In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) is 227.500 hectare voorzien om woningen op te bouwen. Hoeveel is daarvan nog beschikbaar? In het Vrind-rapport van de Vlaamse administratie is er sprake van 48.000 hectare in de woongebieden. Dat is echter een schatting. Voor de woonuitbreidingsgebieden bestaat er wel een precies cijfer: 28.271 hectare. Woonuitbreidingsgebieden zijn eigenlijk reservegebieden. Ze mogen pas worden aangesneden als de voorraad bouwgrond in de woongebieden is uitgeput. Tot 2...

In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) is 227.500 hectare voorzien om woningen op te bouwen. Hoeveel is daarvan nog beschikbaar? In het Vrind-rapport van de Vlaamse administratie is er sprake van 48.000 hectare in de woongebieden. Dat is echter een schatting. Voor de woonuitbreidingsgebieden bestaat er wel een precies cijfer: 28.271 hectare. Woonuitbreidingsgebieden zijn eigenlijk reservegebieden. Ze mogen pas worden aangesneden als de voorraad bouwgrond in de woongebieden is uitgeput. Tot 2002 moesten de gemeenten dat aantonen met een woonbehoeftenstudie. Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (VLD) heeft zijn administratie de opdracht gegeven om de bouwmogelijkheden in deze woonuitbreidingsgebieden gedetailleerd in kaart te brengen. Het resultaat van deze oefening, de Atlas Woonuitbreidingsgebieden, stelde de minister eind 2005 voor. De atlas deelt de woonuitbreidingsgebieden op in vier deelcategorieën: al bebouwd, nog te ontwikkelen, niet te ontwikkelen en onzekere gebieden. Een belangrijk deel (10.442 hectare, of 37 %) is al bebouwd. Van de nog beschikbare 17.829 hectare kan 5089 hectare op korte termijn bebouwd worden. Dat komt overeen met ongeveer 86.100 woningen. Opmerkelijk is dat 6367 hectare "volgens hun juridische toestand of omwille van planologische opties" niet meer in aanmerking komt voor bebouwing. Zo ligt 1181 hectare in een zone waar een algemeen plan van aanleg, een bijzonder plan van aanleg of het ruimtelijk uitvoeringsplan geen woningen toelaat. En 1130 hectare kan niet ontwikkeld worden omdat bebouwing niet past in het (goedgekeurde) gemeentelijke ruimtelijk structuurplan. Een verkavelaar merkt op dat "als men het RSV volgt, er dus eigenlijk nieuwe ruimte voor wonen moet bijkomen. Het RSV voorziet immers in een status-quo voor wonen, terwijl de niet te ontwikkelen woonuitbreidingsgebieden er de facto voor zorgen dat de ruimte voor wonen afneemt". "Als je puur naar de cijfers kijkt, klopt dat wel," zegt Joris Scheers, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning. "Maar ik denk dat we moeten afstappen van dat soort optelsommen. Als er woonuitbreidingsgebied voor een deel niet bebouwbaar is door bijvoorbeeld wateroverlast, moet je gaan kijken wat er op dat overige wel gebouwd kan worden. Dat vraagt overleg, creativiteit, een gebruik van andere woontypologieën. Maar het kan, en de markt speelt daar al op in. Het komt erop aan om een oplossing uit te werken die én winstgevend is én die een goede ruimtelijke oplossing biedt."