September 2004 is een historische maand voor de bouwmeesters. Terwijl de grootste werf van België (het Berlaymontgebouw) in de eindfase komt (zie blz. 58), wordt de eerste stap gezet voor de bouw van de Oosterweelverbinding.
...

September 2004 is een historische maand voor de bouwmeesters. Terwijl de grootste werf van België (het Berlaymontgebouw) in de eindfase komt (zie blz. 58), wordt de eerste stap gezet voor de bouw van de Oosterweelverbinding. Morgen, vrijdag 24 september, verhuizen in principe de eerste Europese ambtenaren naar het vernieuwde Berlaymontgebouw. De ironie wil dat net de juristen die primeur krijgen. Advocaten waren volgens de hoofdaannemer ( EuropConstruct) de enigen die aan de bouw hebben verdiend. De vernieuwing van Berlaymont duurde zes jaar langer dan voorzien en kostte vier keer zoveel als gebudgetteerd (660 in plaats van 156 miljoen euro). Door de vertraging moet de Belgische staat de ambtenaren elders herbergen (schade: tussen 250 en 300 miljoen euro meer dan voorzien) en loopt hij het risico op boetes (1,5 miljoen euro) en claims (voorlopig 27 miljoen euro). De oorzaak van het fiasco zijn politieke bemoeienissen, pech en, vooral, een faliekante juridische constructie. Berlaymont NV was bouwheer, hoofdaannemer, architect en engineeringbedrijf. De banken waren aandeelhouder, financier en - als eigenaar van een vervanggebouw - concurrent van de NV. Op zich is zoiets mogelijk, als het contract zuiver op de graat is. Maar het was een halfslachtig compromis waar de verantwoordelijkheden niet duidelijk waren. Het macro-economisch argument dat er tijdens de bouwwerken toch gemiddeld 500 mensen aan het werk waren, is lachwekkend. Het geld dat werd uitgegeven (962,2 miljoen euro) rendeert beter in de particuliere economie. Minder dan één tiende is voor Besix voldoende als hefboom (via het eigen vermogen) voor de creatie van 11.500 jobs per jaar. Verleden week werd het startschot gegeven voor een tweede monsterproject: de bouw en de financiering van de Oosterweelverbinding, een brug en een tunnel van samen tien kilometer die de Antwerpse ring ontsluiten. Tot vorige week woensdag konden bouwgroepen zich presenteren en zes deden dat ook (consortia rond Strabag en Interbuild, bijvoorbeeld). In december worden drie tot vijf kandidaten geselecteerd voor verdere onderhandelingen. De aannemers draaien mee op voor de financiering en moeten naar schatting 200 miljoen euro ophoesten. Dit zorgt ervoor dat het dossier een stuk complexer wordt, maar ook dat Belgische bouwondernemingen zonder buitenlandse moeder al bij voorbaat uitgesloten lijken om dit project te dragen. Alleen als onderaannemer zullen de Belgische aannemers nog een rol spelen in de Oosterweelverbinding. NV BAM, die het dossier beheert, raamt de totale investering op 875 miljoen euro, exclusief milieu-investeringen en BTW. Nu al zegt een kandidaat-bouwer dat "dit bedrag waarschijnlijk zal oplopen tot minimum 1 miljard euro". Er is met andere woorden nog geen contract getekend, of het wordt al in vraag gesteld. Hopelijk is de financieel-juridische constructie die BAM concipieert, een stuk solider dan die van Berlaymont. Eén zet is alvast briljant. David D'Hooghe, de advocaat die zijn pijlen richtte op de NV Berlaymont, is vandaag adviseur bij BAM. Die risicofactor is al uitgeschakeld. Hans Brockmans