De sociale bijdragen die zelfstandigen elk kwartaal betalen, worden berekend op basis van het beroepsinkomen van drie jaar geleden. Dat kan weleens een probleem zijn. Heeft een zelfstandige ondernemer in 2010 bijvoorbeeld nog goede zaken gedaan, maar is zijn inkomen door de crisis fors gedaald, dan moet hij toch nog hoge sociale bijdragen betalen. Daar komt vanaf 2014 een eind aan. De ministerraad heeft eind juni een voorontwerp van wet goedgekeurd waardoor de sociale bijdragen van zelfstandigen op een andere manier worden berekend.
...

De sociale bijdragen die zelfstandigen elk kwartaal betalen, worden berekend op basis van het beroepsinkomen van drie jaar geleden. Dat kan weleens een probleem zijn. Heeft een zelfstandige ondernemer in 2010 bijvoorbeeld nog goede zaken gedaan, maar is zijn inkomen door de crisis fors gedaald, dan moet hij toch nog hoge sociale bijdragen betalen. Daar komt vanaf 2014 een eind aan. De ministerraad heeft eind juni een voorontwerp van wet goedgekeurd waardoor de sociale bijdragen van zelfstandigen op een andere manier worden berekend. Zelfstandigen betalen vanaf 2014 sociale bijdragen op basis van hun inkomsten van dat jaar. Het socialeverzekeringsfonds zal die bijdragen in eerste instantie nog altijd berekenen op basis van het beroepsinkomen van 2011, maar de zelfstandige kan die laten aanpassen aan zijn beroepsinkomen van dat jaar. Hij kan die voorlopige bijdragen laten verhogen als zijn beroepsinkomen van 2014 hoger is dan dat van 2011, of ze laten verlagen in het omgekeerde geval. Hij moet daar wel bewijzen van voorleggen. Als het beroepsinkomen definitief is vastgesteld -- voor de sociale bijdragen die in 2014 verschuldigd zijn, gebeurt dat in 2016 -- worden de voorlopige bijdragen geregulariseerd. Heeft de zelfstandige te weinig bijdragen betaald, dan moet hij bijbetalen. Dat gebeurt zonder verhogingen, op voorwaarde dat de zelfstandige de voorlopige bijdragen heeft betaald die zijn socialeverzekeringsfonds had voorgesteld. Heeft de zelfstandige de voorlopige bijdragen doen verlagen, maar blijkt dat hij zijn inkomen te laag heeft ingeschat, dan moet hij niet alleen bijbetalen, maar wordt op het verschil tussen de betaalde voorlopige bijdragen en de definitieve bijdragen een verhoging toegepast van 3 procent per kwartaal plus 7 procent aan het einde van het jaar. Die maatregel moet misbruiken voorkomen. Een voorbeeld: een zelfstandige in hoofdberoep krijgt in 2014 het verzoek om 1500 euro sociale bijdragen per kwartaal te betalen. In eerste instantie werden die bijdragen berekend op zijn beroepsinkomen van 2011. De zelfstandige verwacht dat zijn inkomen in 2014 lager is dan in 2011, en vraagt een verlaging van zijn voorlopige bijdragen tot 1300 euro. In 2016 zijn de echte beroepsinkomsten van 2014 bekend. Het blijkt dat hij die te laag heeft ingeschat en dat hij in 2014 eigenlijk 1700 euro per kwartaal had moeten afdragen. Hij betaalde echter slechts 1300 euro, terwijl zijn socialeverzekeringsfonds 1500 euro per kwartaal had gevraagd. De zelfstandige moet het verschil tussen de definitieve sociale bijdragen (1700 euro) en de betaalde bijdragen (1300 euro) bijbetalen, of 400 euro per kwartaal. Bovendien is hij een verhoging van 3 en 7 procent verschuldigd op het verschil tussen het verlaagde bedrag (1300 euro) en de 1500 euro die het socialeverzekeringsfonds had voorgesteld. JOHAN STEENACKERS