Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal de wereldeconomie zowel in 2007 als in 2008 met 4,9 % groeien. In de periode 2003-2008 zou de wereldeconomie dan ook gemiddeld 4,9 % economische groei laten optekenen, een cijfer dat niet meer gezien werd de voorbije 35 jaar. Tussen 1964 en 1969 zette de wereldeconomie een gemiddelde jaargroei van 5,5 % neer. De bijzonder sterke recente prestaties van de wereldeconomie krijgen nog extra glans, omdat ze plaatsgrepen terwijl de olieprijzen grofweg met een factor 2,5 vermenigvuldigden.
...

Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal de wereldeconomie zowel in 2007 als in 2008 met 4,9 % groeien. In de periode 2003-2008 zou de wereldeconomie dan ook gemiddeld 4,9 % economische groei laten optekenen, een cijfer dat niet meer gezien werd de voorbije 35 jaar. Tussen 1964 en 1969 zette de wereldeconomie een gemiddelde jaargroei van 5,5 % neer. De bijzonder sterke recente prestaties van de wereldeconomie krijgen nog extra glans, omdat ze plaatsgrepen terwijl de olieprijzen grofweg met een factor 2,5 vermenigvuldigden. De jongste prognoses van het IMF zorgden evenwel voor nogal wat gefronste wenkbrauwen bij conjunctuuranalisten en ondernemingsstrategen. De aanleiding daartoe lag niet zozeer bij het feit dat de eerbiedwaardige instelling uit Washington DC haar groeivoorspelling van september 2006 bevestigde, dan wel dat ze concludeerde dat de risico's op een lager groeipad nu verkleind waren. Om die stelling te onderbouwen, maakt het IMF een evaluatie van de globale risicofactoren, in totaal zeven stuks. Van die zeven globale risicofactoren ziet het IMF er thans niet minder dan zes die er minder dreigend uitzien dan in de herfst van vorig jaar: de situatie op de oliemarkt, de groei in de opkomende landen, de ontwikkeling van de binnenlandse vraag in Europa, de inflatierisico's, de grote onevenwichten in de lopende rekeningen van de betalingsbalans (lees: vooral het enorme Amerikaanse deficit) en de ontwikkelingen in de Amerikaanse woning- en vastgoedsector. De enige risicofactor die volgens het IMF een wat grotere bedreiging is gaan vormen voor de economische groei, is de wereldwijde financiële (in)stabiliteit. Risico dollarcrisis niet geweken. De jongste tijd treft een toenemende turbulentie de internationale financiële markten. Die dreiging ziet zowat iedereen. Heel anders ligt dat met twee van de factoren die het IMF als verbeterd catalogeert: de grote onevenwichten in de lopende rekeningen van de betalingsbalans en meer nog de dreiging die uitgaat van de crisis in de Amerikaanse vastgoedsector. Het valt moeilijk te ontkennen dat de critici van het IMF-standpunt (internationaal aangevoerd door mensen als Stephen Roach, hoofdeconoom van zakenbank Morgan Stanley) een stevige case kunnen maken. Het IMF voorspelt dat het deficit op de lopende rekening van de Amerikaanse betalingsbalans in 2007 zal uitkomen op 835 miljard dollar (tegenover 857 miljard dollar vorig jaar). Dat komt neer op een tekort van 6,1 % van het bbp (tegenover 6,5 % in 2006). Uiteraard is dat een gunstige tendens, maar zo verkleint het risico op een grote dollarcrisis niet echt. Zo'n crisis zou onvermijdelijk uitbreken indien de rest van de wereld (vooral China en Japan) niet meer of veel minder bereid was om de nodige dollars op te nemen ter financiering van het Amerikaanse deficit. Een stevige dollarturbulentie gooit gegarandeerd zand in de motor van de wereldeconomie. Als vastgoedcrisis uitmondt in recessie ... Critici als de vermaarde Stephen Roach zetten zich echter nog meer af tegen het optimisme van het IMF over de gevolgen van de vastgoedcrisis in de VS. Diverse empirische studies wijzen uit dat waardeverminderingen in de vastgoedsfeer een grotere impact uitoefenen op het spendeergedrag van consumenten dan dalingen van de beurskoersen. Vandaar dat experts als Roach argumenteren dat de volledige impact van de afkalvende huizenprijzen op de Amerikaanse consument zich nu pas aan het ontwikkelen is. Het IMF stelt daartegenover dat de vastgoedprijzen zich stilaan opnieuw stabiliseren. Uiteindelijk gaat het hier dus om een discussie tussen believers en non-believers. De conclusie ligt voor de hand. Krijgt het kamp-Roach uiteindelijk gelijk en gaan we dus naar een stevige dollarcrisis en/of deint de Amerikaanse vastgoedcrisis uit in een heuse recessie in de VS, dan kunnen de IMF-prognoses de vuilnisbak in. Het zit er echter dik in dat we ergens tussen die twee scenario's in terechtkomen. Via onder meer een lagere dollar, een hogere langetermijnrente, twee jaar van geringe groei in de VS, onvermijdelijke verstrenging van het beleid in China en India, en enige pijnlijke uitzuiveringen in de financiële sector, komt de groei van de wereldeconomie voor enkele jaren meer uit rond de 4 % dan in de buurt van de 5 %. Dat kan best, maar dan moet iedereen zich onthouden van protectionistische ingrepen. Want dan gaan de poppen pas echt aan het dansen. De auteur is algemeen directeur van VKW. De column 'De blik van... ' verschijnt wekelijks, met Johan Van Overtveldt en Rudy Aernoudt in een beurtrol.Johan Van Overtveldt