Voor de levensgenieters is er goed nieuws: een Belgische vrouw wordt vandaag gemiddeld 82,4 jaar oud, een Belgische man gemiddeld 76,5 jaar. In 2010 zal de levensverwachting respectievelijk 83,4 jaar en 77,2 jaar bedragen. Met steeds meer oudere mensen die steeds vlugger op pensioen willen, en een krimpende jonge bevolking die steeds later de arbeidsmarkt betreedt, komt de financiering van het Belgische pensioensysteem onder druk. Volgens het Federaal Planbureau zou de verhouding tussen het aantal gepensioneerden en het aantal werkende Belgen 63 % bedragen in 2030, tegenover ongeveer 40 % nu. Met het Generatiepact wil de regering dit probleem verhelpen.
...

Voor de levensgenieters is er goed nieuws: een Belgische vrouw wordt vandaag gemiddeld 82,4 jaar oud, een Belgische man gemiddeld 76,5 jaar. In 2010 zal de levensverwachting respectievelijk 83,4 jaar en 77,2 jaar bedragen. Met steeds meer oudere mensen die steeds vlugger op pensioen willen, en een krimpende jonge bevolking die steeds later de arbeidsmarkt betreedt, komt de financiering van het Belgische pensioensysteem onder druk. Volgens het Federaal Planbureau zou de verhouding tussen het aantal gepensioneerden en het aantal werkende Belgen 63 % bedragen in 2030, tegenover ongeveer 40 % nu. Met het Generatiepact wil de regering dit probleem verhelpen. Of u nu werknemer, zelfstandige of ambtenaar bent, uw wettelijke pensioenleeftijd is 65 jaar. De pensioenleeftijd bepaalt de periode vanaf wanneer u wettelijke pensioenbedragen zult krijgen. Ook het geslacht maakt sinds 1997 geen verschil meer uit bij de leeftijdsbepaling. Kregen vrouwen vroeger nog vijf jaar voorsprong op de mannen, vanaf 2009 ligt ook hun pensioenleeftijd op 65 jaar (zie tabel: De wettelijke pensioenleeftijd van werknemers en zelfstandigen). Het pensioen van een werknemer is afhankelijk van hoelang hij gewerkt heeft, hoeveel hij tijdens zijn loopbaan heeft verdiend en hoe het gezin is samengesteld. Duur van de loopbaanHet principe is eenvoudig: hoe langer u werkt, hoe hoger uw pensioen. Maar echte uitslovers worden niet extra in de bloemen gezet. De loopbaan wordt door de overheid immers begrensd op 45 jaar. En ook hier worden mannen niet langer gediscrimineerd ten opzichte van vrouwen. De loopbaan van vrouwen wordt stilaan opgetrokken van veertig naar 45 jaar. Werkt u toch langer dan 45 jaar, dan vervallen de jaren met het laagste beroepsinkomen voor de berekening. Even zin om ertussenuit te glippen? Tijdskrediet kan u de nodige ademruimte in uw carrière geven. En goed om te weten is dat uw beroepsloopbaan niet alleen gevormd wordt door de jaren waarin u effectief als werknemer hebt gewerkt, maar ook door de zogenaamde gelijkgestelde perioden. Perioden waarin u geen normale bezoldiging hebt gekregen, kunnen zo toch pensioenrechten opleveren. De belangrijkste voorbeelden zijn: onvrijwillige werkloosheid, beroepsopleiding arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of invaliditeit, bevallingsrust loopbaanonderbreking (oude regeling): deze gelijkstelling wordt beperkt tot twaalf maanden, maar er is een mogelijkheid tot vrijwillige bijdragen om deze periode te regulariseren voltijds of deeltijds tijdskrediet beperkt tot twaalf maanden (of 36 maanden volgens cao) jaarlijkse vakantie legerdienst, als voor deze periode geen pensioen wordt toegekend in een ander pensioenstelsel erkende staking brugpensioen. U moet niet wachten tot uw 65ste om met pensioen te gaan. Als u beslist er vroeger een punt achter te zetten, zult u wel ten vroegste een wettelijk pensioen kunnen ontvangen vanaf uw zestigste. U moet dan kunnen bewijzen dat u minstens 35 jaar hebt gewerkt. Houd er bovendien rekening mee dat u met een kortere loopbaan een lager pensioen zult hebben. Jaarlijks brutoloonBij de berekeningen kijkt de overheid naar uw werkelijk verdiende loon, behalve voor de gelijkgestelde perioden waarvoor een fictief jaarloon wordt gehanteerd. Uw pensioen wordt bepaald op basis van uw jaarlijkse brutoloon, aangepast aan de evolutie van de levensduurte. Per gewerkt jaar bouwt u met andere woorden een pensioenrecht op. Maar ook hier stelt vadertje Staat zijn grenzen en voert hij een loonplafond in. In 2005 bijvoorbeeld lag het loonplafond op 43.314,93 euro. Alles wat u dat jaar boven het plafond hebt verdiend, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van het pensioen. Het loonplafond wordt, bovenop de indexaanpassing, tweejaarlijks geherwaardeerd bij Koninklijk Besluit. Voor de minder gefortuneerde werknemers voerde de overheid een minimumloon in waarop de berekeningen worden gebaseerd. En ten slotte heeft een werknemer onder bepaalde voorwaarden recht op een gewaarborgd minimumpensioen. Dat bedraagt bij een volledige loopbaan van 45 jaar 12.990,85 euro voor een gezin en 10.395,85 euro voor een alleenstaande. De gezinssituatieOfwel hebt u recht op een gezinspensioen, ofwel op een pensioen als alleenstaande. Bij een gezinspensioen worden de geherwaardeerde lonen vermenigvuldigd met 75 %, het hergewaardeerde loon van een alleenstaande wordt vermenigvuldigd met 60 %. Om een gezinspensioen te genieten, moet u gehuwd zijn en een of meerdere personen ten laste hebben. Uw partner mag geen beroepsactiviteiten uitoefenen en ook geen vervangingsinkomen ontvangen. 'Alleenstaande' is niet letterlijk te nemen. Samenwonende tweeverdieners horen bijvoorbeeld ook thuis in deze categorie. Ook een echtscheiding heeft invloed op het wettelijke pensioen. Naast een (eventueel) eigen pensioen, kan een gescheiden persoon genieten van een pensioen gebaseerd op de beroepsbezigheden van de andere partner tijdens het huwelijk. Dat pensioen wordt bepaald alsof de gescheiden persoon de beroepsactiviteit zelfs heeft uitgeoefend. Als men hertrouwt, vervalt dit pensioenrecht. Het wettelijke pensioen voor zelfstandigen kent nogal wat gelijkenissen met dat van werknemers. De factoren die het wettelijke pensioen bepalen zijn immers, net als voor werknemers, de loopbaan, het inkomen en de gezinstoestand. Toch zijn er een aantal belangrijke verschillen tussen zelfstandigen en werknemers. Duur van de loopbaanDe principes van de loopbaan die gelden voor een werknemer, zijn ook van toepassing op de zelfstandige (zie tabel: De wettelijke pensioenleeftijd van werknemers en zelfstandigen). Hier schuilt echter geen adder maar een python onder het gras. Een zelfstandige die vervroegd met pensioen wil tussen zijn zestigste en 65ste jaar, zonder dat hij een loopbaan van 44 jaar kan bewijzen, ziet op dit ogenblik zijn wettelijke pensioen verminderen met 5 % per jaar. Dat noemen we de pensioenmalus voor zelfstandigen. Gaat u als mannelijke zelfstandige bijvoorbeeld op uw 63ste met pensioen, dan verliest u 10 % van uw wettelijke pensioen. Het inkomenNet als voor werknemers wordt er voor elk jaar van uw loopbaan als zelfstandige een pensioenrecht berekend op basis van uw inkomen. Voor een zelfstandige zijn er echter twee berekeningsperioden. 1. Voor de periode vóór 1984 wordt het pensioenbedrag berekend op basis van een forfaitair basisbedrag, ongeacht of de zelfstandige lage of hoge sociale bijdragen betaalde. Het jaarlijkse basisbedrag voor een gezinspensioen bedraagt 6870,09 euro, voor een alleenstaande 5496,09 euro. 2. Voor de periode na 1984 wordt er wel gekeken naar het werkelijke beroepsinkomen als zelfstandige. We besparen u de technische details, maar dit inkomen wordt vermenigvuldigd met een aanpassingscoëfficiënt zodat uw beroepsinkomsten worden opgewaardeerd. Het loonplafond steekt hier ook wel de kop op, tot een hoogte van 47.203,12 euro. Ook een zelfstandige heeft onder bepaalde voorwaarden recht op een gewaarborgd minimumpensioen. Vanaf 1 december 2005 bedraagt dat voor een alleenstaande 8537,09 euro per jaar en voor een gezinspensioen 11.306,45 euro per jaar (of 942,20 euro per maand). De gezinssituatieNet als een werknemer heeft een zelfstandige recht op een gezinspensioen of een pensioen voor alleenstaanden. Bij een gezinspensioen worden de inkomsten vermenigvuldigd met 75 %, bij een pensioen als alleenstaande worden de inkomsten vermenigvuldigd met 60 %. Zo goed als geen enkele wijziging voorziet het Generatiepact voor de ambtenarenpensioenen. Een gemiste kans? Volgens Koen Magerman, directeur kenniscentrum van SD Worx, moeten we ons hierover niet te veel illusies maken. "Het ambtenarenstatuut is vroeger al eens in vraag gesteld. Bovendien hebben meer en meer ambtenaren het statuut van contractuele, waardoor het ambtenarenstatuut de facto aan belang inboet. En de contractuelen vallen wel onder de vernieuwingen van het pact."Het pensioen van een ambtenaar kent andere regels dan dat van een werknemer of zelfstandige. Zo is de gezinssituatie van een ambtenaar geen bepalende factor voor de bepaling van zijn pensioen. Het wettelijke pensioen van een ambtenaar wordt bepaald door zijn loopbaan en zijn inkomen. Ook ambtenaren kunnen genieten van een bonus of leeftijdscomplement als ze hun loopbaan verlengen tot na zestig jaar. Dit complement is een percentage van het jaarlijkse nominale pensioenbedrag en varieert naargelang van de leeftijd van de ambtenaar. Het pensioen van een ambtenaar is echter niet onbeperkt. Het bedrag mag immers niet hoger zijn dan drie vierde van de refertewedde (de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar). Dus ook hier heeft de overheid uiteindelijk grenzen vastgelegd. The sky isn't the limit. An Goovaerts