De wetgever heeft de subsidiaire aanslag hervormd. Maar voorlopig weet niemand goed hoe het moet. In de inkomstenbelastingen beschikt de fiscus over uitgebreide mogelijkheden om eigen fouten recht te zetten. Neem bijvoorbeeld het geval waarin de directeur in de fase van het bezwaar een ingekohierde aanslag nietig verklaart - om een andere reden dan verjaring. De administratie is dan gerechtigd een nieuwe aanslag te vestigen.
...

De wetgever heeft de subsidiaire aanslag hervormd. Maar voorlopig weet niemand goed hoe het moet. In de inkomstenbelastingen beschikt de fiscus over uitgebreide mogelijkheden om eigen fouten recht te zetten. Neem bijvoorbeeld het geval waarin de directeur in de fase van het bezwaar een ingekohierde aanslag nietig verklaart - om een andere reden dan verjaring. De administratie is dan gerechtigd een nieuwe aanslag te vestigen. Een vergelijkbare mogelijkheid bestaat wanneer de directeur een bezwaarschrift afwijst, de belastingplichtige vervolgens een beroep doet op de fiscale rechter en die de aanslag alsnog nietig verklaart (weerom om een andere reden dan verjaring). De administratie heeft ook dan de mogelijkheid haar huiswerk over te doen. Zij kan een zogenaamde subsidiaire aanslag ter goedkeuring voorleggen aan het gerecht. Een goed jaar geleden leek de subsidiaire aanslag op sterven na dood. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat deze procedure strijdig was met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel. Zij voorzag niet in een termijn waarbinnen de fiscus moest handelen. Hij kon zelfs na vele jaren nog een subsidiaire aanslag vestigen. Het geluk van de belastingplichtigen was echter van korte duur. De inkt van het arrest van het Grondwettelijk Hof was nog maar net droog, of de regering toverde al een vernieuwde versie van de subsidiaire aanslag tevoorschijn. In de nieuwe regeling krijgt de fiscus, nadat de rechter de eerste aanslag nietig heeft verklaard, exact zes maanden tijd. Het voorleggen van de subsidiaire aanslag moet gebeuren bij wijze van conclusies. Dat wil zeggen, dat geen nieuw verzoekschrift bij de rechtbank moet worden ingediend. De hangende procedure wordt als het ware gewoon verdergezet. Wat moet er dan vervolgens gebeuren? Daarover bestaat op dit ogenblik geen enkele duidelijkheid. Stel dat de rechter de aanslag nietig heeft verklaard, omdat er een vormfout is gebeurd. De administratie heeft bijvoorbeeld de aangegeven inkomsten verhoogd, maar heeft nagelaten die wijziging mee te delen in een bericht van wijziging. Of ze heeft dat bericht van wijziging onvoldoende gemotiveerd (wat gelijkstaat met het ontbreken van een bericht van wijziging). Dan is de rechtspraak op dit punt duidelijk: de daaropvolgende aanslag is nietig. Stel dat de rechter de nietigheid om die reden uitspreekt. En stel dat de administratie vervolgens een subsidiaire aanslag ter beoordeling wil voorleggen aan de rechter. Wat moet zij dan doen? Moet zij dan eerst het vormgebrek rechtzetten? Dat zou betekenen dat zij eerst en vooral een nieuw bericht van wijziging zou moeten sturen, en dat zij de belastingplichtige vervolgens de nodige tijd moet geven om op dat bericht te antwoorden. Tijdens de behandeling van het wetsontwerp dat in de hervorming van de subsidiaire aanslag voorzag, werd gezegd dat de administratie effectief verplicht zou zijn de door de rechter vastgestelde procedurefout recht te zetten. De minister van Financiën sloot zich bij die visie aan. In een administratieve instructie van begin dit jaar staat hetzelfde te lezen: vooraleer de subsidiaire aanslag aan de rechtbank kan worden voorgelegd, moet de administratie eerst rechtzetten wat zij verkeerd heeft gedaan. Inclusief het toezenden van een nieuw bericht van wijziging, en inclusief het vestigen van een nieuwe aanslag (met name de subsidiaire aanslag). Maar de rechtbank van eerste aanleg te Namen is het daar niet mee eens. Volgens haar moet niets vooraf worden rechtgezet. Het zou daarentegen volstaan de nieuwe aanslag aan de rechter voor te leggen, en partijen de kans te geven voluit over deze aanslag te debatteren. Of deze zienswijze standhoudt, is zeer de vraag. Ze heeft tot gevolg dat er in feite geen enkele sanctie meer staat op vormfouten van de administratie. De betwiste aanslag zou dan immers in de vorm van een subsidiaire aanslag altijd kunnen overleven, zelfs zonder dat de fouten eerst worden rechtgezet. Jan Van Dyck Advocaat en hoofdredacteur van FiscoloogDe administratie heeft nog slechts zes maanden tijd om de subsidiaire aanslagen te vestigen.