De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Het aangifteformulier in de personenbelasting heeft dit jaar, in vergelijking met vorig jaar, slechts enkele wijzigingen ondergaan. Eén daarvan heeft te maken met het vak II, waar de belastingplichtige melding moet maken van zijn persoonlijke gegevens. Tot vorig jaar moest de belastingplichtige in dit vak ook vermelden of hij in aanmerking kwam voor het statuut van ongehuwde ouder met kinderlast of van niet hertrouwde ouder met kinderlast. Deze informatie wordt in het nieuwe aangifteformulier niet langer gevraagd. Verhoging. De wijziging heeft te maken met een aanpassing die bij de hervorming van de personenbelasting is doorgevoerd voor de verhogingen van het belastingvrij minimum. Elke belastingplichtige heeft recht op een belastingvrij minimum. Voor het aanslagjaar 2003 bedraagt dat (aangepast aan de index) 4350 euro per echtgenoot en 5480 euro voor een belastingplichtige die als een alleenstaande wordt belast. Dit belastingvrij minimum wordt in een aantal gevallen nog verhoogd. Dit is onder meer het geval als je kinderen ten laste hebt. De wet voorziet bovendien in een specifieke verhoging van het belastingvrij minimum voor het geval een belastingplichtige die alleen wordt belast één of meer kinderen ten laste heeft. Deze specifieke verhoging bedraagt voor het aanslagjaar 2003 (na indexaanpassing) 1160 euro. Neem bijvoorbeeld een (fiscaal) alleenstaande moeder die twee kinderen ten laste heeft. Als alleenstaande heeft zij recht op een belastingvrij minimum van 5480 euro. In de veronderstelling dat haar twee kinderen aan alle voorwaarden voldoen om op fiscaal gebied als persoon ten laste in aanmerking te komen, heeft zij recht op een verhoging van haar belastingvrij minimum met (aangepast aan de index) 3000 euro. Omdat het bovendien gaat om een alleenstaande die kinderen ten laste heeft, heeft zij ook recht op de specifieke verhoging met (voor het aanslagjaar 2003 indexaangepast) 1160 euro. Haar belastingvrij minimum beloopt zodoende (5480 + 3000 + 1160 =) 9640 euro. Verwekking. De specifieke verhoging van 1160 euro werd tot vorig jaar uitsluitend toegekend aan een niet hertrouwde weduwnaar of weduwe of aan een niet gehuwde vader of moeder, altijd in de veronderstelling dat die (fiscaal) nog kinderen ten laste heeft. In de rechtspraak is lang slag geleverd over de vraag welke belastingplichtigen aan deze kwalificatie beantwoorden. Wat de niet hertrouwde weduwnaars of weduwen (met kinderlast) betreft, is er weinig twijfel mogelijk. Maar wat de niet gehuwde vaders of moeders betreft, rees al gauw de vraag of daarmee ook de vaders of moeders bedoeld zijn die niet meer gehuwd zijn. Met name, omdat ze inmiddels uit de echt gescheiden zijn. Het Hof van Cassatie kende geen genade. Iemand die ooit gehuwd is geweest, kan nooit als een niet gehuwde vader of moeder worden aangemerkt. Ook niet na echtscheiding, en ook niet ten aanzien van de kinderen die na de echtscheiding geboren worden. De belastingadministratie was iets milder en aanvaardde in de praktijk dat een uit de echt gescheiden ouder toch als een niet gehuwde ouder kon worden aangemerkt; maar dit slechts ten aanzien van de kinderen die na de echtscheiding zijn verwekt. Het moment van de conceptie werd dus van doorslaggevend belang. Bij de hervorming van de personenbelasting is achter deze dwaze discussie een punt gezet. Alleen. De specifieke verhoging van het belastingvrij minimum is voortaan niet langer voorbehouden aan weduwnaars of weduwen met kinderlast, of aan niet gehuwde vaders of moeders met kinderlast. Zij wordt voortaan toegekend aan elke belastingplichtige die alleen wordt belast en die fiscaal nog kinderen ten laste heeft. Deze uitbreiding - die met ingang van het aanslagjaar 2003 van toepassing wordt - heeft twee gevolgen. Ten eerste zal de specifieke verhoging van het belastingvrij minimum een veel ruimer toepassingsgebied kennen. Elke belastingplichtige die alleen wordt belast en die (fiscaal) nog kinderen ten laste heeft, heeft er recht op. Dit zal dus ook het geval zijn bij een feitelijk gescheiden vader of moeder (althans vanaf het jaar dat volgt op het jaar van de feitelijke scheiding). Een dergelijke echtgenoot wordt immers ook alleen belast. Hetzelfde is bijvoorbeeld het geval voor wie in het huwelijksbootje stapt. Voor het jaar van het huwelijk worden gehuwden ook alleen belast. De pas getrouwde bruid of bruidegom heeft dus voortaan ook recht op de specifieke verhoging van het belastingvrij minimum, althans voor zover hij of zij (al) kinderen fiscaal ten laste heeft. Wie van hen beiden de kinderen fiscaal ten laste heeft, is overigens nog een ander verhaal. De kinderen kunnen nooit twee keer ten laste zijn. Automatisch. Het tweede gevolg is dat de specifieke verhoging van het belastingvrij minimum voortaan automatisch wordt toegekend. Zonder dat men nog speciale informatie op het aangifteformulier moet vermelden. De computer van de fiscus past de verhoging zonder meer toe zodra hij in zijn digitale gegevens een alleen belaste vader of moeder tegenkomt die fiscaal nog kinderen ten laste heeft. De verhoging van het belastingvrij minimum voor een alleenstaande ouder wordt nu automatisch toegepast.