Als de gesprekken over een nieuwe cao op 2 oktober geen vergelijk hebben opgeleverd, plannen de vakbonden van de zorgsector acties op 8 oktober. De vakbonden maken zich deze keer niet alleen druk over meer loon of meer middelen voor de zorgsector, ook het grote aantal werkgeversfederaties aan de onderhandelingstafel veroorzaakt complicaties.
...

Als de gesprekken over een nieuwe cao op 2 oktober geen vergelijk hebben opgeleverd, plannen de vakbonden van de zorgsector acties op 8 oktober. De vakbonden maken zich deze keer niet alleen druk over meer loon of meer middelen voor de zorgsector, ook het grote aantal werkgeversfederaties aan de onderhandelingstafel veroorzaakt complicaties. De 236.000 werknemers in de zorgsector zitten te wachten op een nieuwe cao. Ze werken vooral in rusthuizen, ziekenhuizen, revalidatiecentra en de thuisverpleging. De Vlaamse zorg- en welzijnssector heeft met de Vlaamse regering al een meerjarenakkoord tot eind 2015 afgesloten; de federale zorgsector heeft met de federale regering een akkoord bereikt tot eind 2013. Ook in het interprofessionele overleg is een aantal meerjarige afspraken gemaakt. Het is gebruikelijk daarna via het paritaire overleg een cao over die afspraken te sluiten. Maar die laat op zich wachten, omdat er unanimiteit aan de onderhandelingstafel moet zijn. In het overleg van de federale zorgsector zitten meer dan twintig werkgeversorganisaties met de vakbonden rond de onderhandelingstafel. Dat komt omdat elke subsector zijn eigen federatie in twee landstalen heeft, en vaak ook nog eens ideologisch is opgesplitst. "Het lijkt alsof elke speler beschikt over een vetorecht", zegt Mark Selleslach van de vakbond LBC-NVK. De onderhandelingen slepen al sinds begin dit jaar aan. Daarbij eist de discussie over het brugpensioen veel aandacht op. Vanaf 2015 wordt de minimumleeftijd voor brugpensionering opgetrokken tot 60 jaar. De werkgevers uit de zorgsector -- en dan vooral de Franstalige -- willen niet dat in 2014 nog mensen op hun 58ste met brugpensioen gaan. "Toch vragen we niets buitengewoons", zegt Selleslach. "Zowel de federale regering als de sociale partners van het interprofessionele overleg waren het daarover eens." Ook over een uitzonderingsregeling waarbij zorgpersoneel met 20 jaar nachtdienst en een beroepsloopbaan van 33 jaar al vanaf 56 jaar vervroegd met pensioen kan, is er nog discussie. Die regeling is naar verluidt nochtans wettelijk toegelaten voor een aantal sectoren. De toepassing van het tijdskrediet is een derde twistpunt dat bij de werkgeversfederaties van de federale zorgsector op verzet stuit. Iedere werknemer heeft in principe recht op één jaar tijdskrediet. Daarnaast zijn 36 maanden gemotiveerd tijdskrediet mogelijk; dat kan gaan van ouderschapsverlof tot bijstand aan zieke familieleden. "Het is schrijnend dat net de werkgevers in de zorgsector die regeling voor familiale zorg niet willen toepassen." De moeilijkste kwestie zijn de weddeschalen voor zorgkundigen. Die nieuwe personeelskwalificatie is ontstaan in 2006 om de personeelstekorten in de sector op te vangen. De vakbonden vragen nu dat de lonen voor zorgkundigen worden gelijkgeschakeld. De federale regering heeft daarvoor zelfs een budget ter be-schikking gesteld. Het probleem is dat sommige werkgevers dat bedrag niet hoog genoeg lijken te vinden. Selleslach: "De toepassing van gelijke weddeschalen voor de zorgkundigen is in alle sectoren prio-ritair. Ongelijkheid voor hetzelfde werk in dezelfde functie is niet houdbaar. Bovendien zijn de zorgkundigen niet de oorzaak van de onderfinanciering van ziekenhuizen." ROELAND BYLIn het federale cao-overleg zitten meer dan twintig werkgeversorganisaties rond de onderhandelingstafel.