Voka en Unizo gaan nauwer samenwerken. Hun eerste wapenfeit wordt een gezamenlijke eisenbundel voor een verdere staatshervorming. Als ze daar niet snel mee zijn, wordt dit een nutteloze oefening. De regeringsvorming lijkt immers eindelijk op te schieten en straks is er niets meer te eisen omdat de afspraken - hoe miniem ze misschien ook zullen uitvallen - gemaakt zijn.
...

Voka en Unizo gaan nauwer samenwerken. Hun eerste wapenfeit wordt een gezamenlijke eisenbundel voor een verdere staatshervorming. Als ze daar niet snel mee zijn, wordt dit een nutteloze oefening. De regeringsvorming lijkt immers eindelijk op te schieten en straks is er niets meer te eisen omdat de afspraken - hoe miniem ze misschien ook zullen uitvallen - gemaakt zijn. De samenwerking tussen beide organisaties wordt nu wel concreter gepland, maar al bijna een jaar geleden, op 15 november, lichtten Voka, Unizo en toen ook VKW hun visie op de staatshervorming toe. Regionalisering van de vennootschapsbelasting en van het arbeidsmarktbeleid waren toen de voornaamste prioriteiten. Vandaag zijn ze dat opnieuw zonder dat er een concrete stap vooruit is gedaan. Wordt dit een radicalisering van de Vlaamse werkgevers? Of net niet? Traditioneel was Voka een regionaal sterkere scherpslijper dan Unizo. Het samengaan met de kamers van koophandel heeft wel gezorgd voor een iets neutralere opstelling. Voka is meer beleidsorganisatie geworden. Unizo is onder Karel Van Eetvelt geradicaliseerd. Een enquête onder de leden eerder dit jaar stuwde de Unizo-leiding naar een radicalere regionale opstelling. Op die manier hebben beide organisaties elkaar gevonden. Van Eetvelt verklaart dat hij voor het behoud van de solidariteit met Wallonië is, maar dat de regio's gebaat zijn met meer verantwoordelijkheid. Voka was eerder explicieter en wil de solidariteit begrenzen tot tien jaar. Een uitspraak die toen in Wallonië veel stof deed opwaaien. Voka is voorstander van een regionalisering van het loonbeleid, Unizo is dat niet. Unizo en Voka hebben dus nog wel wat dingen uit te praten. Het is te hopen dat het samengaan niet leidt tot een verzwakking van de standpunten. Een compromis is goed zolang het niet kleurloos wordt. Voor Unizo stelt deze verdere evolutie toch meer vragen. Unizo is immers, in tegenstelling tot Voka, zowel federale als regionale sociale partner. Dat wordt een steeds grotere spagaat. Als Voka en Unizo nauwer samenwerken, hoe zullen dan de Vlaamse werkgevers gezamenlijk reageren als ze ongelukkig zijn met het resultaat van de federale interprofessionele onderhandelingen. Voka haalde na de jongste onderhandelingen ongemeen scherp uit. Voor Unizo is dat onmogelijk want het zit daar mee aan tafel. Als de staatshervorming zich verder doorzet, dan zal Unizo moeten kiezen en zich op één niveau positioneren. Een jaar geleden maakte VKW deel uit van het Vlaamse werkgeversfront. Vandaag schittert het door afwezigheid. Interne tegenstand in het VKW tegen een al te vergaande regionalisering zou daar aan de oorsprong liggen. Het VKW is bovendien steeds meer afwezig op het terrein. Het is een organisatie die niet deelneemt aan het sociaal overleg, maar optreedt als een reflecterende denktank. Johan Van Overtveldt leidde in het verleden de denktank, VKW Metena. Hij leidt nu het VKW, terwijl Caroline Ven de denktank leidt. Voorlopig heeft dat niet geleid tot een forse terreinbezetting. Dat het VKW nu de rol moet lossen in deze samenwerking tussen Voka en Unizo kan de organisatie in de marginaliteit drukken. Guido Muelenaer