De auteur van deze tweewekelijkse column is directeur van de denktank VKW Metena.
...

De auteur van deze tweewekelijkse column is directeur van de denktank VKW Metena.Eind november ging de allereerste 'Financial Times and Goldman Sachs Business Book of the Year Award' en de daaraan verbonden 30.000 Britse pond naar Thomas Friedman voor zijn boek The World is Flat. A Brief History of the Twenty-First Century (2005, Farrar, Straus and Giroux). Vijf jaar geleden leverde deze columnist van de New York Times ook al een authentieke bestseller af met The Lexus and the Olive Tree (2000, HarperCollins). Daarin zet Friedman op een glasheldere manier alle positieve en negatieve aspecten van het globaliseringsproces in de wereldeconomie op een rijtje. De auteur neigt over naar het pro-globaliseringskamp, maar blijft kritisch. Een snelle tweede lectuur eind 2005 leert dat het boek ook nauwelijks aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. Met The World is Flat haalt Friedman helaas niet hetzelfde niveau, ondanks de opvallende prijs die het boek nu te beurt valt. Zo trekt de auteur ten onrechte bepaalde economische trends van vandaag lineair - en dus totaal ongenuanceerd - door naar de toekomst. Copernicus toonde aan dat de wereld letterlijk niet plat is. Ondanks het prachtig geschreven boek van Friedman zal de wereld ook in de figuurlijke zin niet plat worden. Comparatieve voordelen blijven. Het spreekt voor zich dat het belangrijke gegeven van de globalisering zich ook in de toekomst zal voortzetten. Landen zoals China en India - maar zij niet alleen - zijn de wereldeconomie aan het hertekenen. Maar dat betekent niet dat we nu allemaal op dezelfde manier met elkaar moeten concurreren of dat er geen comparatieve voordelen meer bestaan. Zoals Jagdish Bhagwati, de Indiase professor internationale economie verbonden aan Columbia University in New York, al dikwijls argumenteerde, evolueren we steeds meer naar een caleidoscopisch comparatief voordeel: je hebt als land, regio of bedrijf vandaag een comparatief voordeel dat je toelaat internationaal te scoren. Maar door de druk van de concurrentie ben je dat voordeel soms heel snel kwijt. Maar de afsnoepende concurrentie ligt zelf ook onder vuur, en dat geeft bijvoorbeeld de mogelijkheid aan degenen die initieel het comparatieve of competitieve voordeel bezaten, om hun positie te herwinnen. De wereld wordt dus niet plat in die zin dat we allemaal met dezelfde wapens aan een eindeloos dagelijks gevecht moeten beginnen. Het concept van het comparatieve voordeel - de heuvelachtige tot zelfs bergachtige wereld - blijft overeind, maar komt alleen sneller onder vuur, zeker als degenen die het comparatieve voordeel bezitten niet alert en snel reageren op de voortdurende bedreigingen. Gevangen in lineair denken veegt Thomas Friedman in The World is Flat de blijvende realiteit van het comparatieve voordeel van tafel. Overschat China en India niet. Thomas Friedman heeft evenmin oog voor nog andere ontwikkelingen die zijn basisstelling belagen. We geven twee voorbeelden. Het huidige China is gedoemd om nooit een rol van betekenis te spelen in de ontwikkeling van informatietechnologie. Waarom? Omdat de elite van dat land openheid voor die technologie verafschuwt, aangezien ze een bedreiging vormt voor haar politiek-maatschappelijke hegemonie. En het Indiase Bangalore maakt als technologiepool misschien wel indruk, maar al te vaak wordt vergeten dat maar 4 % van de jongeren in India de poorten van de universiteit haalt, dat niet eens de helft daarvan de studies ook voleindigt, en dat slechts een heel laag percentage van die geslaagden Engels spreekt. Als het al lukt, heeft India nog decennia nodig om op het vlak van technologie en innovatie een beetje in de buurt van de Verenigde Staten te komen. Johan Van OvertveldtHet huidige China zal nooit een rol van betekenis spelen in de ontwikkeling van informatietechnologie. Waarom? Omdat die technologie een bedreiging vormt voor de bestaande politieke elite.