De auteur is hoogleraar strategisch management aan de Rijks-
...

De auteur is hoogleraar strategisch management aan de Rijks- universiteit Groningen en lector aan het Amsterdam Fashion Institute. Een nieuwe wind waait door innovatieland: die van de creatieve economie. Minister Patricia Ceysens ( VLD) waait helemaal mee. Na Flanders Technology hebben we nu Flanders D.C., District of Creativity. Met dank aan Richard Florida en zijn boek uit 2002, The Rise of the Creative Class. In Nederland kom ik nog wel beleidsmakers - sterker zelfs: economen - tegen die van de goede man nog nooit gehoord hebben. Maar in Vlaanderen is de vraag aan politici: wanneer hebt ú het Florida-licht gezien? Ceysens dus twee jaar geleden al, en haar jongere partijgenoten zijn helemaal mee. Dat Spirit mee was, dat kon niet missen, maar ook Stefaan De Clerck ( CD&V) meldt zich - ook al heeft hij geen zicht op de Kortrijkse homopopulatie. Homo's? Ja, die horen erbij, maar dat hebt u zelf al uit uw kwaliteitsbladen vernomen, hoor ik. Florida's nikkel viel immers pas echt toen hij zijn kaart van hightechlocaties in de Verenigde Staten vergeleek met een kaart die een collega, actief op het terrein van de homostudies, had gemaakt van de steden met de hoogste homodichtheid. En jawel, er was onverwacht veel overlapping. Daaruit ontstond een onderzoeksprogramma over creatieve metropolen met nieuwe indicatoren als de gay index, de bohemian index (het aantal mensen in culturele beroepen), en de melting pot index. In onze globaliserende wereld verspreiden ideeën zich snel. In de zomer van 2002 maakte ik al mee dat de premier van Singapore in een grote speech voor partijgenoten fulmineerde dat het imago van de stad niet creatief genoeg was, dat er niet genoeg tolerantie voor bohémiens was. Intussen is een groot nieuw theater geopend waar vrij gedurfde voorstellingen worden gegeven, mag men er weer kauwgom kauwen en in de kroegen op de bar dansen. Bovendien meldde de Far Eastern Economic Review een (weliswaar stil gehouden) 'positieveactiebeleid' voor homo's bij de overheid! En nu omarmen dus ook de Vlamingen, zowel mannen als vrouwen, deze nieuwe heiland ongegeneerd met op z'n minst een stevige bear hug. Dit is natuurlijk een welkome afwisseling na het hightechfetisjisme van de voorbije decennia. Natuurlijk is technologie belangrijk. Maar innovatie gaat over veel meer, en al helemaal als we het hebben over de dienstensector, die op geheel andere wijzen innoveert dan de industrie. Het een en ander biedt ook een kader om issues als het integratiebeleid en het onderwijsbeleid verder te brengen. De problemen rond integratie van immigranten moeten we met open ogen aanpakken en de benauwdheid die er niet zelden mee samengaat, moeten we vermijden. In het onderwijs moet wat geleerd worden, maar dan wel in een sfeer van creativiteit en ondernemerschap. Zo zou er meer voortgebouwd kunnen worden op experimenten met micro-ondernemingen. Dan is er de zaak van het 'verderfelijk consumentisme' dat de normen en waarden zou bedreigen. Zoals het voorbije jaar bleek, lijdt de economie wanneer consumenten minder uitgeven. Of we dat nu leuk vinden of niet: zonder voldoende consumptie is er een lager economisch niveau. Maar ook: zonder uitdagende nieuwe producten en diensten met toegevoegde waarde, is er minder consumptie! Innovatie, met daarbij steeds kortere productlevenscycli, is essentieel voor een creatieve kennis- en beleveniseconomie. Daarvoor hebben we de inzet en het ondernemerschap van alle werkers nodig. Ik zie een bedreiging in het steeds meer om zich heen grijpende control-denken. Steeds meer wordt op korte termijn op resultaat afgerekend, wat tot niet veel anders dan risicomijdend gedrag kan leiden. Onlangs maakte ik bij Universiteit Nijenrode de verdediging mee van een proefschrift over innovatie bij Sara Lee/Douwe Egberts. En wat blijkt? Ondanks alle goede bedoelingen: innovatie veeleer ondanks dan dankzij al dat ge- manage op resultaat. Kijk ook naar onze steden: er wordt veel gepraat over de beleveniseconomie, maar in de winkelcentra valt steeds minder te beleven. De standaardisatie en het control-denken leiden tot steeds grotere eenvormigheid, saaiheid en dus... minder bestedingen. Wie wat nieuws wil zien in Brussel, gaat best niet naar de Nieuwstraat, maar naar de buurt van de (weliswaar nog wat overroepen) Dansaertstraat. In Antwerpen kun je beter naar de Nationalestraat. In Nederland wil mijn West-Vlaamse landgenoot Dirk Goeminne de warenhuisketen V&D saneren op basis van nog meer control. Alsof ze dat al niet meer dan twintig jaar lang proberen! Ik wil verrast worden, Goeminne! Laat de mensen binnen de V&D ter plekke verantwoording opnemen voor hun winkel. Laat ze ondernemen en faciliteer dat! Laat 78 V&D's bloeien! U ziet het: in Nederland is nog niet iedereen om. In Vlaanderen wel? Dany JacobsIk wil verrast worden. Laat mensen ondernemen en faciliteer dat!