Tijdens de voorbije ambtstermijn hervormde de regering-Verhofstadt niet alleen de personen- (finale kostprijs: 3,35 miljard euro) maar ook de vennootschapsbelasting. Zo verlaagde de overheid haar nominale tarief voor bedrijven van 40,17 % naar 33,99 % met behoud van de verminderde aanslagvoeten voor KMO's. Ook voerde ze de belastingvrije reservering van winsten voor investeringen in. Om de hele operatie budgettair neutraal te houden, trok de paars-groene coalitie tegelijk de belastbare basis op door een aantal aftrekposten af te schaffen (zoals de gewestelijke belastingen) en de afschrijvingsregels te verstrengen. Gelukkig kunnen de ondernemingen sinds begin dit jaar een ruling aanvragen, waarbij ze op voorhand weten hoeveel ze de fiscus zullen moeten betalen voor bepaalde activiteiten. Dat betekent een gevoelige verhoging van de rechtszekerheid.
...

Tijdens de voorbije ambtstermijn hervormde de regering-Verhofstadt niet alleen de personen- (finale kostprijs: 3,35 miljard euro) maar ook de vennootschapsbelasting. Zo verlaagde de overheid haar nominale tarief voor bedrijven van 40,17 % naar 33,99 % met behoud van de verminderde aanslagvoeten voor KMO's. Ook voerde ze de belastingvrije reservering van winsten voor investeringen in. Om de hele operatie budgettair neutraal te houden, trok de paars-groene coalitie tegelijk de belastbare basis op door een aantal aftrekposten af te schaffen (zoals de gewestelijke belastingen) en de afschrijvingsregels te verstrengen. Gelukkig kunnen de ondernemingen sinds begin dit jaar een ruling aanvragen, waarbij ze op voorhand weten hoeveel ze de fiscus zullen moeten betalen voor bepaalde activiteiten. Dat betekent een gevoelige verhoging van de rechtszekerheid. Ondanks deze inspanning blijft de (para-) fiscale druk in ons land zeer hoog. Daarom pleiten de werkgevers voor een verdere verlaging van het nominaal tarief tot 30 % zonder verdere compensaties. Daarnaast stelt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) de afschaffing van de crisisbelasting van 3 % voor vennootschappen voor. Voorts verdedigt het patronaat de invoering van een algemeen belastingkrediet om de investeringen in Onderzoek & Ontwikkeling aan te moedigen (zie blz. 56). Op zijn verlanglijstje staat ook de fiscale consolidatie, waarbij de verliezen van de winsten tussen zusterondernemingen afgetrokken mogen worden. Alle verkiezingsprogramma's onderschrijven deze noodzaak van een verlaging van de sociale lasten. De SP.A koppelt deze belastingvermindering aan investeringen op het vlak van werkgelegenheid, milieu en opleiding. Tegelijk staan de socialisten achter een daling van de werkgevers- en werknemersbijdragen voor lage inkomens. Forfaitaire belastingen moeten verdwijnen, aldus de SP.A, die ook de BTW in de horeca tot 6 % wil reduceren en de aftrekbaarheid van de restaurantkosten opnieuw tot 100 % wil optrekken. Tegenover het plan om een fiscale vrijstelling te verlenen aan personen die rechtstreeks in KMO's investeren, staat wel een beperkte belasting op het kapitaal van grote bedrijven. Wat de socialisten daarmee bedoelen, mag Joost weten. Spirit legt sterk de nadruk op de bestrijding van de fiscale fraude (500 extra inspecteurs), de afschaffing van forfaitaire belastingen en een vergroening van de fiscaliteit. Bedrijven die in milieu investeren, krijgen een belastingvermindering. De VLD stelt expliciet een verdere verlaging van de vennootschapsbelasting tot 30 % voor (20 % voor de KMO's), inclusief de afschaffing van de crisisbelasting én de invoering van de fiscale consolidatie. Voorts kanten de liberalen zich tegen een kapitaalbelasting, de afschaffing van stukken aan toonder, het opheffen van het bankgeheim, de aanleg van een vermogenskadaster en een meerwaardebelasting op effecten. Zij zien veel meer heil in een vermindering van de lasten op arbeid tot maximaal 50 %. Bovendien verdedigt de VLD een BTW-verlaging in horeca en bouw tot 6 %, de plafonnering van de sociale bijdragen en een nulkrediet voor startende ondernemingen. De N-VA pleit eveneens voor een effectieve daling van de vennootschapsbelasting naar 30 % zonder verbreding van de belastbare grondslag. De partij wil een halt toeroepen aan de stijging van de lokale fiscaliteit, die het ondernemerschap bemoeilijkt. Ook stelt ze de afschaffing van twee recente maatregelen voor: de belasting op liquidatieboni en de niet-aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen. Ten slotte moet de vrijstelling voor een investeringsreserve van 50 % uitgebreid worden naar alle bedrijven, aldus de N-VA. CD&V koppelt het debat over de vermindering van de werkgeversbijdragen aan een stabiele financiering van het socialezekerheidsstelsel. Sociale prestaties die geen band hebben met de economische beroepsactiviteit moeten steeds meer uit de pot van de algemene middelen betaald worden, aldus de christen-democraten. Ook stellen ze een BTW-verlaging voor renovatie voor, inclusief een aftrek voor investeringen in niet-beursgenoteerde bedrijven. Als uitsmijter serveert de CD&V een regionalisering van vennootschapsbelasting. Die eis staat zelfs niet in het programma van het Vlaams Blok. Het eist daarentegen beschermende maatregelen (lees: quota en invoertarieven) tegen landen die niet dezelfde hoge sociale en ecologische normen hanteren. Dit protectionisme staat echter haaks op de principes van de vrije markt. Ten slotte bestaat er geen breed maatschappelijk draagvlak voor een verschuiving van directe naar indirecte belastingen, zoals die nu op internationaal vlak plaatsvindt. Alleen Agalev pleit voor meer belastingen op het gebruik van kapitaalgoederen, energie en vermogens om de fiscale druk op arbeid te verlagen. Daarnaast stellen de groenen een CO2-heffing, een Tobintaks en een BTW-verlaging op arbeidsintensieve of milieuvriendelijke producten voor. E.P.