van Haaren (AvH) hoofdaandeelhouder is. Beleggen in private ondernemingen kan potentieel veel meer opbrengen dan beleggen in publieke ondernemingen. De keerzijde is dat er ook meer risico's mee gemoeid kunnen zijn. De holding van Albert Frère dreigde nog niet zo lang geleden een doorslagje van de Franse CAC40-index te worden. "Het nieuwe management heeft voor een frisse wind gezorgd. De portefeuille wordt nu veel dynamischer beheerd", zegt D'Haese. GBL begon pas twee jaar geleden serieus naar private equity te kijken. De holding plaatst haar beleggingen in private equity in haar rapportering onder de noemer 'financiële pijler'. Het gaat om beleggingen via fondsen. De financiële pijler van GBL was eind juni uitgegroeid tot 2,7 procent van de beleggingsportefeuille. De holding liet eerder al weten dat private equity op termijn tot 10 procent van het nettoactief kan uitmaken. Tien jaar geleden kwamen beleggingen in private equity van GBL nog niet aan 1 procent. GBL liet bij de halfjaarresultaten verstaan dat er minder dividenden binnenkomen, na de verkoop van belangen in enkele grote dividendaandelen. Het management benadrukt echter dat dit geen invloed zal hebben op het dividendbeleid. Na de bekendmaking van de halfjaarresultaten stelde Hans D'Haese zijn verwachtingen voor het dividend toch bij. Hij verwacht nu een stabiel dividend voor 2014, in plaats van een hoger dividend. GBL keert sinds 2000 elk jaar een hoger dividend uit, volgens de historiek op zijn website. Sofina, de holding van de familie Boël, had eind vorig jaar 35 procent van haar middelen buiten de beurs geïnvesteerd. Een groot deel van dat geld zit in private-equityfondsen, maar Sofina wil af en toe ook rechtstreeks beleggen in snelgroeiende bedrijven. Zo heeft het belangen in twee niet-beursgenoteerde internetondernemingen: het Singaporese Flipkart, dat online consumentengoederen verkoopt in India, en het Spaanse Privalia, dat merkkleding verkoopt in Spanje, Italië, Duitsland, Mexico en Brazilië. Sofina zit ook in het kapitaal van Sibelco, de Belgische wereldspeler in mineralen. In de eerste jaarhelft heeft de holding haar positie in dat bedrijf nog enigszins versterkt. Ze bezit nu 1,38 procent van de maatschappelijke stemrechten. Sibelco is een van de grootste Belgische niet-beursgenoteerde bedrijven. Sofina trekt sinds 1964 elk jaar zijn dividend op. Eind december bestond de portefeuille van Sofina naar eigen zeggen voor 14 procent uit beursgenoteerde bedrijven met een aantrekkelijk dividendrendement. Die dividenden vormen het stootkussen van de holding. Nog leuk om te weten is dat Brederode, de holding van de familie van der Mersch, een belang van 2 procent heeft in Sofina. Het kan tellen als een teken van vertrouwen dat de ene adellijke familie haar geld toevertrouwt aan de andere. Brederode was een van de eerste traditionele holdings die richting private equity opschoven. In 2004 bestond de portefeuille nog voor 74 procent uit beursgenoteerde participaties. Bij de jongste halfjaarresultaten waren de genoteerde lijntjes in de portefeuille goed voor amper 53 procent van alle beleggingen. "Vooral sinds de financiële crisis is Brederode zich veel meer gaan toespitsen op private equity", weet D'Haese. In tempore non suspecto had Brederode bijna de helft van zijn middelen in banken, verzekeraars en bank-verzekeraars geïnvesteerd. Het deed achteraf bekeken een goede zet door zijn aandelen in Dexia in de loop van 2006 te verkopen. Bij Fortis ging het echter mee de mist in, na de overname van de Nederlandse bank ABN Amro. Zowel de private als de beursgenoteerde bedrijven in de portefeuille van Brederode hebben in de eerste jaarhelft sterk gepresteerd. Het droeg bij tot een verviervoudiging van de nettowinst tegenover dezelfde periode vorig jaar. De cash uit de investeringen in private equity werd gebruikt om aandelen van Rolls-Royce, de outsourcingspecialist Capita en MasterCard bij te kopen. De holding van de familie van der Mersch pronkt doorgaans hoog op lijstjes met kandidaten voor een beursexit. Het bedrijf koopt geregeld eigen aandelen in. Ook Bois Sauvage was een slachtoffer van de financiële crisis via zijn belang in Fortis. De Brusselse holding is vooral bekend om haar belangen in de Belgische chocolatier Neuhaus, de Duitse private bank Berenberg Bank, de Amerikaanse holding Noël Group en de Belgische melkzuurproducent Serendip. Eind 2013 waren alle participaties in niet-beursgenoteerde bedrijven goed voor 43 procent van de portefeuille. Het nettoresultaat van Bois Sauvage dook in de eerste jaarhelft in het rood, onder meer door een minwaarde van 14,4 miljoen euro op de verkoop van een belang in de vastgoedontwikkelaar Codic. De holding meldde ook een zwak eerste halfjaar bij Neuhaus, de participatie die alleen al goed is voor 44 procent van de intrinsieke waarde van het aandeel. Op het eerste gezicht heeft de Antwerpse investeringsmaatschappij AvH het gewicht van het beursgenoteerde gedeelte in de portefeuille vorig jaar opgekrikt. Maar dat is een neveneffect van de operatie rond de baggeraar DEME. Ackermans & van Haaren bracht zijn belang van 50 procent in DEME onder bij de beursgenoteerde bouw- en baggergroep CFE en verwierf vervolgens de meerderheid in CFE. Samen met de plantageholding Sipef (3,9 %), de vastgoedbevak Leasinvest Real Estate (3,7 %) en de cementproducent Sagar Cements (0,4 %) vormt CFE het beursgenoteerde deel van AvH. Samen zijn die participaties goed voor bijna 45 procent van de nettoactiefwaarde van AvH. Niet-beursgenoteerde belangen zijn onder meer de private banken Bank Delen en Bank Van Breda en onrechtstreeks in de mediagroep Corelio. Het aandeel van Ackermans presteerde de voorbije tien jaar veel sterker dan dat van zijn soortgenoten. Het geheim achter het succesverhaal van AvH is het management, volgens kenners. De huidige CEO, Luc Bertrand, ging in 1985 aan de slag bij de investeringsmaatschappij en is 63 jaar. De voorbije twaalf maanden presteerden alle Belgische portefeuillebedrijven beter dan de Bel-20, op drie na: Gimv, Quest for Growth en Brederode. Zowel Gimv als Quest for Growth is een buitenbeentje. Gimv ontstond op initiatief van de Vlaamse regering en hielp aanvankelijk enkel Vlaamse bedrijven bij hun internationale groei. Bij Gimv is 76 procent van de portefeuille niet-beursgenoteerd. Quest for Growth (QfG) is de enige resterende Belgische privak, en moet in principe 70 procent van zijn middelen investeren in niet-beursgenoteerde bedrijven, in ondernemingen die op een groeimarkt noteren of in durfkapitaalfondsen. Er zijn grote verschillen in transparantie tussen de holdings. AvH publiceert nooit zijn nettoactiefwaarde, maar verstrekt wel voldoende financiële details waarmee analisten en doorgewinterde beleggers aan de slag kunnen. Andere holdings informeren beleggers wekelijks (GBL), maandelijks (QfG) of zesmaandelijks (bijvoorbeeld Brederode) over hun intrinsieke waarde. Ze gebruiken niet allemaal dezelfde methode om niet-beursgenoteerde bedrijven te waarderen. De korting op de intrinsieke waarde, waartegen de holdings noteren op de beurs, zegt daardoor misschien minder dan vroeger. Gelukkig hebben beleggers ook nog het dividendrendement om mee te helpen bepalen hoeveel een aandeel voor hen waard is. Bij een gelijkblijvend nettodividendrendement van 2 procent bijvoorbeeld weten ze dat ze hun inleg in theorie na vijftig jaar hebben terugverdiend, enkel via de winstuitkeringen. ILSE DE WITTEEr zijn grote verschillen in transparantie tussen de holdings.