In zijn zoektocht naar nieuwe inkomsten spaart de fiscale wetgever de extralegale pensioenen niet. De belastingvermindering voor het pensioensparen en voor premies van individuele levensverzekeringen gaat omlaag. Uitkeringen in kapitaal van sommige extralegale pen-sioenen die plaatsvinden op de leeftijd van 60 of 61 jaar, zullen tegen een hoger tarief worden belast. Op pensioenreserves die in een vennootschap aangelegd zijn, zal een eenmalige heffing van 1,75 procent verschuldigd zijn. En op extralegale pen- sioenbijdragen die een bepaald plafond overschrijden, zal een bijzondere sociale bijdrage geheven worden van 1,5 procent.
...

In zijn zoektocht naar nieuwe inkomsten spaart de fiscale wetgever de extralegale pensioenen niet. De belastingvermindering voor het pensioensparen en voor premies van individuele levensverzekeringen gaat omlaag. Uitkeringen in kapitaal van sommige extralegale pen-sioenen die plaatsvinden op de leeftijd van 60 of 61 jaar, zullen tegen een hoger tarief worden belast. Op pensioenreserves die in een vennootschap aangelegd zijn, zal een eenmalige heffing van 1,75 procent verschuldigd zijn. En op extralegale pen- sioenbijdragen die een bepaald plafond overschrijden, zal een bijzondere sociale bijdrage geheven worden van 1,5 procent. De strooptocht laat geen kast of lade ongemoeid. Overal wordt naarstig naar de laatste kruimels gezocht. Opvallend is dat de fiscus niet nalaat ongegeneerd naar toekomstige belastingopbrengsten te lonken. Dat is niet nieuw. Twintig jaar geleden heeft de toenmalige wetgever dat op grote schaal voorgedaan. We schrijven begin de jaren negentig. Er moesten toen ook massaal nieuwe inkomsten aangeboord worden. En ook toen liet de fiscus zijn oog vallen op de extralegale pensioenen. Bij het pensioensparen en bij individuele levensverzekeringen wordt de personenbelasting normaal geheven op het ogenblik dat de bijeengespaarde tegoeden worden uitgekeerd. Twintig jaar geleden kwam men op het idee die belastingheffing te vervroegen. De belasting wordt sindsdien niet langer geheven op het ogenblik van de uitkering, maar wel op het ogenblik dat de pensioenspaarder of verzekerde de leeftijd van 60 jaar bereikt. Op het ogenblik van de latere daadwerkelijke uitkering is geen belasting meer verschuldigd. Die 'anticipatieve heffing' heeft ongetwijfeld een belangrijk bedrag aan belasting opgebracht. Maar ze heeft een pervers effect. Men kan een belasting slechts eenmaal innen. Als men de heffing vervroegt, is er daarna geen belastingopbrengst meer. Anders gezegd, de meerontvangst die men beoogt, is slechts eenmalig. Zodra de buit binnen is, is het afgelopen. Om het jaar nadien hetzelfde resultaat te bereiken, zou men almaar meer toekomstige belasting vervroegd moeten innen. Dat kan natuurlijk niet. Tenzij men er niet voor zou terugdeinzen straks bij elke geboorte al een voorschot te vragen op de belasting die de pasgeborene in de loop van zijn leven verschuldigd zal zijn, en - waarom niet - op de belasting die zijn kinderen en kleinkinderen in hun leven verschuldigd zullen zijn. Dat is natuurlijk te gek voor woorden. Niettemin tapt de regering toch weer uit hetzelfde vaatje, zij het op een meer bescheiden schaal. Opnieuw laat ze haar oog vallen op de tegoeden van het pensioensparen en van individuele levensverzekeringen. Zoals gezegd, wordt de belasting op dat type van extralegale pensioenvoorzieningen sinds een kleine twintig jaar vervroegd geheven via de 'anticipatieve heffing' op het ogenblik dat de pensioenspaarder of verzekerde 60 jaar oud wordt. Die heffing bedraagt meestal 10 procent. Maar in sommige gevallen is ze gelijk aan 16,5 procent. Dat is meer bepaald het geval, voor zover de tegoeden gevormd zijn met bijdragen die nog dateren van voor 1993. Het is die 16,5 procent die de regering nu in het vizier neemt. Normaal kan de fiscus die belasting slechts heffen op het ogenblik dat de begunstigde 60 jaar wordt. Het voorstel is nu van die 16,5 procent vandaag al onmiddellijk 6,5 procent te innen. Op de leeftijd van 60 jaar is dan nog slechts (16,5 - 6,5 =) 10 procent belasting verschuldigd. In haar verantwoording doet de regering uitschijnen dat de zaken op die manier vereenvoudigd worden: de anticipatieve heffing (op 60 jaar) is zodoende voor iedereen gelijk aan 10 procent. Maar dat is natuurlijk een drogreden. In werkelijkheid gaat het om een hold-up op toekomstige belastingopbrengsten. De vervroegde inning van 6,5 procent roomt voor de fiscus toekomstige belastingopbrengsten af: waar hij normaal straks 16,5 procent zou kunnen ontvangen, zal dat nog slechts 10 procent zijn. Na het afromen is er niets meer dat nog tegen 16,5 procent kan worden belast.De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKDe regering wil 6,5 procent op sommige extralegale pensioenen vervroegd innen.