Voor Jules Destrooper is 2011 een feestjaar. Het familiebedrijf bakt dit jaar 125 jaar koekjes. Om die verjaardag te vieren, heeft Jules Destrooper geïnvesteerd in een gloednieuw bezoekerscentrum met proefkeuken. Koning Albert II kwam het centrum openen. Niet zo verwonderlijk als je weet dat het bedrijf al meer dan tien jaar hofleverancier is. Dat helpt overigens in de export. "Zeker in Azië is dat niet onbelangrijk. Het is een cliché, maar in een land als Japan opent dat letterlijk deuren. We maken daar dan ook dankbaar gebruik van in al onze communicatie", zegt gedelegeerd bestuurder Peter Destrooper. Hij...

Voor Jules Destrooper is 2011 een feestjaar. Het familiebedrijf bakt dit jaar 125 jaar koekjes. Om die verjaardag te vieren, heeft Jules Destrooper geïnvesteerd in een gloednieuw bezoekerscentrum met proefkeuken. Koning Albert II kwam het centrum openen. Niet zo verwonderlijk als je weet dat het bedrijf al meer dan tien jaar hofleverancier is. Dat helpt overigens in de export. "Zeker in Azië is dat niet onbelangrijk. Het is een cliché, maar in een land als Japan opent dat letterlijk deuren. We maken daar dan ook dankbaar gebruik van in al onze communicatie", zegt gedelegeerd bestuurder Peter Destrooper. Hij vertegenwoordigt samen met zijn broer Patriek de vierde generatie van de familie in het bedrijf. Zowat honderd jaar was bij Jules Destooper absoluut geen sprake van export. "Dat was ook praktisch onmogelijk gezien de beperkte houdbaarheid van onze toenmalige producten", zegt Peter Destrooper. "Pas in de jaren tachtig kwam ons bedrijf in contact met een machinefabrikant die dankzij een nieuw procedé de oxidatie van boter in de koekjes kon vermijden. Daarmee ging de houdbaarheid van onze koekjes van drie naar tien tot vijftien maanden en konden we eindelijk aan export denken." Jules Destrooper begon zijn internationale expansie in de buurlanden, maar stelselmatig groeide het aantal landen en dus het belang van de export. "Momenteel is die goed voor 75 procent van de omzet. De VS zijn onze belangrijkste afzetmarkt, gevolgd door Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Nederland", vertelt Peter Destrooper. Koekjes van Jules Destrooper kan je tegenwoordig in 75 landen kopen. Onlangs leverde het bedrijf een eerste bestelling in Iran. Peter Destrooper bezoekt zijn afzetmarkten geregeld zelf. Hij vindt dat cruciaal om de voeling met de markt te behouden. Het bedrijf investeert in kantoren om zijn afzetmarkten met eigen mensen te bedienen. Zo staat het kantoor in Manilla in voor de Aziatische markt. Het kantoor in Cyprus concentreert zich op het Midden-Oosten (onder andere Dubai, Saoedi-Arabië, Oman en Egypte) en sinds kort is er een kantoor in Chili voor de Zuid-Amerikaanse markt. Niet onbelangrijk voor de merkbekendheid is de aanwezigheid van Jules Destrooper met een shop-in-the-shop in 35 luchthavens. Jules Destrooper werkt regelmatig samen met Flanders Investment & Trade (FIT). "We hebben daar enkel positieve ervaringen mee", verklaart Peter Destrooper. "De Vlaamse vertegenwoordigers kennen de lokale markt als geen ander en helpen ons contacten te leggen. Soms stellen ze zelfs een volledig programma samen dat ons toelaat om de interessante partners te bezoeken." Op termijn heeft het bedrijf plannen om het aantal exportlanden nog verder uit te breiden tot een honderdtal, maar de focus ligt nu in de eerste plaats op het verstevigen van de aanwezigheid in de bestaande landen. Bovendien wil Peter Destrooper zeker de thuismarkt niet verwaarlozen. Vorig jaar klokte de omzet af op 25 miljoen euro. In de fabrieken in Lo en Ieper werken er samen 160 mensen, maar in het hoogseizoen kan dat aantal oplopen tot 250 personen.DVT