"Bij onderhandelingen met de banken krijgen we tegenwoordig veel vragen over het politieke risico", vertelt Filip Martens, CEO van C-Power dat het eerste windmolenpark op zee bouwt. "Het gaat veel meer over de standvastigheid van het wetgevende kader, dan over de technische aspecten. Terwijl de grote kwestie juist wordt: hoe krijgt de uitbater van een eventueel vierde windmolenpark op zee zijn elektriciteit aan land?"
...

"Bij onderhandelingen met de banken krijgen we tegenwoordig veel vragen over het politieke risico", vertelt Filip Martens, CEO van C-Power dat het eerste windmolenpark op zee bouwt. "Het gaat veel meer over de standvastigheid van het wetgevende kader, dan over de technische aspecten. Terwijl de grote kwestie juist wordt: hoe krijgt de uitbater van een eventueel vierde windmolenpark op zee zijn elektriciteit aan land?" Met die opmerking staat hij beslist niet alleen. Ook Electrabel wil duidelijkheid. "Wanneer we een evenwicht willen vinden tussen bevoorradingszekerheid, prijs en milieubekommernissen, dan hebben we nood aan een stabiel kader en een duidelijke visie", zegt woordvoerster Lut VandeVelde. Want de wispelturigheid van het Belgische beleid wordt stilaan legendarisch. In 2003 werd bijvoorbeeld beslist dat Electrabel virtuele productiecapaciteit zou veilen. Zowat 4000 MW elektriciteit moest het vanaf de herfst van 2003 verkopen aan concurrenten, die de stroom vervolgens zouden doorverkopen. Een jaar later verkondigde premier Guy Verhofstadt dat Electrabel nog slechts 25 procent van zijn productiecapaciteit beschikbaar moest maken voor derden, wat uiteindelijk vorig jaar leidde tot een akkoord met SPE en de geplande activaruil met E.ON. De 250 miljoen euro taks die de regering-Verhofstadt III uit haar hoed toverde voor het langer openhouden van de kerncentrales, gaf evenmin de indruk van een langetermijnvisie. Om maar te zwijgen van de wet op de kernuitstap, waarin al achterpoortjes vervat zitten om de kerncentrales niet te hoeven sluiten. Luc Barbé, energiespecialist van Groen!, grijnst: "Het gekke is dat juist degenen die de wet willen herzien, de onzekerheid scheppen waardoor het moeilijker wordt om investeringen aan te trekken." Sommige zaken zijn echter structureel. Door de gewestvorming heeft België liefst vier energieregulatoren: een Vlaamse, Waalse, Brusselse en een federale. Barbé: "Als je iets wil doen aan het gebrek aan concurrentie, heb je een sterke regulator nodig. Liefst zelfs een Europese, die ver genoeg afstaat van de dossiers om straffe beslissingen te nemen. Want de vorige regering heeft eerst de Belgische energieregulator CREG verzwakt, om die dan wat symbolische bevoegdheden terug te geven. Die moet fundamenteel versterkt worden, en haar beslissingen moeten worden gerespecteerd." Roberte Kesteman, gedelegeerd bestuurder van Nuon België, stipt ook de gebrekkige bevoegdheidsverdeling aan. "Het federale niveau is bevoegd voor de productie- en groothandelsmarkten, terwijl de gewesten het beleid rond hernieuwbare energiebronnen bepalen. De regulering van het distributieniveau is in handen van de gewesten, maar de federale regulator beoordeelt de nettarieven. Zulke inconsistenties moeten op zijn minst eens kritisch worden geëvalueerd." Ten slotte, meent Barbé, is er nood aan een verdere vereenvoudiging van het landschap. "Hebt u al eens geteld hoeveel energie-intercommunales we eigenlijk hebben? Er is weliswaar een koepel van de gemengde (waarin Electrabel participeert, nvdr), en één voor de zuivere intercommunales, maar ik zie het nut niet in van al die intercommunales die daar deel van uitmaken. Zo kun je misschien vermijden dat je in Oudenaarde een ander nettarief betaalt dan in Sint-Truiden of Westerlo. Maar misschien is dat is al een stap te ver. De wet bepaalt dat Electrabel tegen 2018 uit de gemengde intercommunales moet verdwijnen. Alleen: dit zal de gemeenten geld kosten. Ik ben dus benieuwd of dat tijdens de onderhandelingen over het Vlaamse regeerakkoord al niet opnieuw op de tafel komt."