De auteurs zijn vermogensadvocaten. Alain Verbeke is gewoon hoogleraar aan de uiversiteiten van Leuven en Tilburg.
...

De auteurs zijn vermogensadvocaten. Alain Verbeke is gewoon hoogleraar aan de uiversiteiten van Leuven en Tilburg. De wet over fiscale amnestie is - zoals u vorige week in deze rubriek kon lezen - verre van perfect, maar over één ding kunnen we het eens zijn: mensen die een eenmalige bevrijdende aangifte (EBA) indienen, slapen beter. Hoewel. Wanneer uw vermogen in België is beland, doemt er een bijkomende claim van successierechten op. In Vlaanderen gaat die tot 27 % in rechte lijn en zelfs tot 65 % op het vermogen dat broers of zussen erven. De Waalse spijtoptant is zo mogelijk nog slechter af. Het toptarief van successierechten bedraagt daar 90 %. Aan de EBA koppelt u daarom best van in het begin een correcte successieplanning. Dat betekent vaak dat het vermogen wordt overgedragen aan de volgende generatie. Dat hoeft niet meteen in volle eigendom te zijn. U verliest dan namelijk de controle, het beheer en de inkomsten. Een schenking aan kinderen of kleinkinderen daarentegen kan zorgen voor een bepaalde mate van controle en behoud van inkomsten (bijvoorbeeld voorbehoud van vruchtgebruik, vervreemdingsverbod enzovoort). Wilt u meer controle behouden over de geschonken goederen, dan kan een maatschap of een stichting nuttig zijn. Een schenking gebeurt klassiek in de vorm van een handgift of bankgift. Door de grote beperkingen van zo'n schenkingsvorm, gaat de voorkeur vaak uit naar een notariële schenking. Een Belgische notariële schenking leidt wel tot progressieve schenkingsrechten (in rechte lijn tot 30 %). Wilt u dat vermijden, dan volstaat het over de grens te wippen en even op de thee te gaan bij een Nederlandse of Zwitserse notaris. Wanneer deze schenkingsakte niet vrijwillig wordt geregistreerd, zijn er geen Belgisch schenkingsrechten verschuldigd. Overleeft de schenker de schenking drie jaar, dan worden er ook geen successierechten aangerekend. Voor Brussel en Wallonië stopt het algemene verhaal hier. Tot voor kort waren ook in Vlaanderen de schenkingen van roerende goederen voor een Belgische notaris eerder schaars. Vanaf 1 januari 2004 is het schenkingrecht op roerende goederen echter ingrijpend gewijzigd (zie Trends, 5 februari 2004). Vlaanderen is afgestapt van de progressieve schenkingsrechten op roerende goederen. Er is een vlak tarief ingevoerd van 3 of 7 %. Het 3 %-tarief geldt voor schenkingen in rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwoners. Het 7 %-tarief speelt in alle andere gevallen. Verder is door het betalen van dit vlakke schenkingsrecht de kous af. Overlijdt de schenker een dag later, dan heeft de schenking geen invloed meer op het verschuldigde successierecht. Het betaalde schenkingsrecht is de eindheffing. In Vlaanderen hebt u dus een duidelijke keuze. Ofwel doet de schenker, na een EBA, een belastingvrije schenking via een hand- of bankgift of voor een buitenlandse notaris. Er zijn dan wel successierechten verschuldigd als de schenker overlijdt binnen drie jaar na de schenking. Ofwel onderwerpt hij de schenking meteen aan het schenkingrecht (3 of 7 %) en zijn er geen verdere kosten. Om de hoge successierechten te vermijden, koppelt u best een successieplanning aan de EBA. Maar er zit een addertje onder het gras. Zo'n planning wordt in bepaalde gevallen namelijk bemoeilijkt door de wet over fiscale amnestie, in het bijzonder door de investerings- en deponeringsverplichting. De investeringsverplichting geldt voor een aangever die heeft geopteerd voor het 6 %-tarief. Hij moet de sommen gedurende drie jaar investeren. De deponeringsverplichting geldt voor de door de wet geviseerde toonderstukken. Voor deze roerende waarden is alleen het 9 %-tarief beschikbaar. De stukken moeten gedurende drie jaar worden gedeponeerd op een rekening op naam van de aangever. Hoe vallen deze verplichtingen te rijmen met een schenking direct na de EBA en dus binnen die termijn van drie jaar? Een schenking houdt immers een onherroepelijke en kosteloze overdracht van vermogen in. Een schenking kan dan ook niet beschouwd worden als een herinvestering, laat staan een kwalificerende herinvestering. Zeker als men een handgift van toonderstukken doet, zal de deponeringsverplichting niet worden nageleefd. Wie deze voorwaarden niet respecteert, moet een bijkomende bijdrage van 6 % betalen. In plaats van de normale kostprijs van 6 of 9 % stijgt het tarief tot 12 of 15 %. Laten we de zaken even op een rij zetten aan de hand van het geval van tante Georgette. Tante Georgette (79) is kinderloos gebleven en heeft altijd in Vlaanderen gewoond. Ze heeft een aantal neefjes en nichtjes. Een kapitaal dat zij geërfd heeft van haar in Wallonië overleden broer heeft ze niet aangegeven (750.000 euro). Dat kapitaal heeft ze belegd in obligaties aan toonder. Omdat ze rondkwam met haar pensioentje, werden de interesten bij inning meteen gestort op een rekening in het Nederlandse Terneuzen (250.000 euro). De interest noch de rekening werd aangeven. Omwille van haar gemoedsrust beslist zij een eenmalige bevrijdende aangifte te doen. Niettemin is zij (maar vooral de neefjes en nichtjes) bezorgd over de successieplanning. Een van de neefjes vindt immers op het internet dat alles wat tante Georgette aan hen samen vermaakt boven 125.000 euro, belast wordt tegen 65 %. Dat wordt ervaren als een zware aanslag. Gemoedsrust is fijn, maar er zijn grenzen. Wat de toonderstukken betreft, is de situatie relatief eenvoudig. Hier kan alleen het 9 %-tarief van toepassing zijn. De prijs van deze EBA bedraagt dan ook altijd 67.500 euro. Wordt de deponeringsvereiste voor toonderstukken niet nageleefd, dan kost het 45.000 euro extra. De interest is een ander verhaal. Die som staat op de rekening en kan dus tegen 6 of 9 % bevrijdend worden aangegeven. De kostprijs van deze EBA bedraagt dan 15.000 of 22.500 euro. Opteert tante Georgette voor het 6 %-tarief, dan moet ze een waarborg van 6 % (15.000 euro) stellen. De waarborg vervalt aan de Belgische staat als de investeringsvoorwaarde niet wordt vervuld. Tante Georgette kiest voor de goedkoopste EBA. De kostprijs om 1 miljoen euro naar België te halen, is dan 82.500 euro (exclusief waarborg). Overlijdt tante Georgette daarna, dan is een successierecht van 576.375 euro verschuldigd. Samen met de EBA-kosten komt het afgedragen bedrag op 658.875 euro (zo'n 66 % van het startbedrag). Netto houden de neefjes en nichtjes dus 341.125 euro wit geld over. Hoewel dat een mooi bedrag is, worden ze er niet vrolijk van als ze zich de zes nullen van het startbedrag voor de geest halen. Bovendien moeten ze nog rekening houden met de investeringsverplichting. Kan deze factuur worden verzacht met een degelijke vermogensplanning? Het spreekt voor zich dat de planning moet beantwoorden aan de wensen van tante Georgette en haar gemoedsrust niet mag verstoren. Tante Georgette zou na de waarborg/deponeringstermijn onmiddellijk kunnen schenken voor een Belgische notaris. Hierdoor is een schenkingsrecht van 64.225 euro verschuldigd (7 % van 917.500 euro). Vindt zij het schenkingsrecht te hoog, dan kan zij een belastingvrije schenking organiseren (handgift, bankgift, buitenlandse notariële akte). Er is dan geen bijkomende kostprijs. Overlijdt tante Georgette evenwel binnen drie jaar na de schenking, dan zijn de hoge successierechten verschuldigd (576.375 euro). De hoge rechten worden in dit geval dus alleen vermeden als tante het na de EBA nog zes jaar uitzingt. Tante Georgette durft als 79-jarige niet zoveel risico inzake tijd te nemen. Ondanks de deponeringsverplichting wil zij onmiddellijk schenken. Het sanctiemechanisme treedt daarom in werking: bovenop het tarief van 9 % komt een bijkomend tarief van 6 %, in totaal dus 15 %. Wat de gelden betreft, opteert zij voor het 9 %-tarief. Hierdoor vermijdt zij de investeringsverplichting en kan zij het geld wegschenken. De totale kostprijs van de EBA is 135.000 euro (15 % van 750.000 euro en 9 % van 250.000 euro). Rest haar nog de keuze voor een schenking met of zonder Vlaamse schenkingsrechten. Opteert ze voor een Vlaamse schenking, dan is bijkomend 60.550 euro verschuldigd (865.000 euro tegen 7 %). In totaal draagt ze dus 195.550 euro af en kost de overdracht van het vermogen aan de neefjes en nichtjes minder dan 20 %. Opteert zij om de Vlaamse schenkingsrechten te vermijden via een onbelaste schenking, dan spaart zij het schenkingsrecht uit. Overlijdt tante Georgette binnen drie jaar na de schenking, dan is een successierecht van 542.250 euro verschuldigd. Velen stellen dat de verhoogde EBA-kost - door het niet naleven van de deponerings- en investeringsverplichting - verschuldigd is als de schenking onmiddellijk na de aangifte gebeurt. Dat is niet noodzakelijk het geval, dunkt ons .Wij menen dat er sterke argumenten zijn voor constructies die het mogelijk maken om direct na een EBA te schenken zonder daarvoor bijkomend te worden gesanctioneerd. Voor toonderstukken is vereist dat ze worden gedeponeerd op een rekening op naam van de aangever en daar gedurende drie jaar blijven. De gelden moeten, na indiening van de EBA, worden geïnvesteerd voor minimaal drie jaar. Op het einde van de rit moet alleen bewezen worden dat de investeringen zijn behouden op naam. Het komt er dus op aan een schenking te doen op een manier dat toch aan de deponerings- of investeringsvereiste is voldaan. De stukken of bedragen moeten na drie jaar dus nog steeds op naam van de oorspronkelijke schenker staan. Is dat mogelijk? Laten we de vereisten van de EBA-wet en de uitvoeringsbesluiten even naast de algemene principes van het burgerlijk recht leggen. Artikel 938 van het Burgerlijk Wetboek stelt heel duidelijk dat er bij een notariële schenking geen levering of afgifte is vereist. De eigendom gaat over op de begiftigde door de toestemming van de schenker en de begiftigde. Het is daarom mogelijk om de gelden en effecten te schenken aan de begiftigde, zonder ze te leveren. Op die manier blijft het depot of de investering op naam van de schenker staan. Dit blijft delicaat, ook burgerrechtelijk, vanwege het principe van de onherroepelijkheid van een schenking. Een alternatief is om een schenking te doen onder de opschortende voorwaarde van het overleven van de begiftigde. Er gebeurt op het ogenblik van de schenking de facto niets. Het is pas wanneer de begiftigde de schenker overleeft, dat de schenking werkelijk wordt uitgevoerd. Dan pas gaat de schorsende voorwaarde in vervulling. De schenking vindt evenwel niet plaats op het ogenblik van de vervulling van de voorwaarde (het overlijden van de schenker), maar op het ogenblik dat de akte werd getekend. Vanaf dat moment bestaat de schenking juridisch, maar de uitvoering wordt opgeschort tot het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat. Als de schenker meer dan drie jaar na de EBA overlijdt, staan op het moment dat de termijn van drie jaar voor het depot of de investering verstrijkt, de stukken of gelden nog steeds op naam van de EBA-bekeerling en is aan die vereisten dus voldaan. Deze twee denkpistes zijn methodes die voor het burgerlijk recht kunnen werken. Maar het is niet zeker dat de wetgever zulke scenario's in gedachte had toen de wetgeving totstandkwam. Minister van Financiën Didier Reynders ( MR) heeft zich op dit punt nog niet uitgesproken. We kunnen in dit stadium dus geen zekerheid geven over de gewenste gevolgen van zo'n planning. Alain Nijs Anton van Zantbeek Alain VerbekeHet is mogelijk om de gelden en effecten te schenken aan de begiftigde zonder ze te leveren. Een alternatief is om een schenking te doen onder de opschortende voorwaarde van het overleven van de begiftigde.