"Het toeval speelt een grote rol. Het had allemaal anders kunnen lopen." Graaf Maurice Lippens, de voorzitter van de raad van bestuur van Fortis, wordt in een interview geciteerd in het boek De val van ABN Amro. In het werk brengen Prisco Battes en Pieter Elshout, journalisten van de Nederlandse krant Het Financieele Dagblad, een chronologie van de grootste overname in de geschiedenis van de banksector. Begin oktober valt Dé Bank van Nederland in de handen van het consortium gevormd door Fortis, Royal Bank of Scotland, en Santander. Zij betalen 72 mil...

"Het toeval speelt een grote rol. Het had allemaal anders kunnen lopen." Graaf Maurice Lippens, de voorzitter van de raad van bestuur van Fortis, wordt in een interview geciteerd in het boek De val van ABN Amro. In het werk brengen Prisco Battes en Pieter Elshout, journalisten van de Nederlandse krant Het Financieele Dagblad, een chronologie van de grootste overname in de geschiedenis van de banksector. Begin oktober valt Dé Bank van Nederland in de handen van het consortium gevormd door Fortis, Royal Bank of Scotland, en Santander. Zij betalen 72 miljard euro, waarvan 24 miljard euro voor rekening van Fortis. Het boek biedt ettelijke staaltjes van dat merkwaardige toeval. Het meest opmerkelijke is wellicht de timing van de brief van het durfkapitaalfonds TCI. De brief die op 20 februari 2007 bij ABN Amro (en in de media) belandt, brengt het overnameproces in een stroomversnelling. Twee personen zijn cruciaal voor dat manoeuvre. Er is Matteo Arpe, CEO van Capitalia. ABN Amro aast op de Italiaanse bank, maar haar CEO wil er niet van weten. Op 22 februari zou zijn lot bezegeld worden, door zijn ontslag. De tweede spilfiguur is Davide Serra. Het voormalige hoofd van het analistenteam voor de internationale bankensector van Morgan Stanley, is goed bevriend met Matteo Arpe. Serra bedacht een plan voor de opsplitsing van ABN Amro. Die zou de waarde van de bank verdubbelen. Het plan was klaar, alleen de kapitaalschieters voor de operatie ontbraken nog. Ze werden gevonden in de durfkapitaalfondsen Tosca en TCI. De brief van 20 februari redde het vel van Arpe. Maar de ironie wil dat binnen ABN Amro zelfs nooit het idee leefde dat het ontslag van Arpe echt belangrijk was. Wat rest, is geschiedenis. Dé Bank van Nederland zocht in allerijl nog steun bij ING en Barclays. Een fusie zou de dreigende opsplitsing weren. Maar de aandeelhouders kozen eieren voor hun geld. Ze zwichtten voor het bod van het consortium, dat het hoogste bleek te zijn. Bij de twee auteurs laat alles toch een wat wrange nasmaak achter. Ze pleiten niet letterlijk voor verankering. Maar hun nawoord is duidelijk. "Door het verdwijnen van het hoofdkantoor is ABN Amro niet langer hét instituut voor de Nederlandse economie dat talentvolle bankiers klaarstoomt voor een internationale carrière. In de rest van de financiële sector en ook bij bedrijven daarbuiten wemelt het tot in de hoogste bestuurslagen van managers die bij ABN Amro groot zijn geworden. Het is sterk de vraag in hoeverre Fortis het gat kan opvullen ... Daar staat tegenover dat al het talent dat door ABN Amro werd aangenomen, nu elders aan de slag gaat, bij bedrijven die hopelijk succesvoller zullen zijn dan ABN Amro de laatste jaren is geweest." PRISCO BATTES EN PIETER ELSHOUT. DE VAL VAN ABN AMRO. EEN RECONSTRUCTIE IN ZES AKTES. UITGEVERIJ BUSINESS CONTACT, AMSTERDAM, 2008. 143 BLZ, 14,95 EURO.Wolfgang Riepl