In het verleden kon alleen een einde gemaakt worden aan de conflicten tussen vennoten door het bedrijf te ontbinden. De geschillenregeling van 1995 bracht daar verandering in. Zowel de uitsluiting als de uittreding van de vennoot behoren sindsdien tot de mogelijkheden.
...

In het verleden kon alleen een einde gemaakt worden aan de conflicten tussen vennoten door het bedrijf te ontbinden. De geschillenregeling van 1995 bracht daar verandering in. Zowel de uitsluiting als de uittreding van de vennoot behoren sindsdien tot de mogelijkheden. Voor het bestaan van de geschillenregeling kon een aandeelhouder in geval van een conflict niet verplicht worden zijn aandelen te verkopen of andermans aandelen te kopen. Het principe van de fundamentele contractvrijheid gold overal: niemand kan worden gedwongen om te kopen of te verkopen. Bij een conflict was het ontbinden van de vennootschap vaak de enige oplossing. "De meeste problemen doen zich voor tijdens een patsituatie, wanneer de vennoten elk 50 % van de aandelen in handen hebben," zegt Jan De Lat, advocaat bij Wuyts, De Lat & Vennoten. "De ontbinding van de vennootschap is echter een verregaande maatregel. Heel wat economisch rendabele bedrijven, die onbestuurbaar werden door onenigheid, zijn op die manier geliquideerd."Sinds 1995 biedt de wettelijke geschillenregeling een uitweg. "De geschillenregeling is geïnspireerd door de Nederlandse wetgeving en bestaat uit twee delen: de uitsluiting van de vennoot en de uittreding van de vennoot," zegt De Lat. "Via de geschillenregeling kan een vennoot om gegronde redenen uitgesloten worden en verplicht worden zijn aandelen te verkopen. Omgekeerd kan een vennoot ook eisen dat zijn aandelen overgenomen worden door de andere aandeelhouders. Een vennoot uitsluiten of zelf opstappen, kan niet zomaar. "Er moet sprake zijn van een gegronde reden," legt De Lat uit. "Een vennoot verwijderen omdat je hem een lastpost vindt, zal dus niet lukken. Een rechtbank zal zoiets niet als gegronde reden aannemen. Het moet gaan om zwaarwichtige feiten die al geruime tijd aanslepen."Een niet-concurrentiebeding is een voorbeeld van een gegronde reden. "Recent hadden we een zaak van een vastgoedkantoor met twee zaakvoerders," zegt De Lat. "Een van de zaakvoerders was een nieuw vastgoedkantoor opgestart. Als zaakvoerder hoef je natuurlijk niet de volledige dag op je bureau aanwezig zijn, maar in principe mag je niet met je eigen bedrijf concurreren."Het niet volstorten van het kapitaal op zich is geen gegronde reden, behalve als de andere vennoot daar al meermaals vruchteloos op aangedrongen heeft. Andere voorbeelden zijn fundamentele onenigheden tussen de vennoten, zonder dat objectief uit te maken is wie de zwaarste schuld treft. De miskenning van een extra-statutaire overeenkomst valt onder die categorie, net zoals zaken die tot een bestuursaansprakelijkheid leiden, zoals fraude, in de kas zitten, misbruik van vennootschapsgoederen en valse facturen uitschrijven. Fundamentele verschillen in de visie over het beleid en de toekomst van de vennootschap kunnen ook een gegronde reden zijn. "Bij de uitstoting van een andere vennoot kun je proberen aan te tonen dat de handelingen, die hem worden verweten, de belangen van de onderneming schaden. Maar noodzakelijk is dat niet," aldus De Lat. De advocaat onderstreept dat het moet gaan om geschillen tussen vennoten en niet om gedragingen als bestuurder. "In kleinere familieondernemingen zijn de vennoten dikwijls ook de enige bestuurders en is het ene moeilijk van het andere te scheiden." Een blijvende onenigheid kan ook ingeroepen worden als gegronde reden. "Denk bijvoorbeeld aan man en vrouw, met elk 50 % van de aandelen in een bvba, die in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn," zegt De Lat. "Hen kun je moeilijk verplichten dat ze dagelijks met elkaar blijven werken."De vennoot gedeeltelijk uitsluiten of hem gedeeltelijk laten uittreden, is niet mogelijk. Het is alles of niets. "Je kunt een aandeelhouder zijn meerderheidsparticipatie niet gedeeltelijk ontnemen," aldus De Lat. Niet iedereen kan een vennoot dwingen om de aandelen te verkopen. Alleen een vennoot of een groep van vennoten die samen 30 % van de stemmen vertegenwoordigen of 30 % van het kapitaal van de vennootschap bezitten, kunnen dit. Voor de naamloze vennootschap volstaat 20 % van de stemmen, indien de vennootschap effecten heeft uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen, zoals winstbewijzen. "Dat betekent dat een minderheidsaandeelhouder een meerderheidsaandeelhouder kan uitkopen," legt De Lat uit. "De vennootschap of haar dochtervennootschap zijn daartoe niet in staat."Als de statuten bepaalde spelregels voorzien om geschillen op te lossen, dan moeten die eerst uitgeprobeerd worden. Dat is niet altijd noodzakelijk en hangt af van elk geval. "Er bestaan heel wat maatregelen die je in de vennootschap kunt nemen, zoals het controle- en het vraagrecht van de individuele aandeelhouder en het deskundigenonderzoek," zegt De Lat. "Wanneer er geen commissaris benoemd is, heeft een aandeelhouder het recht om de financiële toestand van de vennootschap zelf te controleren. Hij kan inzage vragen in de boeken en documenten van de vennootschap en opheldering vragen. Bestuurders moeten ook antwoorden op vragen van een aandeelhouder over hun verslag aan de algemene vergadering, behalve wanneer ze daarmee gegevens of feiten moeten meedelen die de vennootschap of het personeel schade kunnen berokkenen."Daarnaast kan een aandeelhouder ook een deskundige laten aanstellen, wanneer hij aantoont dat er ernstige handelingen of nalatigheden gebeurd zijn, die de belangen van de vennootschap kunnen schaden. Het verslag van de deskundige kan heel wat bruikbare informatie bevatten om achteraf aan te wenden in een geschillenregeling. "Vaak zijn die procedures al een voorbode van wat er later gaat gebeuren," verklaart De Lat. Wie een vennoot wil uitsluiten of zelf wil opstappen, moet met een goed dossier naar de rechter stappen. "Naar de rechtbank gaan, is het ultieme middel," zegt De Lat. "Wie iets beweert, moet dat ook bewijzen. Wat de ene partij zegt, zal meestal worden tegengesproken door de andere. Wanneer er problemen opduiken, is het aangewezen advies in te winnen en niet te wachten tot ze escaleren."De vordering wordt ingeleid voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het gerechtelijke arrondissement waar de zetel van de vennootschap gelegen is. De voorzitter leidt de zaak in zoals een kort geding. "De procedures verlopen vrij snel, want het gaat meestal om acute problemen," zegt De Lat. Ook de vennootschap wordt bij de procedure betrokken omdat eventuele andere aandeelhouders hun rechten moeten kunnen laten gelden. Zij moeten zich kunnen aansluiten bij de eis. Zodra de procedure wordt ingeleid, mag de vennoot tegen wie er een eis tot overname of overdracht is, zijn aandelen niet vervreemden. Het spreekt voor zich dat dit moeilijk ligt bij aandelen aan toonder. "De advocaat neemt best vooraf maatregelen om de aandelen te beveiligen en ze onder sekwester te plaatsen," zegt De Lat. "Dit gebeurt met een eenzijdige procedure zodat van het verrassingseffect kan worden gebruik gemaakt."De voorzitter maakt uit welke rechten hij zal schorsen of niet, zoals het recht op deelname aan de algemene vergadering, het stemrecht, het voorkeurrecht in geval van een kapitaalverhoging, het individuele controlerecht, het recht om een minderheidsvordering in te stellen, om een deskundigenonderzoek te vragen of om de ontbinding van de vennootschap te vragen. Het enige recht dat niet geschorst kan worden, is het recht op dividend. Doorgaans worden niet alle rechten geschorst, maar alleen die waarvan de schorsing noodzakelijk wordt geacht."In de statuten staan vaak overdrachtsbeperkingen. "Heel dikwijls kennen ondernemers hun eigen statuten niet of begrijpen ze niet wat er achter de soms ontoegankelijke juridische taal schuilgaat," zegt De Lat. "We kunnen ervan uitgaan dat de notaris bij de oprichting van de vennootschap alles goed heeft uitgelegd. Conflicten tussen vennoten ontstaan dikwijls jaren nadien. Dan zijn de meesten alles vergeten. De voorzitter van de rechtbank kan deze statutaire beperkingen echter opzijschuiven."Bij het overdragen of inkopen van de aandelen, moet de waarde bepaald worden. Om de prijs van het aandelenpakket te bepalen, doet de rechter een beroep op een expert, die over de kennis en technieken beschikt om de onderneming te waarderen. Meestal is dat een bedrijfsrevisor of een accountant, die advies geeft over de waardering van de aandelen. De wet voorziet geen enkele richtlijn voor de waarderingsmethode. Experts hanteren verschillende werkwijzen, waardoor het dikwijls koffiedik kijken is. "Als je tien revisoren vraagt om de aandelen te waarderen, zul je tien verschillende resultaten krijgen," legt De Lat uit. "Soms is het beter om in het proces een eigen deskundige revisor of accountant in te schakelen om je te laten bijstaan."De bedrijfsrevisoren baseren zich op de economische waarde van de aandelen en houden rekening met de jaarrekeningen om de intrinsieke, de rendements- en de cashflowwaarde te onderzoeken. Ze houden ook de toekomstige rentabiliteit van de onderneming tegen het licht, omdat de waarde van de activa niet alles zeggen. Ze onderzoeken wat de waarde is van het bedrijf zoals het nu is, ervan uitgaande dat het voor onbepaalde tijd blijft bestaan ( going concern). De voorzitter kiest zelf wanneer de waarde van de aandelen bepaald wordt. "De wetgever heeft de voorzitter de mogelijkheid gegeven om dat moment volledig zelf en afhankelijk van de zaak te bepalen," zegt De Lat. "Heel vaak wordt de waarde vastgelegd wanneer de rechter zijn beslissing neemt. Toch bestaan er uitspraken waarbij erop wordt gewezen dat de waarde van de aandelen gedaald is door de malversaties van de vennoot. Daarom wordt de prijsbepaling gebaseerd op een moment voor de handeling, die aan de ander wordt toegeschreven."In het vonnis staat meestal dat vennoot A moet overnemen van vennoot B tegen een bepaalde prijs. De partij die de overdracht of de overname gevraagd heeft, is gebonden aan de prijs die de rechter oplegt. "Je kunt niet terug wanneer de prijs te hoog is," aldus De Lat. "Zodra de prijs vaststaat, veroordeelt de rechtbank om binnen een bepaalde termijn af te rekenen. Het vonnis voorziet dan ook onmiddellijk de formaliteiten om de aandelen over te dragen. Die beslissing is onmiddellijk uitvoerbaar, of er nu in beroep wordt gegaan of niet."De prijsbepalingsclausules zijn niet bindend voor de rechter. "Er is ook een verschil tussen minderheidspakketten en meerderheidspakketten," legt De Lat uit. "Wanneer een meerderheidsaandeelhouder een minderheidsaandeelhouder uitkoopt, mag men ervan uitgaan dat de prijs moet berekend worden aan de hand van de waarde waarmee het bezit van de meerderheidsaandeelhouder wordt uitgebreid en niet aan de hand van het vermogensverlies voor de minderheidsaandeelhouder."Vaak spreekt men dan ook over een décote, wat een prijscorrectie betekent op de waarde van een minderheidspakket van aandelen, omdat de minderheidsaandeelhouder met zijn pakket aandelen geen invloed kan hebben op het beleid en de dividendpolitiek, wat onvermijdelijk uiterst subjectief is. De liquidatiewaarde lijkt toch wel steeds het minimum minimorum. Een meerderheidsaandeelhouder, die over minstens 95 % van de aandelen beschikt, kan zelfs zonder conflict een beperkte minderheid uitkopen. Daarbij gaat men ervan uit dat een kleine aandeelhouder alleen een beleggersbelang heeft. Daar moet geen décote worden toegepast." Melanie De Vrieze