Donald Kohn, de vicevoorzitter van de Amerikaanse Federal Reservebank (Fed), zei onlangs dat monetair beleid niets te maken heeft met de stijgende olieprijs. Dat was een opmerkelijke uitspraak voor de 'hoofdintellectueel' van de bank die de rente bepaalt. De bank voert een monetair beleid gericht op de VS en zet oogkleppen op voor de gevolgen in de rest van de wereld.
...

Donald Kohn, de vicevoorzitter van de Amerikaanse Federal Reservebank (Fed), zei onlangs dat monetair beleid niets te maken heeft met de stijgende olieprijs. Dat was een opmerkelijke uitspraak voor de 'hoofdintellectueel' van de bank die de rente bepaalt. De bank voert een monetair beleid gericht op de VS en zet oogkleppen op voor de gevolgen in de rest van de wereld. Wie de ontwikkeling van de olieprijs bestudeert, ziet dat de stijging gelijk oploopt met de daling van de dollarkoers. Vooral de waardedaling van de dollar ten aanzien van de euro is een indicatie. In december 2002 was de verhouding tussen de dollar en de euro nog 1 op 1. De olieprijs bedroeg zowel 25 dollar als 25 euro. Daarna begon de daling van de dollar die vooral dit jaar erg snel ging. De verhouding werd 1,60 dollar voor 1 euro. De olieprijs steeg in Europa van 25 naar 75 euro, maar in de VS van 25 naar 131 dollar. Europa betaalt dus drie keer meer voor een vat olie dan in 2002 en Amerika meer dan vijf keer de prijs uit 2002. Er zijn vele redenen voor de stijgende olieprijs en een grotere vraag is er een van. Maar volgens Kohn is dat de belangrijkste reden. Dat is betwistbaar voor wie kijkt naar de prijsverschillen in Europa en de VS. De Amerikaanse prijsstijging is veel hoger door de waardedaling van de dollar, die het gevolg is van de 'politiek van goedkoop geld' van de Amerikaanse Reservebank. Als de waardedaling zich niet had voorgedaan, zou de dollarprijs per vat ongeveer 70 dollar moeten zijn en niet 130. De monetaire politiek in de VS kwam tot stand door een permanente daling van de rentetarieven van 5,25 naar 2 %. De argumentatie was dat daarmee een recessie in de VS werd voorkomen na de internet bubble in 2000. De goedkope dollar leidde tot lage rentes voor hypotheken waardoor Amerikanen huizen kochten die ze zich niet konden veroorloven. Daaruit volgde de huizencrisis, wat weer de motor werd van de kredietcrisis. Een ander gevolg van de waardedaling van de dollar is de stijgende inflatie, in de VS klom die naar 6,5 %. Via de mix goedkope dollar, lage rente en hoge inflatie koersen beleggers nu naar een 'negatieve rente'. Dat is niet bepaald een gezond teken. Het ziet er dus naar uit dat de Fed in het licht van de stijgende inflatie, de rente weer moet verhogen. Dat beleid heeft ongewenste bijgevolgen. Politici zeggen: "Pas op voor de recessie." De Reservebank voert dus een jojopolitiek en wil niet zien dat de lage dollarkoers een inflatiekoorts in de wereldeconomie ontsteekt. Een Amerikaanse regering moet twee hoofdlijnen voor ogen houden: een evenwichtige begroting en een stabiele wisselkoers. Beide zijn zoek. De uitgaven van de federale overheid explodeerden en de dollar zakte weg. De meeste mensen denken dat wisselkoersen iets zijn als het weer: het regent of de zon schijnt. Je kunt er weinig aan doen. Moraal van dit verhaal is dat je er wél wat aan kunt doen. Vooral door het voeren van een gezond monetair beleid, gestoeld op een open en innovatieve economie. Dat betekent dat de fundamentals van de economie gezond moeten blijven. Het betekent ook dat politici niet met de vingers aan het rentebeleid moeten komen. Zij kijken niet naar fundamentals, maar naar verkiezingen. Een interessante vraag is of de dollar als wereldreservemunt nog houdbaar is. De hoofdredacteur van het weekblad Newsweek, Fareed Zakaria, schreef hierover een interessant artikel in Foreign Affairs. Is de euro een alternatief? De geschiedenis leert dat de wereldvaluta komt uit het land dat een dominante economische positie heeft die politiek en militair kan worden verdedigd. Bovendien moet de economie van dat land innoverend en veerkrachtig zijn. Dat gold voor het Britse pond en het Britse rijk. In 1870 werd de Amerikaanse economie groter dan de Britse, maar het pond bleef de wereldmunt. Toen het Britse rijk na 1945 uit elkaar viel, liep de dominantie van het pond ten einde en nam de dollar het over. De euro komt uit het grootste handelsblok, maar dat is te weinig innoverend. De meeste patenten komen uit de VS. Europa veroudert zienderogen en de sociale stelsels maken het onvoldoende veerkrachtig. In 2030 heeft Amerika er 65 miljoen burgers bij, terwijl de Europese bevolking stagneert. In 2030 heeft Europa twee keer meer burgers ouder dan 65 dan jongeren onder de vijftien. EU-lidstaten zijn evenmin bereid veel kwaliteitsimmigratie toe te laten. Bovendien is Europa politiek en zeker militair een dwerg. De euro is niet sterk omdat Europa sterk is, maar omdat de dollar zwak is. Als de Federal Reservebank de dollar weer opkrikt, valt die munt weer vanzelf in de plooi als reservemunt. De bank moet echter goed voor ogen houden dat Amerikaans monetair beleid per definitie 'globaal monetair beleid' is. (T) DE AUTEUR IS SCHRIJVER EN COLUMNIST. HIJ WOONT EN WERKT IN DE VERENIGDE STATEN.Derk Jan Eppink