TRENDS. Studiediensten zijn bedrijven met kennis als productie. Hoe werken de denkcellen van VBO, Voka en VKW?

BAUDOUIN VELGE (VBO). "Wij werken met tien mensen, waaronder twee macro-economen. Die stellen de conjunctuurstudies en de Lissabon-index op. Voor de studie van KMO's werken wij structureel samen met Ehsal. Het VBO betrekt meer en meer buitenstaanders bij de studieprojecten: professoren (die blijven betaalbaar), consultants die hun zichtbaarheid willen verhogen en studenten-stagiairs. Een zware handicap is dat de studiedienst enorm veel tijd verliest met de sociaal-economische adviesraden. Ook de vakbonden hebben dat probleem, dus we proberen die overstroming samen in te dammen."
...

BAUDOUIN VELGE (VBO). "Wij werken met tien mensen, waaronder twee macro-economen. Die stellen de conjunctuurstudies en de Lissabon-index op. Voor de studie van KMO's werken wij structureel samen met Ehsal. Het VBO betrekt meer en meer buitenstaanders bij de studieprojecten: professoren (die blijven betaalbaar), consultants die hun zichtbaarheid willen verhogen en studenten-stagiairs. Een zware handicap is dat de studiedienst enorm veel tijd verliest met de sociaal-economische adviesraden. Ook de vakbonden hebben dat probleem, dus we proberen die overstroming samen in te dammen." ERIC VERMEYLEN (VOKA). "Het kenniscentrum heeft twaalf medewerkers en kende drie fasen. De eerste was de bewegingsfase tussen 1970 en 1985 onder René De Feyter. Toen werden uitdrukkelijk institutionele vraagstukken op de voorgrond gebracht. De tweede fase begon halfweg de jaren tachtig, toen wij een partner werden van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Dat werd een bezettingsstrategie om onze representativiteit en kundigheid als sociale partner te bewijzen. In deze tweede fase gaan wij de jongste twee à drie jaar naar een rationalisering van de vergaderitis: we kloppen sneller af als we zien dat we geen resultaat zullen halen. De derde fase is de Voka-fase, met accenten op kabinetten, journalisten, vakbonden en de leden-bedrijven. Een nieuw element is het samen ontwikkelen van dienstenpakketten met en voor de kamers. Ook onze netwerking breidt uit: je kan niet alle kennis zelf ontwikkelen, dus je moet inkopen. Bijvoorbeeld rond milieuvraagstukken hebben wij in 2003 samengewerkt met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (Vito)." JOHAN VAN OVERTVELDT (VKW). "Die zaken zijn voor mij niet direct aan de orde. De optiek van de drie vaste medewerkers is: laten we de omgeving van de onderneming, in de eerste plaats de VKW-onderneming, verkennen om haar beter te begrijpen, internationaal en nationaal. In gesprekken merk ik dat er een enorme behoefte bestaat aan een beter begrip van wat er gebeurt. Wij zullen ons niet alleen op macro-economische onderwerpen toeleggen, maar ook uitvoerig ingaan op heel specifieke bedrijfsgebonden materies, zoals defamiliarisering, verloning en R&D-management. Door onze kleine bezetting wil ik sterk netwerkend optreden." VELGE. "De enige werkgeversorganisatie met een studiedienst die iets heeft veranderd, is het Franse Medef. Maar dat succes - de transformatie van de traditionelere werkgeversvereniging CNPF - is tezelfdertijd zijn probleem. Het Medef werd onder de socialistische regering van Lionel Jospin de feitelijke oppositie, waardoor het bij de premier letterlijk niet meer binnenraakte. Dat is voor een werkgeversvereniging een ramp. Het is niet door in de krant te komen met juiste analyses dat je iets verandert. Dat gebeurt door moeilijke onderhandelingen bij de premier of zijn ministers. VKW kan dat doen, omdat het geen sociale partner is. Radicale studies van het VKW zijn welkom. De Confederation of British Industry (CBI) werkt goed in het Verenigd Koninkrijk, omdat het meer een lobbygroep dan een sociale partner is. Ik bewonder het CBI." VERMEYLEN. "Ik kijk ook met sympathie naar het studiewerk van CBI. Ik leer bovendien veel van de teksten van het Nederlandse economenblad ESB. Dat zijn korte en krachtige beleidspapers die nuttig en inspirerend zijn voor Voka. In 1998 heeft het VEV ingepikt op het allereerste artikel van ESB over publiek-private samenwerking. Toen was dat vreemd, nu is het beleidsmatig erkend. We moeten meer internationaal surfen, rolmodellen zoeken en vertalen naar de Vaamse situatie." VAN OVERTVELDT. "Het Milken Institute van de Amerikaanse oud-financier Michael Milken is het rolmodel van de VKW-denktank. Binnen dat instituut leven fascinerende opinies en het werkt zoals wij met veel externe economen. Zijn webstek en communicatie is voortreffelijk. Wat mij stoort, is dat dit rolmodel meteen verketterd zal worden omdat Milken, de uitvinder van de rommelobligaties, een onverbeterbare oplichter zou zijn. Hij heeft zijn straf uitgezeten en maakt zich nu nuttig voor de samenleving." Frans Crols