Feest op 15 maart 2000, toen de beurzen van Brussel, Parijs en Amsterdam hun fusie aankondigden. De Bel20 dikte op twee dagen tijd met meer dan 12% aan omdat, zo dacht men toen, de ondergewaardeerde Belgische bedrijven eindelijk in de Europese schijnwerpers zouden komen te staan.
...

Feest op 15 maart 2000, toen de beurzen van Brussel, Parijs en Amsterdam hun fusie aankondigden. De Bel20 dikte op twee dagen tijd met meer dan 12% aan omdat, zo dacht men toen, de ondergewaardeerde Belgische bedrijven eindelijk in de Europese schijnwerpers zouden komen te staan. Eén jaar later blijkt dit ijdele hoop te zijn geweest. De Bel20 won in die twaalf maanden amper 3%. Verderop de beurstabellen klinkt het geweeklaag en tandengeknars nog veel luider. De koersafkalving van de aandelen van de kleinere bedrijven dreef menig bedrijfsleider tot wanhoop.Zes bedrijven die ontevreden zijn over hun beurskoers geven hierop hun visie ( zie kaders). Deze zes bedrijven zijn vrij nieuw op de Brusselse koerstabellen. Het zijn allemaal stille getuigen van de stroom beursintroducties die België sinds 1996 overspoelde. Die stroom is echter in het magische jaar 2000, Interbrew niet te na gesproken, volledig opgedroogd. Alsof ze besmettelijk zijnIn de Euronext-100 - de honderd belangrijkste aandelen van Amsterdam, Brussel en Parijs - hebben slechts negen Belgische bedrijven een plaatsje veroverd. Zwaargewicht Fortis behoort niet eens tot de twintig grootste bedrijven van die index. In de Next-150 (de 150 volgende aandelen van die beurzen) vaardigt België slechts veertien bedrijven af. Het schrijnende gebrek aan interesse voor Belgische aandelen blijkt ook uit het feit dat deze aandelen nauwelijks verhandeld worden. Ter illustratie hebben we eens alle chemieaandelen uit de Euronext-100 naast elkaar gezet - Tessenderlo Chemie behoort niet tot de Euronext-100, maar wel tot de Next-150 en de Bel20 (zie tabel: Chemieaandelen op Euronext). Institutionele beleggers zijn op de eerste plaats afkerig van Belgische small-caps (aandelen met een beperkte beurskapitalisatie) omdat ze niet willen weten van de illiquiditeit of beperkte verhandelbaarheid van deze aandelen. Als zo'n institutionele belegger zijn aandelen in een small-cap kwijt wil, dan staan daar meestal zo weinig kopers tegenover dat de koers naar beneden tuimelt. Ook de particuliere belegger heeft zijn horizon verruimd en is Europees gaan denken, wat meestal ten koste van de Belgische waarden gaat. Bovendien is er nog steeds de verkoopdruk die uitgaat van Belgische pensioenfondsen. Die werden wettelijk verplicht een minimumpercentage van hun portefeuille in Belgische aandelen te beleggen. Nu deze wetgeving op Europees verzet stuit, wisselen heel wat van die pensioenfondsen hun Belgische waarden in voor Europese blue chips. Marco Becht van de Université Libre de Bruxelles ziet nog een andere oorzaak waarom Belgische aandelen zo moeilijk verhandelbaar zijn. Grote pakketten aandelen van veel Belgische ondernemingen zitten vastgeroest bij enkele hoofdaandeelhouders of referentieaandeelhouders. Daardoor is de free float (het percentage verhandelbare aandelen ten opzichte van het totaal aantal uitgegeven aandelen) zeer beperkt. Voorbeelden daarvan zijn er in overvloed te vinden: Carestel (21%), Duvel Moortgat (23%), IPTE (22%), Koramic (27%), Ontex (23%) en Roularta Media Group (25%) hebben allemaal een free float die kleiner dan 30% is. De lage beurskoers is voor vele Belgische small-caps een groeihandicap. Als zij een ander bedrijf wensen over te nemen (gefinancierd met eigen aandelen), dan betalen zij verhoudingsgewijs meer dan een hoger gewaardeerde mededinger. Barco bijvoorbeeld splitste in het najaar BarcoNet af in de hoop dat deze divisie dankzij een hogere beurskoers een eigen overnamestrategie zou kunnen financieren. Voorlopig zonder veel succes. Bovendien houdt een lage waardering ook het risico in om zelf het slachtoffer te worden van een vijandige overnamepoging. Er doen ook geruchten de ronde dat een aantal bedrijven hun investeringsprogramma hebben moeten aanpassen vanwege de lage beurskoers. Bij navraag blijkt echter dat de meeste bedrijven voldoende cashflow genereren om hun geplande investeringen uit te voeren. Een index helpt nietUit schrik dat ontevreden bedrijven hun aandelen van de beurs zullen halen, bekijkt ook Euronext hoe voor de kleinere aandelen wat meer aandacht kan worden losgeweekt. Een werkgroep moet proberen om de interesse op te wekken van financiële analisten voor onze Belgische small-caps. Voorts zoekt Euronext ook naar een wettelijke oplossing om de free float van die aandelen te verhogen zonder de belangen van de controlerende referentieaandeelhouders te schaden. Dat kan door het toekennen aan bepaalde aandelen van een dubbel stemrecht of door de uitgifte van certificaten.Euronext denkt ook aan het lanceren van kwaliteitslabels voor small-caps: Next Economy voor de technologieaandelen en M-Prime voor de traditionele waarden. Om dit label te krijgen, zullen veel van die bedrijven zware inspanningen moeten leveren. Naast de publicatie van kwartaalresultaten zullen zij ook hun boekhouding moeten voeren volgens de IAS-regels ( International Accounting Standards). Voorts zal Euronext werk maken van een midcapindex. Bedrijven die in deze index worden opgenomen, zullen ongetwijfeld aan visibiliteit winnen. De vraag is echter in welke mate zo'n index de aandacht kan trekken van analisten en beleggers. Het is algemeen geweten dat zo'n index minder goed presteert dan de markt. Dat ligt niet zozeer aan de bedrijven die deel uitmaken van die index. Neen, het probleem is inherent aan de index. De midcaps die erin slagen om door te groeien naar de top worden onherroepelijk uit die index verwijderd omdat ze te groot zijn geworden. Hun plaats wordt dan meestal ingenomen door gevallen sterren die niet in hun opzet geslaagd zijn. Daardoor verdwijnen telkens de beste elementen uit de index en worden die vervangen door bedrijven die op hun retour zijn. Het is duidelijk dat de small-caps toch op zichzelf zijn aangewezen om hun probleem op te lossen.Een mogelijkheid om de beurskoers te verdedigen is de aankoop van eigen aandelen. Daarmee geeft het management een duidelijk signaal dat hun bedrijf ondergewaardeerd is en wie kan daar beter over oordelen dan de bedrijfsleiders zelf. Het is trouwens wetenschappelijk bewezen dat bedrijven die eigen aandelen aankopen een superieur rendement opleveren.Zeer belangrijk daarbij is een goede en gerichte communicatie naar de belegger. Wanneer de resultaten goed zijn, is dat kinderspel. Een goede communicatie wordt vooral belangrijk wanneer het minder goed gaat. Op dit vlak hebben een heleboel Belgische bedrijven het vertrouwen van de belegger verloren. Laattijdige winstwaarschuwingen hebben het jaar 2000 gekleurd. Aan de andere kant moeten we ook oppassen voor bedrijven die aan 'overcommunicatie' doen. Bedrijven die elke week een persbericht lanceren, zijn waarschijnlijk verkeerd bezig. Toch kan een strategische communicatie koersondersteunend werken. Eind januari dreigde de beurskoers van Ontex helemaal onderuit te gaan. Net op dat moment kwam de directie met een mededeling dat alles naar wens verliep en dat de winstprognoses gehaald zouden worden. De koers herstelde zich onmiddellijk met meer dan 10%. Dirk van Thuyne