De auteur is directeur van het Earth Institute aan Columbia University.
...

De auteur is directeur van het Earth Institute aan Columbia University.Op de Millenniumvergadering van de Verenigde Naties keurden 147 staats- en regeringshoofden in 2000 de Millennium-Ontwikkelingsdoelstellingen ( MOD's) goed. Ze moeten leiden naar een halvering van de extreme armoede tegen 2015. De doelstellingen waren ambitieus maar haalbaar. De wereldleiders beloofden om via hun handelspolitiek, een verhoging van de officiële ontwikkelingssteun en technologietransfers de voordelen van de globalisering en de nieuwe technologieën ook te laten doorstromen naar de armste mensen van de wereld. Helaas is die hoop vervaagd. 2005 is een cruciaal jaar om weer op koers te geraken. Het begon veelbelovend. Zelfs 11 september 2001 leek de wereld niet uit het lood te kunnen slaan. Een vluchtig moment lang leek het ook het Amerikaanse engagement te versterken om de voorspoed te delen, als middel om de wereld samen te brengen tegen terreur en instabiliteit. In de Ontwikkelingsagenda van Doha, waarover in november 2001 een akkoord bereikt werd, en in de Monterrey-consensus van maart 2002 bevestigden de VS en andere rijke landen hun intentie om handel en ontwikkelingshulp te hervormen ten gunste van gebieden die tot nog toe verstoken bleven van groei. In het Mexicaanse Monterrey beloofden de rijke landen dat ze zouden "aandringen op concrete inspanningen om de doelstelling van 0,7 % van het BBP onder de vorm van officiële ontwikkelingssteun na te streven bij de ontwikkelde landen die dat tot nu toe niet gedaan hadden." Die 0,7 % kan hét verschil maken. Dat komt immers neer op een bijkomende 125 miljard dollar aan ontwikkelingshulp. Bovendien zouden door de opening van de markten die in Doha beloofd werd, de verpauperde landen kunnen evolueren van productie voor eigen gebruik naar arbeidsintensieve export. De hoop werd ondermijnd door het Amerikaanse beleid in de voorbije jaren. In opeenvolgende belastingverlagingen voor de rijken in de VS werd 200 miljard dollar per jaar aan begrotingsinkomsten uitgedeeld, een bedrag waarin de 60 miljard dollar bijkomende hulp die de VS zou moeten mobiliseren om aan 0,7 % van het BBP te geraken, gewoon verdrinkt. Erger nog, de oorlog in Irak heeft de militaire uitgaven met ten minste 100 miljard dollar per jaar verhoogd. Kunnen de rijke landen blijven talmen over een doelstelling die 35 jaar geleden al beloofd werd? Als ze een beetje ernstig nadenken over hun buitenlands beleid, zullen die regeringen uiteindelijk hun engagement wel nakomen. Dat is precies wat twee belangrijke leiders, de Britse Tony Blair en de Franse Jacques Chirac, voortbouwend op een vooruitziend plan van de Britse minister van Financiën Gordon Brown, beloofd hebben. Zij hebben er zich toe verbonden om van 2005 - meer bepaald tijdens de G8-top in Schotland in juli - een doorbraak te maken. Om het voorbereidende werk te doen, heeft Blair op hoog niveau een Commissie voor Afrika aangesteld, die in de lente van 2005 een rapport zal uitbrengen. Het lijkt voor de hand te liggen dat die commissie het ermee eens zal zijn dat een aanzienlijk verhoogde donorbijstand die goed besteed wordt, een fundamentele bijdrage kan leveren om Afrika uit de armoedeval te halen. Er bestaat op zijn minst één weg om al in 2005 orde op zaken te stellen in de ontwikkelingsintenties. In januari zal het VN-Millenniumproject, dat ik leid, een onafhankelijk adviesrapport overhandigen aan secretaris-generaal Kofi Annan. Daarin zal aangetoond worden dat de MOD's wel degelijk gehaald kunnen worden, met een gecoördineerd programma van goed gemanagede investeringen in gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur in de arme landen, hogere donorbijstand van de rijke landen en een overeenkomst over de vrijmaking van de handel in de Doha-onderhandelingen. In maart zal Blairs Commissie voor Afrika die boodschap nog versterken. Dat moet gevolgd worden door een geslaagde G8-top in juni, waarop de rijke landen er zich toe verbinden om in de periode 2005-2015 de officiële ontwikkelingssteun op zijn minst te verdubbelen en niets minder dan 0,5 % van het BNP te halen tegen 2010 op weg naar de 0,7 % in 2015. Dat alles zal de achtergrond vormen waartegen de wereldleiders op de Algemene Vergadering van de VN in september 2005 de vooruitgang op het vlak van de Millenniumverklaring zullen kunnen beoordelen. Ze moeten zich dan verbinden tot een reeks specifieke acties die de funderingen zullen leggen voor een decennium van snelle groei en maatschappelijke verbetering in de meest verpauperde delen van de wereld. Jeffrey SachsKan de rijke wereld blijven talmen over een doelstelling die 35 jaar geleden al beloofd werd?