De situatie van Cyprus leidde tot een nieuwe en opmerkelijke crisisepisode in de eurozone. In essentie ging het om een buitensporig gegroeide bankensector, die steeds meer kreunde onder het gewicht van slechte kredieten en foute wederbeleggingen. Landen als Duitsland wilden onder geen beding bijdragen aan een reddingsoperatie als de Cyprioten, en vooral de buitenlandse depositohouders op het eiland, niet zelf mee in het bad getrokken werden. Na meer dan een week van bij wijlen onwaarschijnlijk stuntelig gehakketak kwam er een enigszins verdedigbaar plan op tafel.
...

De situatie van Cyprus leidde tot een nieuwe en opmerkelijke crisisepisode in de eurozone. In essentie ging het om een buitensporig gegroeide bankensector, die steeds meer kreunde onder het gewicht van slechte kredieten en foute wederbeleggingen. Landen als Duitsland wilden onder geen beding bijdragen aan een reddingsoperatie als de Cyprioten, en vooral de buitenlandse depositohouders op het eiland, niet zelf mee in het bad getrokken werden. Na meer dan een week van bij wijlen onwaarschijnlijk stuntelig gehakketak kwam er een enigszins verdedigbaar plan op tafel. Centraal in het compromis staat de aanpak van de bankenproblematiek. De failliete Laiki Bank wordt ontbonden. De slechte activa van Laiki gaan naar een bad bank en worden op termijn afgeschreven. Er is voorlopig niks gezegd over wie die afschrijvingen finaal moet dragen. De gezonde brokken van Laika, plus alle deposito's tot 100.000 euro, verhuizen naar de andere grote Cypriotische bank, de Bank of Cyprus. Van de deposito's boven 100.000 euro bij Laiki zal hoe dan ook niet veel overblijven. De deposito's boven 100.000 euro bij Bank of Cyprus moeten zwaar inleveren om bij te dragen aan de herkapitalisering van de bank. Dat ook Bank of Cyprus heel wat toxische activa aan boord heeft, wordt grotendeels onder de mat geveegd. De afwikkeling van die bancaire operaties moet tegen 2018 rond zijn, wat extreem lang lijkt. De eerste reacties vanuit de eurogroep waren positief, tot voorzitter Jeroen Dijsselbloem verbaal aan het blunderen sloeg. Hij zei dat Cyprus met zijn enorm waterhoofd van een banksector een uitzonderlijk geval is, maar voegde er in één adem aan toe dat de aanpak van deze crisis als model kan gelden van hoe we het voortaan moeten aanpakken. Het gaat echter niet op Dijsselbloem met alle zonden Israëls te beladen. Het blijft immers een feit dat de Cypriotische crisis duidelijk heeft bewezen dat de beleidsmakers geen echt structurele oplossing hebben voor de vele problemen waar de eurozone mee blijft worstelen. De euro blijft, ook na het akkoord voor Cyprus, een uiterst kwetsbaar gegeven. Daar zijn minstens drie redenen voor. "De gevolgen van deze monumentale flater gaan we nog lang met ons meesleuren", stelt een topman van de Europese Centrale Bank (ECB) off the record. Hij verwijst daarmee naar de aanvankelijke intentie om het bankenplan voor Cyprus gedeeltelijk te financieren met een belasting op bankdeposito's onder 100.000 euro. Zo'n een ingreep werpt een schaduw over de waarde van de overheidsgarantie op spaargeld en kan niet anders dan een diepe indruk maken op iedereen in de eurozone die geld op een bankrekening heeft staan, zo goed als iedereen dus. In de tweede versie van het reddingsplan liet men deze aanval op de kleine spaarder vallen, maar de schade is aangericht. Iedere keer dat een lidstaat in de problemen komt, zullen mensen terugdenken aan het feit dat de leiders van de eurozone zo'n aanslag verdedigbaar achtten. De politici mogen nog zo hard roepen dat het nooit zo ver zal komen, maar ze mogen niet verwachten dat de Europese burgers hun uitspraken zullen slikken. Hun geloofwaardigheid moet geleidelijk opnieuw opgebouwd worden. Jeroen Dijsselbloem draagt een grote verantwoordelijkheid voor dat gevoel van wantrouwen. De nieuwbakken Nederlandse voorzitter van de eurogroep raakte op de beslissende vergadering met de Cypriotische leiders de pedalen kwijt, en blijkbaar vond geen van zijn doorgewinterde collega's het nodig in te grijpen. Een monetaire unie kan slechts duurzaam en efficiënt werken als de lidstaten ook een politieke unie vormen. Economen als de latere Nobelprijswinnaar Robert Mundell wisten dat al in de loop van de jaren zestig. De crisis in de eurozone is dan ook geen kwestie van toeval of pech, het stond in de sterren geschreven dat we bij gebrek aan een afdoende politieke unie eerder vroeg dan laat in de miserie zouden komen. Eigenlijk mag het verbazen dat het bijna tien jaar geduurd heeft. Vermits een echte politieke unie tussen de eurolidstaten zelfs op middellange termijn geen echte optie is, komt het er nu op aan zo snel mogelijk een unie te vormen voor de beleidsdomeinen die belangrijk zijn, om de monetaire unie goed te doen functioneren. Het is cruciaal dat omvangrijke bevoegdheidspakketten verhuizen van de nationale niveaus naar het Europese niveau. En daar knelt al te vaak het schoentje. Er moet als tussenstap naar een voldragen politieke unie dringend werk gemaakt worden van een bankenunie, een budgettaire unie en een concurrentie-unie. Voor die laatste twee liggen al diverse initiatieven en goede blauwdrukken op tafel, maar van een sluitend operationeel geheel is nog altijd geen sprake. Te veel budgettaire bevoegdheid blijft bij de lidstaten. Er bestaan ook nog geen automatische regels om voor een herverdeling te zorgen wanneer een of meer lidstaten in de problemen komt. Ook voor de competitiviteit blijft het allemaal nog te veel bij niet echt afdwingbare regels en afspraken. Voor de bankenunie zijn de voorbije maanden enkele belangrijke stappen gedaan. De controle op de banken van de eurozone komt direct en indirect bij de ECB. Maar er blijven minstens twee problemen onopgelost. Kan de ECB ten eerste voldoende Chinese muren bouwen tussen haar opdracht als beheerder van het monetaire beleid en als waakhond over de banken? De twee opdrachten mengen, is een slechte zaak, zowel voor de prijsstabiliteit als voor de gezondheid van de bankwereld. Ten tweede blijven de nationale regulatoren een belangrijke rol spelen. Zeker de grotere landen kunnen zo een krachtig en objectief toezicht afremmen. Maar een bankenunie is meer dan enkel maar controle op de financiële instellingen. Twee andere en absoluut onmisbare pijlers zijn een Europees gedragen depositoverzekering en een Europees resolutiemechanisme, zeg maar iets in de stijl van de Amerikaanse Federal Deposit Insurance Cooperation (FDIC). Over dat laatste wordt al wel gesproken, maar een concrete realisatie is nog ver weg. En voor een Europees gedragen depositoverzekering blijft Duitsland stokdoof. De realisatie van een echte bankenunie -- en Cyprus bewijst hoe dringend we die nodig hebben -- is dus nog een heel eind weg. De maatregelen die zich opdringen om tot een duurzame monetaire unie te komen, zijn niet van de poes. In een bloeiende economische omgeving is er onvoldoende externe druk om ze te realiseren. Gaat het economisch minder goed, dan spelen onvermijdelijk nationalistische reflexen en een gebrek aan solidariteit. En het lijdt geen twijfel dat we in economisch barre tijden leven. In bijna alle eurolanden is de economische groei op jaarbasis negatief (zie grafiek). Echte beterschap zit er op korte termijn niet aan te komen. Voor een land als Cyprus dreigt, naar Portugees en zeker Grieks voorbeeld, zelfs een echte depressie. Een beklemmende vraag luidt in hoeverre het maatschappelijke en democratische bestel in de zuidelijke eurolanden een verdere stijging van de werkloosheid (zie tabel) nog kan dragen. De conclusie kan dan ook niet anders zijn: de eurozone blijft zwaar in de puree zitten. Het beleid komt niet verder dan het blussen van kleine brandjes en uitslaande grote branden, en schiet dus schromelijk te kort. Maakt de euro- kritische The Economist de correcte analyse? In zijn jongste nummer besluit het Britse weekblad: "De euro werd verondersteld de uiting te zijn van een groots politiek project. Het voelt echter steeds meer aan als een liefdeloos huwelijk, dat enkel blijft bestaan wegens de kostprijs van de scheiding". JOHAN VAN OVERTVELDTDe crisis in de eurozone is geen kwestie van toeval of pech. Hoe lang kunnen de zuidelijke eurolanden een verdere stijging van de werkloosheid nog dragen?