Het lijkt wel een soap. In de jaren negentig won Microsoft de strijd tegen Apple, in de jaren 2000 haalde Google het van Microsoft en nu komt Apple op de proppen om Google te elimineren. Maar ook al verloor Microsoft heel wat van zijn glans, het laat zich niet zomaar vermorzelen.
...

Het lijkt wel een soap. In de jaren negentig won Microsoft de strijd tegen Apple, in de jaren 2000 haalde Google het van Microsoft en nu komt Apple op de proppen om Google te elimineren. Maar ook al verloor Microsoft heel wat van zijn glans, het laat zich niet zomaar vermorzelen. De bloedbroeders Apple en Google zijn gezworen vijanden geworden. Met de lancering van de Nexus One neemt Google duidelijk de iPhone van Apple in het vizier. De vraag is niet langer Mac of pc, maar Apple of Google. En de hamvraag: wie kan de hand leggen op het geweldig reclamemanna van het mobiel internet? De hoofdkwartieren van Apple en Google liggen op een boogscheut van elkaar. Sinds vorige zomer is de spanning echter te snijden. Apple-baas Steve Jobs zette Eric Schmidt, de CEO van Google, uit zijn raad van bestuur. Jobs voelde aan dat er te veel belangenconflicten ontstonden. De positie van Schmidt was al moeilijk na de beslissing van Google om het terrein van Microsoft en Apple binnen te dringen door een eigen besturingssysteem voor computers en gsm's te lanceren. Apple bande dan weer het internettelefoonprogramma Google Voice uit zijn AppStore, de winkel van downloadbare applicaties voor de iPhone. Apple wilde het risico niet lopen om zijn partners-telecomoperators tegen de haren te strijken. De Amerikaanse handelscommissie FTC startte een onderzoek naar concurrentievervalsing door Apple en Google. Dat onderzoek werd stilgelegd na het ontslag van Schmidt, gevolgd door het aftreden van Arthur Levinson, die bestuurder was in beide ondernemingen. Hij behoudt alleen zijn zitje bij Apple. De gewezen Amerikaanse vicepresident Al Gore blijft tegelijk bestuurder bij Apple en adviseur van Google. Maar de scheiding tussen de beide Californische groepen is voltrokken. De lijnen zijn uitgezet voor een confrontatie op vijf fronten. De zure appel van Google is de lancering van de iPhone in juni 2007. In december 2009 had Apple, volgens zijn eigen beursrapportering, bijna 42,5 miljoen toestellen verkocht. Voordien konden beide bedrijven zonder enig probleem naast elkaar bestaan. Apple haalde het grootste deel van zijn inkomsten uit informatica- en muziekactiviteiten, Google leefde van de gigantische reclame-inkomsten op het internet. Met de iPhone slaagde Jobs in iets waar alle andere gsm-fabrikanten zich de tanden op stuk hadden gebeten: miljoenen consumenten er eindelijk toe brengen hun mobieltje te gebruiken voor andere zaken dan alleen maar telefoneren: surfen op het internet, e-mails beheren, liedjes down-loaden, films bekijken, enzovoort. Een huzarenstukje dat de kaarten helemaal door elkaar schudde omdat het eindelijk het groeipotentieel van het mobiel internet ontsloot. Een markt die nog belangrijker wordt dan het traditionele internet. Google, de koning van het web, kon Apple deze winstgevende nieuwe markt niet alleen laten inpalmen. Google lanceerde dan zijn eigen besturingssysteem voor mobiele telefoons, Android. Het onderzoeksbureau Gartner verwacht dat het tegen 2012 een markt- aandeel van 15 procent haalt. Het draait nu al op een twintigtal toestellen van grote fabrikanten, waaronder Samsung, Sony Ericsson, Motorola en HTC. Voor Google was dat niet genoeg. Het stelde vast dat de smartphones die op Android draaien geen echte concurrentie vormden voor de iPhone en besloot dan maar zijn eigen smartphone, de Nexus One op de markt te brengen. Ondanks wereldwijde mediabelangstelling maakte dat toestel een erg teleurstellend commer- cieel debuut. De Nexus One kwam simpelweg te laat, de iPhone had al een aanzienlijke voorsprong. Maar in Mountain View wordt niet gepanikeerd. Met een oorlogskas van 25 miljard dollar kan Google het zich veroorloven om niet meteen te slagen. Een verloren veldslag is geen verloren oorlog. De Nexus One is niet de iPhone-killer waarop sommigen hoopten, maar zijn opvolgers zouden wel eens een stuk geduchter kunnen zijn. Waarom is die iPhone zo'n buzz? De technische prestaties van het toestel zijn niet beter dan die van zijn concurrenten. Het antwoord is eenvoudig: de AppStore. De iPod heeft zijn succes te danken aan de perfecte integratie met de onlinemuziekwinkel iTunes. Het revolutionaire van de iPhone heeft alles te maken met het ontzettende gemak waarmee tienduizenden applicaties kunnen gedown-load worden. Duizenden ontwikkelaars leveren steeds meer nieuwe diensten: weerberichten, spelletjes, keukenrecepten, enzovoort. Sommige zijn gratis, voor andere moet betaald worden. Alle andere fabrikanten van smart- phones watertanden. Zij proberen dezelfde weg in te slaan, want Apple krijgt 30 procent van elke applicatie die in de AppStore verkocht wordt. De AppStore is een solide bron van inkomsten die al meer dan een miljard dollar opbracht. Dat is uiteraard niet ontsnapt aan de aandacht van Google, dat zich duidelijk op het Apple-recept inspireerde om zijn Android Market op te starten. Met 20.000 applicaties vormt dat platform nog geen echte bedreiging voor de AppStore met meer dan 140.000 applicaties. Het is wel al zijn belangrijkste concurrent. Google kan immers bogen op een minstens even indrukwekkende groep ontwikkelaars als Apple. Ook intern wordt er gesleuteld. Bijvoorbeeld met Goggles voor de Nexus One. Daarmee kan je op Google zoeken op basis van een eenvoudige foto die met de smartphone gemaakt werd. Zulke innovatieve diensten leiden tot mondreclame, zoals dat ook voor de iPhone het geval was. Apple heeft een aanzienlijke voorsprong als het over smartphones en applicaties gaat, maar Google blijft de onbetwiste koning van de reclame - daaruit haalt het 98 procent van zijn inkomsten. De bezoekersaantallen zijn enorm met 1400 zoekopdrachten per seconde. De zoekrobot is dan ook zo goed als incontournable voor al wie mee wil tellen op het web. Ook al is de markt van de internetreclame de jongste maanden vertraagd, de ondernemingen bleven massaal investeren in de aankoop van sleutelwoorden en gesponsorde links op Google. In 2009 boekte het bedrijf 55 procent meer winst en kwam het uit op 6,52 miljard dollar. Maar de wind keert. Steeds meer gebruikers surfen op hun smartphone en niet meer op hun computer. Dat is niet meteen een slechte zaak, want van de belangrijkste diensten van Google - Google, YouTube, Gmail, Google Earth - bestaat een mobiele versie. Ook voor de iPhone trouwens, maar de controle over die diensten gaat naar Apple. Dat beslist wat er al dan niet in zijn applicatieboetiek komt. Volgens Business Week zou Apple op het punt staan om Google als standaardzoekrobot te vervangen door Bing van Microsoft. Als die alliantie met zijn historische rivaal er komt, dan is dat om Google schade toe te brengen. Google legde onlangs 750 miljoen dollar op tafel voor de overname van AdMob, een reclameregie die gespecialiseerd is in advertenties op mobiele telefoons. Ook Apple was geïnteresseerd en liet zijn oog dan maar vallen op concurrent Quattro Wireless. De overname werd aangekondigd op de dag dat de Nexus One gelanceerd werd, een overduidelijke boodschap voor Google dus. Apple is een unicum omdat het tegelijk toestellen en programma's produceert. Het merk heeft zijn eigen besturingssysteem (Mac OS X), zijn eigen internetbrowser (Safari), zijn eigen audio-speler (iTunes), zijn eigen e-mailprogramma, zijn eigen burotica, enzovoort. Die aanpak heeft het bedrijf duidelijk geholpen om een samenhangend en uiterst geïntegreerd ecosysteem tot stand te brengen. In het kielzog van het succes van de iPod en de iPhone gaat de verkoop van Macs en Apple-producten - en dus ook van Apple-programma's - omhoog. Toch kan Apple geen significant marktaandeel van Microsoft afsnoepen. Sterproducten als Windows, Office en Internet Explorer blijven dominant. 90 procent van de computers wereldwijd draait op Windows. Ook Google betreedt de markt van de besturingssystemen. De browser van Google, Chrome, kon in enkele maanden een marktaandeel verwerven dat groter is dan Safari. In de loop van het jaar brengt het ook het besturingssysteem Chrome OS op de markt. Het ware doel van Google is om nog meer kostbare gegevens te ontfutselen van de surfers en daarmee zijn krachtige reclame-instrumenten te verbeteren. Apple is met de iPod een liedjesverkoper en blies de kwijnende muziekindustrie nieuw leven in. Met de iPhone kon het bewijzen dat mobiel internet een toekomst heeft. Steve Jobs is vastbesloten om het daarbij niet te laten en droomt van een contentimperium met films, videospelletjes en vooral elektronische boeken. Daarvoor inspireert hij zich op de Kindle, het e-book van Amazon. Apple lanceerde onlangs de iPad. De langverwachte tablet moet de groei van het bedrijf de komende jaren aanvuren. Net zoals hij dat met de platenmaatschappijen deed, sloot Jobs akkoorden af met de belangrijkste Amerikaanse uitgeverijen. Het is zijn bedoeling om de overgang van boeken en kranten van het papieren naar het digitale tijdperk te versnellen. Maar de iPad blijft een gok. Tablet-pc's bestaan al jaren, zonder veel succes. De iPad viel ook niet hetzelfde triomfantelijke onthaal te beurt als de iPhone. Toch pakt Apple ongetwijfeld nog uit met een magische formule om van de iPad een echt hebbeding te maken. Maar Google wil dit keer sneller op de bal spelen. De komende maanden mogen we een Google Tablet verwachten. Motorola heeft de sluier al gelicht over het prototype van een tablet die onder Android draait. Google komt ook niet achter, want het is de eigenaar van de videosite YouTube. En er is het project Google Books, een immense digitale bibliotheek van verscheidene miljoenen boekwerken. door mathieu van overstraetenDe Nexus One is niet de iPhone-killer waarop sommigen hoopten, maar zijn opvolgers zouden wel eens een stuk geduchter kunnen zijn. Apple krijgt 30 procent van elke applicatie die in de AppStore verkocht wordt. Apple zou op het punt staan om Google als standaardzoekrobot te vervangen door Bing van Microsoft.