" De besneeuwde Alpen waren tot honderdvijftig jaar geleden grotendeels ontoegankelijk en onontgonnen gebied", vertelt Michael Lütscher, de auteur van het boek Sonne, Schnee und Stars, een geschiedenis van de wintersport in Sankt Moritz."De zomergasten die vanaf de jaren 1830 naar Zwitserland afzakten, werd afgeraden in de winter in de bergen te blijven. Je zou er blind worden en doodvriezen. Toch waren de Alpen in de winter niet helemaal uitgestorven. De meeste bergpassen bleven open en met sleden werd handelswaar getransporteerd. De sneeuw maakte het de boeren zelfs gemakkelijker om hooi en boomstammen te vervoeren."
...

" De besneeuwde Alpen waren tot honderdvijftig jaar geleden grotendeels ontoegankelijk en onontgonnen gebied", vertelt Michael Lütscher, de auteur van het boek Sonne, Schnee und Stars, een geschiedenis van de wintersport in Sankt Moritz."De zomergasten die vanaf de jaren 1830 naar Zwitserland afzakten, werd afgeraden in de winter in de bergen te blijven. Je zou er blind worden en doodvriezen. Toch waren de Alpen in de winter niet helemaal uitgestorven. De meeste bergpassen bleven open en met sleden werd handelswaar getransporteerd. De sneeuw maakte het de boeren zelfs gemakkelijker om hooi en boomstammen te vervoeren." "De ommekeer kwam in de jaren 1860, toen Britse en Duitse artsen tuberculosepatiënten een licht- en luchtkuur in de bergen voorschreven. De patiënten sterkten snel aan en werden toeristen die van de schoonheid van het winterlandschap genoten. De Engelsen konden niet weerstaan aan hun aangeboren voorliefde voor sport en spel, en organiseerden schaatswedstrijden, spelletjes op het ijs en met sleeën. Vanuit Scandinavië waaide de skisport over naar de Alpen, waar het veel langer licht blijft. Daarmee was de wintersport geboren. De besneeuwde hellingen konden worden te gelde gemaakt." Het is geen toeval dat de wintersport is ontstaan in het Engadin en met name in Sankt Moritz. De zogenoemde Tuin van de Inn is een van breedste dalen van de Alpen op een hoogte van 1800 meter -- met sneeuwgarantie dus. De zomers zijn er koel en de winters koud, maar wel droog en zonnig, en met weinig wind. Daardoor voel je de koude overdag amper. Behalve aan het schilderachtige landschap met bergen en meren kwamen de kuurgasten zich 's zomers te goed doen aan de bron met koolzuurhoudend water. "De visionaire en ambitieuze Johannes Badrutt nam in 1856 een bescheiden pension over in Sankt Moritz. Met zijn krakende houten vloeren en donkere Stuben is het nog altijd de kern van ons hotel", vertelt Jean-Jacques Baur, de adjunct-directeur van het Kulm Hotel. "Badrutt zocht mogelijkheden om te diversifiëren en werd de pionier van het wintertoerisme." "De Britse toeristen waren de mistige, kille winter in Londen gewoon en konden Badrutt amper geloven toen hij het aangename winterklimaat in het Engadin aanprees. Hij daagde zijn laatste zomergasten van 1864 uit: 'Kom in de winter terug en als het je niet bevalt, betaal ik je reiskosten terug.' Vier Engelsen kwamen kort na Kerstmis aan en ze vertrokken pas met Pasen, bruingebrand en ontspannen. Ze waren de eerste wintertoeristen in de Alpen. Als een volleerde marketeer trok Badrutt naar Londen om reclame te maken. Hij bleef ook zijn hele leven innoveren. Zo introduceerde hij als eerste elektrisch licht in Zwitserland, een ideetje dat hij opdeed tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1878." "De wintergasten vermaakten zich uitstekend in de sneeuw en gleden in hoog tempo met sleeën door het dorp. Uiteraard was dat niet veilig en moesten ze uitwijken naar speciaal aangelegde banen. In Sankt Moritz wordt jaarlijks de enige natuurlijke bobsleebaan ter wereld gebouwd. Dat vergt vakmanschap dat van vader op zoon wordt overgedragen. Het meer van Sankt Moritz vriest elk jaar dicht en op het ijs wordt geschaatst en zelfs polo en cricket gespeeld." "Badrutts pension werd een vijfsterrenhotel met een internationale renommee. Sankt Moritz ontwikkelde zich tot een mondain, kosmopolitisch wintersportoord", duidt Lütscher. "Het succes lokte ook concurrenten. Die probeerde Badrutt zo veel mogelijk te weren. Onder meer de Belgische graaf Camille de Renesse wilde een grand hotel bouwen in Sankt Moritz, maar hij kon niet opboksen tegen de invloed die Badrutt bij het lokale bestuur had. De Belg bouwde uiteindelijk tussen 1882 en 1884 het Maloja Palace, verderop in het dal. Veel geluk had hij niet. Na vijf maanden moest hij het faillissement aanvragen." Het hotel wisselde sindsdien verschillende keren van eigenaar. Tussen 1962 en 2006 was het eigendom van het christelijk ziekenfonds CM. Duizenden Vlaamse jongeren gingen er op kamp. In diezelfde jaren 1880 kocht Caspar Badrutt, de zoon van Johannes, het Hotel Beau Rivage en liet het ombouwen tot het indrukwekkende Palace Hotel. De massieve, vierkante toren is de landmark van Sankt Moritz. "In het begin kreeg Badrutt vooral de nouveaux riches over de vloer. Hij voedde hen op onder het motto 'mijn gasten hebben geld, maar geen cultuur'. Daarom zette hij het hotel vol kunst en antiek. Het spectaculairst is een kopie van een madonna uit het atelier van Rafaël. Niet voor niets staat er veel religieuze kunst. Badrutt wilde zijn gasten een geborgen gevoel geven, zoals je dat ook in een klooster ervaart", vertelt pr-manager Anna Nücken. Het Badrutt's Palace groeide uit tot een tempel van luxe voor de internationale beau monde. "We hebben 175 kamers en tot 520 medewerkers. In de eindejaarsperiode kost de goedkoopste tweepersoonskamer ongeveer 1000 euro, voor de meest luxueuze suite moet je op 20.000 euro rekenen. Per nacht, welteverstaan." De namen van de stamgasten -- 60 procent van het cliënteel -- verklapt Nücken niet, maar wel sommige van hun grillen. "We organiseerden ooit een poolparty met levende zeeleeuwen in het zwembad. Voor een bruiloft zorgden we voor dwarrelende sneeuwvlokken, terwijl het buiten niet sneeuwde." "Net als Badrutt blijven we innoveren, maar we zijn intussen zo'n instituut geworden dat we ook veel respect voor de tradities behouden. Te grove veranderingen zouden onze gasten bruuskeren." De Badrutts zijn nog altijd meerderheidsaandeelhouder van het Palace, maar bij de dagelijkse leiding zijn ze niet langer betrokken. In Sankt Moritz kijkt niemand om als een Rolls-Royce, Lamborghini of Ferrari passeert. To see and to be seen blijft er een geliefd tijdverdrijf. Op weinig plekken op aarde zie je meer dames met bontmantel en bijbehorende bonten laarzen en muts flaneren, al dan niet met schoothondje. De promenade rond het meer wordt elke dag zorgvuldig geprepareerd, zodat je niet kan uitglijden, en de gelige vlekken die de honden in de sneeuw maken, worden netjes verwijderd. Zowat de helft van de gasten in Sankt Moritz komt uit Zwitserland, een groot deel uit de buurlanden Italië en Duitsland, aangevuld met de internationale jetset. Discretie is in Zwitserland een sleutelwoord. De hoteliers houden de namen van hun glamoureuze gasten voor zich. "Al is het geen geheim dat prins Albert en prinses Paola in de jaren zestig habitués waren van de Corviglia Ski Club, de meest exclusieve van Sankt Moritz. Ook koning Boudewijn, Herbert von Karajan en Aristoteles Onassis waren lid", zegt Lütscher. De belangrijkste wintersport is het skiën. In het begin moesten de skiërs zelf hun ski's de berg op dragen. "De eerste skischool ontstond in 1926 in Sankt Moritz. Pas in 1928 werd de Corviglia-Bahn gebouwd, de eerste Zwitserse kabelbaan speciaal voor skiërs. In dat jaar vonden de tweede Olympische Winterspelen plaats." De Belg Robert van Zeebroeck won brons in het kunstrijden. De regio telt ondertussen 350 kilometer skipistes in vier gebieden, naast 220 kilometer langlaufpistes en 150 kilometer paden voor winterwandelingen. In anderhalve eeuw is het uitzicht van San Murezzan, het armste dorpje van het Engadin, compleet veranderd. In de ongerepte Alpen ontstond een soort Knokke in de bergen, maar dan in de overtreffende trap, met vijf vijfsterrenhotels op een bevolking van 5000 inwoners. Het is veelzeggend dat de Reto-Romaanse naam van het oord verdween. In de buurdorpen is die taal nog de voertaal. Daar vind je ook een zekere authenticiteit. Ze zwichtten niet voor het massatoerisme en behielden hun oorspronkelijke uitzicht. Je vindt er veel kleinere pensions, gasthoven en nostalgische kuurhuizen. Sommige hebben ook een klein, familiaal skigebied. Michael Lütscher, Sonne, Schnee und Stars. Wie der Wintertourismus von St. Moritz aus die Alpen erobert hat, Verlag Neue Zürcher Zeitung, 272 blz., 88 euro. Meer informatie: www.myswitserland.com, www.engadin.stmoritz.chFREDERIC EELBODE