Een raadsel." Die omschrijving gebruikt journalist Thomas Schuler in zijn boek Die Mohns ( *) voor de deal die het mediaconcern Bertelsmann sloot met de holding Groep Brussel Lambert (GBL) van controleaandeelhouder Albert Frère. Op 5 februari 2001, één dag na zijn 75ste verjaardag, kwam de Belgische financier tot een aandelenruil met Bertelsmann.
...

Een raadsel." Die omschrijving gebruikt journalist Thomas Schuler in zijn boek Die Mohns ( *) voor de deal die het mediaconcern Bertelsmann sloot met de holding Groep Brussel Lambert (GBL) van controleaandeelhouder Albert Frère. Op 5 februari 2001, één dag na zijn 75ste verjaardag, kwam de Belgische financier tot een aandelenruil met Bertelsmann. GBL wisselde zijn belang van 29,9 % in RTL Group voor een economisch belang van 25,1 % in Bertelsmann. Voor Thomas Schuler blijft het gissen naar de beweegreden van de topman van het Bertelsmannconcern, de vandaag 84-jarige Reinhard Mohn. Want het verdict in de Duitse media was meedogenloos. Frère had zich eens te meer als de perfecte dealmaker ontpopt. De gewezen schroothandelaar behield niet alleen een aanzienlijk belang in RTL Group, want Bertelsmann kreeg met die aandelenruil 67 % in de televisiezender. Frère kreeg er bovendien alle andere activiteiten van het wereldwijde mediaconcern bij (zie kader: Welkom in het land van Shakira, Bill Clinton en Dan Brown). Voor Thomas Schuler is er slechts één (zwakke) verklaring. Het enige wat Mohn kan hebben gedreven, was de hoop op snelle en massale winsten via RTL Group. De televisiepoot is vandaag inderdaad de kaskoe van het mediaconcern. In 2005 leverde RTL Group 28 % van de omzet, maar 43 % van de bedrijfswinst. De markt waarmee Bertelsmann na de Tweede Wereldoorlog groot werd, de boekenclubs, is vandaag tanend. Waarom was die deal zo riant voor de keizer van Charleroi? Het belang in Bertelsmann stond in 2001 voor 2,3 miljard euro gewaardeerd in de boeken van GBL. Het telde daarmee voor zowat een vierde van de portefeuille (GBL bezit vooral aandelen van Suez, Total en de bouwmaterialengroep Imérys). Op het eerste gezicht een slechte zaak, want in 2000 stond het belang van toen 29,9 % in RTL Group voor 3,5 miljard euro gewaardeerd. Maar GBL verzekerde zich vooreerst van een gulle stroom dividenden (zie kader: De dividendkassa van Frère). Bovendien is de waardering in Bertelsmann gebaseerd op 25,1 % van het eigen vermogen van het mediaconcern. In het jaarverslag 2001 van GBL stond te lezen: "Dit bedrag vormt geen raming van de waarde van de deelneming, maar wel een gewone gekende en objectieve boekhoudkundige referentie. Het is uiteindelijk de markt die zal beslissen over de waarde die zij aan de deelneming zal toekennen." Want GBL had de mogelijkheid van een beursgang vanaf mei 2006 van zijn participatie. Daar zou het heel wat meer opbrengen. De investeringsbankier Goldman Sachs maakte in december vorig jaar een waardering van Bertelsmann. En kwam bij 17,8 miljard euro. Wat het belang van Frère op een kleine 4,5 miljard euro brengt. Op vrijdag 27 januari, een week voor zijn tachtigste verjaardag, liet Frère weten dat hij het belang in Bertelsmann naar de beurs wou brengen. Het bericht werd gelekt via de Financial Times Deutschland, nota bene een krant van het mediaconcern. Het persbericht van GBL bleef beperkt tot één zin. De raad van bestuur besliste tot de beursgang vanaf einde 2006, indien de marktvoorwaarden gunstig zijn. Het bedrijf kleeft echter geen limietdatum op de beursgang. Ook Gunter Thielen, de CEO van Bertelsmann, liet zich niet onbetuigd. Tijdens de presentatie van de jaarresultaten 2005 vorige week woensdag, herhaalde hij dat Bertelsmann klaar stond voor de beursgang. Het bedrijf heeft een actieve afdeling investeerdersbetrekkingen. De kredietwaardigheid is goed, met een BBB+ van Standard & Poor's. De boekhouding is opgesteld via de IFRS-normen. De investeringsbankiers wreven zich al langer in de handen, want het zou voor Duitsland de grootste operatie zijn sinds de beursgang van Deutsche Post in november 2000. En dan kwam daar plots het bericht, afgelopen maandag 27 maart. Volgens de zakenkranten Les Echos en Financial Times stapt Bertelsmann helemaal niet naar de beurs. De verkoop van de muziekactiviteiten moet 2 miljard euro opleveren. Met die opbrengst kan het media-imperium Frère uitkopen, en een beursgang vermijden. Bertelsmann weigerde alle commentaar op het bericht uit de Britse krant. Bij het afsluiten van dit artikel, maandagvoormiddag 27 maart, was nog geen eventuele reactie vanuit het concern beschikbaar. Maar was dat bericht wel echt zo verrassend? Het boek van Thomas Schuler werpt een vrij ontluisterende blik achter de schermen van een familiaal echtpaar dat haar macht niet wil of kan afstaan. Reinhard Mohn werd in 1998 door het weekblad Die Zeit uitgeroepen tot 'ondernemer van de eeuw'. In de lijst van de rijken van de wereld bij Forbes staan Reinhard Mohn & family op plaats 147, met 4,3 miljard dollar (3,6 miljard euro). Frère staat op plaats 224, met een vermogen van 'slechts' 3 miljard dollar (2,5 miljard euro). De rijkdom van Mohn zou nog veel hoger kunnen uitvallen, was er niet de Stichting Bertelsmann. Die heeft een economisch belang van 57,6 % in het bedrijf. De dividendenstroom - 117,5 miljoen euro in 2005 - financiert allerlei onderzoeksprojecten. Haar invloed is subtiel, maar immens. De Frankfurter Allgemeine omschreef de Bertelsmann Stiftung ooit als het geheime schaduwkabinet van de bondskanselier. Ondanks zijn invloed heeft Reinhard Mohn niets mondains. Een secretaresse, een meid voor het huishouden, een chauffeur en een conciërge. Dat is de leefwereld van de patriarch van Gütersloh. De afstammeling van het door betovergrootvader Carl Bertelsmann in 1835 gestichte bedrijf is 84, maar gaat nog elke dag naar kantoor. Mohn werkt tot halfvijf. Televisie kijken vindt hij maar niks, een boek leest hij zelden. Hij houdt het bij twee kranten, Die Welt en de regionale Neue Westfälische. Hij is geen sociale kerel. Soms stapt hij doodleuk op midden in een diner. Zelfs zijn eigen kinderen en kleinkinderen kunnen hem nog nauwelijks bezoeken. Het komt niet alleen door de sukkelende gezondheid. Sinds 2000 kreeg Reinhard Mohn twee hartaanvallen en een heupoperatie. Een sleutelrol bij de afscherming voor de buitenwereld speelt zijn echtgenote Liz Mohn. De 'koningin van Gütersloh' krijgt in het boek van Thomas Schuler weliswaar een glansrol. Maar die is daarom nog niet fraai. Haar invloed binnen het concern groeide vooral het voorbije decennium. Zij was bepalend bij het vertrek van de vorige, flamboyante CEO Thomas Middelhoff. " Thomas, es ist aus," gaf Liz hem persoonlijk het ontslag in juli 2002. Onder Middelhoff koos Bertelsmann voor een radicale groeistrategie. Zijn investering in AOL Europe in 1994 werd slechts aarzelend gevolgd. Een belang van 50 % kostte 50 miljoen dollar (42 miljoen euro). Dankzij de internetzeepbel leverde die investering uiteindelijk 6,75 miljard dollar (5,6 miljard euro) op. De meerwaarden in beursgenoteerde ondernemingen brachten ook Reinhard Mohn op de juiste temperatuur. " Das müssen wir machen," was zijn eerste reactie toen Middelhoff in oktober 2000 met een beursgang op de proppen kwam. De CEO voerde toen al intensieve gesprekken met Frère. De aandelenruil met GBL was het resultaat. Later bekoelde het beursenthousiasme. Zeker toen Middelhoff aandrong op een verdere verwatering van het familiale belang. Reinhard Mohn wou niet verder gaan dan het kwart voor Albert Frère. Een verdere verwatering kwam voor hem neer op een groeiende almacht voor het management. En dan vooral voor Big T. , de bijnaam voor Middelhoff. De verkoop van de muziekpoot is een duidelijk signaal dat het behoud van de familiale controle centraal blijft staan. Ook al waren de signalen niet eensluidend uit Gütersloh, het provinciestadje in Noordrijnland-Westfalen, waar het hoofdkantoor van het media-imperium is gevestigd. In maart vorig jaar liet Liz Mohn geen bezwaar aantekenen tegen een beursintroductie. Luttele maanden later fluisterde de markt dat de familie het belang van GBL zou terugkopen. Volgens Thomas Schuler vindt Liz Mohn een sleutelrol in een provinciebedrijf belangrijker dan een tweederangsrol in een wereldconcern. Maar met dat scenario voor ogen moest Bertelsmann Frère uitkopen. Het bedrijf beschikte einde 2005 weliswaar over meer dan één miljard euro geldbeleggingen en liquide middelen. Met een solvabiliteitsratio van 40 % kan de schuldgraad nog omhoog. De verkoop van de muziekpoot maakt de schuldenlast extra draaglijk. De joint venture van Bertelsmann en Sony heeft het overigens al jaren moeilijk. De hele muziekmarkt kreunt onder meer door het illegale kopiëren van klanken. Maar ook zonder de verkoop zou de familie de greep behouden over het bedrijf. Albert Frère heeft 25,1 % van de economische rechten, maar slechts 25 % van de stemrechten. Die nuance is zeer belangrijk, want ze verhindert een blokkeringminderheid. De andere economische aandeelhouders zijn de familie Mohn (17,3 %) en de Stichting Bertelsmann (57,6 %). De 75 % stemrechten zitten echter in de sleutelvennootschap Bertelsmann Verwaltungsgesellschaft. Daarin zitten vier leden van de familie, en topmensen van het bedrijf. Reinhard Mohn heeft een vetorecht, vrouw Liz is de voorzitster. Na het overlijden van de stamvader vervalt het vetorecht. Maar ook daarna behouden de drie resterende familieleden een blokkeringsminderheid bij belangrijke beslissingen. Baron Albert Frère stapt ook zonder beursgang als lachende winnaar uit het strijdtoneel. De keizer van Charleroi mag rekenen op een mooie meerwaarde op zijn investering uit 2001. Stel dat het belang van de hand gaat voor de som van 4,5 miljard euro, die Goldman Sachs er in december 2005 op kleefde. Dat is wellicht nog een vrij conservatieve schatting, want in de media wordt meestal een bedrag van 5 miljard euro genoemd. Met de dividendenstroom inbegrepen, betekent dat een meerwaarde van 42 %, of 1,6 miljard euro in absolute cijfers, vergeleken met de waarde van RTL Group in het boekjaar 2000. Daarmee maakt Frère alweer de missie waar van GBL: de creatie op middellange termijn van aandeelhouderswaarde. (*) Thomas Schuler: 'Die Mohns. Die Familie hinter Bertelsmann', Bastei Lübbe, 2004. Wolfgang Riepl