Lyon (Frankrijk)
...

Lyon (Frankrijk)Milieu, veiligheid, mobiliteit: onze grote steden staan voor grote uitdagingen. En hoewel elke stad zijn eigen context, structuur en verleden heeft, zijn de problemen en vraagstukken waarmee ze geconfronteerd worden vaak heel gelijklopend. De organisatoren van Global City, een internationaal forum rond stadshernieuwing, menen dat dit ook geldt voor de oplossingen. De uitwisseling van ideeën en ervaringen moet steden helpen om de gepaste antwoorden te vinden, zo luidt het. En het dient gezegd, deze positieve boodschap vindt gehoor. Meer dan duizend stadsmanagers en -bestuurders, stedenbouwkundigen, architecten, projectontwikkelaars en vastgoedadviseurs verzamelden midden mei in Lyon om er te leren van de buren. Er waren ook stadsvernieuwers van het eerste uur aanwezig, zoals Melbourne (Australië) Curitiba (Brazilië) en Kopenhagen (Denemarken). En het verhaal achter de succesvolle metamorfose van deze pioniers vertoont inderdaad parallellen. Er is de rol van sterke politici die erin slagen om publieke en privé-krachten te bundelen, er is het gegeven van een zwaar industrieel of economisch weefsel dat zich in een diepe crisis bevindt en een brutale en heilzame bewustwording vergt, en er is de stimulans van een groots project. Een voorbeeld dicht bij de deur zijn de metropolen in het noorden van Frankrijk. Regionale steden als Rijsel, Metz en Duinkerken zijn erin geslaagd om een cruciaal keerpunt te realiseren in hun industriële en politieke geschiedenis. Aangemoedigd door grote projecten zoals het Europese netwerk van hogesnelheidstreinen en/of door hun culturele en toeristische uitstraling, hebben ze op minder dan tien jaar tijd hun stedelijke weefsel en hun internationale imago compleet omgewerkt. Andere voorbeelden zijn de geteisterde industriesteden van Groot-Brittannië, van Manchester tot Liverpool en van Doncaster tot Birmingham. Maar ook de steden in het noorden van Spanje: Bilbao, Valencia, Vitoria-Gasteiz en Barcelona, dé ontluikende stad van Europa, die voor haar vernieuwing algemene erkenning geniet. In het verre Canada wordt de middelgrote stad York (Ontario) en zijn regio (negen gemeenten met samen 850.000 inwoners) geconfronteerd met een luxeprobleem: een abnormaal hoge economische groei. En dat heeft een rechtstreeks gevolg op menselijk vlak: 40.000 nieuwe inwoners reageerden op het exponentieel stijgende jobaanbod, dat op dit ogenblik geschat wordt op 20.000 bijkomende jobs per jaar. Stroomafwaarts verloopt alles - van de uitbreiding van het openbaar vervoer tot de vastgoedontwikkeling - gelukkig navenant. Het Consortium York, de eerste publiek-private samenwerking van de bouw- en de transportsector, werd opgezet in 2002. Het brengt alle actieve elementen uit de regio samen en plant zijn werven over een periode van... twintig jaar. De financiële enveloppe voor de eerste fase van de grote werken, die Quick Start werd gedoopt, geeft meteen de omvang aan van het project: 150 miljoen dollar. Een derde van dat bedrag is bestemd voor mobiliteit en de daarmee verbonden kosten. De uitbating van het nieuwe openbare netwerk, dat al sinds de herfst van 2005 in gebruik is onder de naam Viva, werd toevertrouwd aan de maatschappij Connex (groep Veolia, Frankrijk) onder een contract voor vijf jaar. Veolia (vroeger Générale des Eaux) is aan de overkant van de oceaan niet aan zijn proefstuk toe en heeft al zijn sporen nagelaten in verschillende Noord- en Zuid-Amerikaanse steden. Het verhaal heeft zelfs een Vlaams paragraafje: het netwerk van openbaar vervoer in York maakt al gebruik van bijna honderd gelede en andere bussen die allemaal geleverd werden door Van Hool. Aan de hand van het Canadese voorbeeld wordt het uitgangspunt duidelijk: de steden sturen tegenwoordig de ontwikkeling van de burgerlijke maatschappij en ze zijn verplicht om daarin een prominente rol te spelen. Afgezien van de natuurlijke economische concurrentie tussen activiteitspolen, zorgen het opwekken van synergie, het scheppen van netwerken tussen steden en operatoren en de uitwisseling van ervaringen ervoor dat de horizon verruimd en het aantal successen vermenigvuldigd wordt. Tegenwoordig komen alle steden zonder uitzondering in aanraking met de goede en de minder goede kanten van de globalisering. En zij die in dit tijdperk van de globale steden de dienst uitmaken, houden drie onmisbare parameters in zich: een performant industrieel weefsel, duidelijke en samenhangende politieke keuzes en - als rode draad - een doorgedreven bezorgdheid voor de duurzaamheid van het stedelijke weefsel. "Steden moeten zich vandaag van hun aantrekkelijkste zijde tonen om privékapitaal aan te trekken," stelt consultant Chris Balch van vastgoedadviseur DTZ. "Het is dan ook niet verwonderlijk dat Italië en België hun spoorwegstations trachten te verkopen aan privépartijen. Die multimodale zones zijn immers erg gewild. En hun aantrekkelijkheid is door de dure olie nog vergroot."Chris Balch wijst er ook op dat het stedelijke openbare vastgoedbestand een belangrijke hefboom kan zijn voor privé-investeringen. En het is vaak omvangrijker dan gedacht. De stad Birmingham bijvoorbeeld staat in de nationale top zes van de grootste eigenaars van stedelijk vastgoed. "We beleven nu een strategisch moment, want de grote internationale investeerders concentreren zich op het vastgoed. We weten echter niet of dat ook zo zal blijven. We mogen de kansen dan ook niet laten voorbijgaan," waarschuwt Balch. Martin Winter, de burgemeester van het Engelse Doncaster, vindt intussen dat men ofwel de achteruitgang moet managen, ofwel de gevolgen ervan voluit moet ondergaan. Doncaster heeft, zoals zovele industriesteden in het midden van Engeland, zichzelf moeten heropbouwen op de ruïnes van de spoorweg-, mijn- en andere zware industrie. De genadeslag kwam er met de mijnwerkersstaking in de periode 1980 tot 1984. Er gingen duizenden banen verloren bij de definitieve sluiting van de mijnen. Op twintig jaar tijd werd de toestand van de stad evenwel omgebogen. De voorbije vijf jaar kon Doncaster uitpakken met een van de hoogste groeivoeten van heel Engeland. Om die ommekeer te bewerkstelligen, deed de stad een beroep op het advies van de consultants van KPMG en DTZ, met speciale aandacht voor de financiële aspecten van transacties met privépartners voor de ontwikkeling van stadsprojecten. Niet minder dan 150 miljoen euro aan stedelijke vastgoedactiva werd op die manier gecommercialiseerd. Het leverde de middelen op voor de snelle ontwikkeling van de stedelijke en educatieve structuren die de stad broodnodig had. Na een gloednieuwe luchthaven (Robin Hood) wordt in september ook een nieuwe paardenrenbaan in gebruik genomen. "Als men mij korte tijd geleden zou gezegd hebben dat de stad 750 miljoen euro zou investeren in vastgoedontwikkelingen, had ik eens goed gelachen," geeft de burgemeester toe. Philippe Coulée