In 1997 beleefden de landen van Zuidoost-Azië hun grote crisis. De stressthermometers sloegen hoog uit en een voor een raakten de landen door hun deviezenreserves. Daardoor waren ze gedwongen hun muntkoppelingen op te geven en stonden ze voor een financiële heropbouw.
...

In 1997 beleefden de landen van Zuidoost-Azië hun grote crisis. De stressthermometers sloegen hoog uit en een voor een raakten de landen door hun deviezenreserves. Daardoor waren ze gedwongen hun muntkoppelingen op te geven en stonden ze voor een financiële heropbouw. De crisis liet een diepe indruk na in het collectieve geheugen van Azië, maar ook in andere ontluikende markten. Sindsdien werden ruime deviezenreserves en een orthodox economisch beleid uitgeroepen tot een hoger doel. Op die manier was de Azië-crisis een belangrijke katalysator voor het succesvolle beleid, de groei en de uitvoerpolitiek van de ontluikende markten van de afgelopen jaren. Iets meer dan een decennium later beleeft het Westen zijn eigen grote crisis. Wat begon met een correctie op de Amerikaanse vastgoedmarkt culmineerde in de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig en de eerste krimp van de wereldeconomie sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. De klappen vallen niet alleen in Azië, integendeel. Ontluikende markten zijn de relatieve winnaars en de geïndustrialiseerde landen blijven verweesd achter: the West versus the Rest. Er zijn drie grote terreinen waarop de uitdagers vandaag het verschil maken: banken, begroting en beleid. De banken speelden in de financiële crisis een prominente rol. Sinds de zomer van 2007 heeft de finan-ciële sector wereldwijd al 1738 miljard dollar aan verliezen afgeboekt. De verdeling van dat bedrag leert veel over de toekomstige financiële krachtverhoudingen. 1142 miljard dollar aan verliezen werden geboekt in de Verenigde Staten, 552 miljard dollar in Europa en nauwelijks 43 miljard dollar in Azië. De banken die de zwaarste klappen incasseerden, zullen nog een lange tijd bijzonder voorzichtig omspringen met kredietverlening. Op die manier maken ze het herstel in de eigen regio moeilijker. Een tweede kloof gaapt tussen de begrotingen in het Westen en die in ontluikende markten. Om dit duidelijk te maken, verdelen we de landen van de G20 in twee groepen: het Westen, met landen als de VS, Italië, Frankrijk of Duitsland enerzijds, en de rest, met landen als China, Brazilië, Mexico of Turkije anderzijds. In 2006 bedroeg de overheidsschuld in het Westen gemiddeld 78 procent van het bbp tegenover een behoorlijk lage 38 procent in de ontluikende markten. Het IMF schat dat tegen 2014 de overheidsschuld in die laatste groep nog verder daalt tot nauwelijks 35 procent van het bbp. In het Westen zal de overheidsschuld op dat moment 114 procent van het bbp bedragen. De gevolgen laten zich raden. Het Westen zal nog jaren kreunen onder schuldafbouw terwijl de rest budgettaire ruimte te over zal hebben. De combinatie van een hoge overheidsschuld, vergrijzende en tegelijk ontgroenende bevolkingen zijn fameuze gaten in het westerse grootzeil. Met hun jonge en snel groeiende bevolkingen, lage overheidsschuld en relatief gezonde banksystemen komen de groeilanden stevig opgetuigd voor de dag. Zij zullen de macro-economische wereldzeeën de volgende jaren dan ook veel sneller en wendbaarder doorkruisen dan het Westen. Last but not least is het beleid in de ontluikende markten volwassener geworden. Die landen hebben een stabieler politiek bestel. Het ontbreken van politieke strubbelingen naar aanleiding van de grote recessie is hier-van het beste bewijs. De landen voeren ook een orthodoxer budgettair en monetair beleid dan tien jaar geleden. Terwijl de Braziliaanse inflatie in 1994 nog opliep tot 3000 procent bedroeg ze afgelopen jaar nog nauwelijks 5 procent. De Aziatische deviezenreserves stegen tussen 2001 en 2008 met 570 procent tot 2500 miljard dollar. Daarmee groeide deze oorlogskas voor moeilijke tijden zelfs veel sneller dan de economie als geheel. Ten slotte kloppen de ontluikende markten steeds luider aan de deur van de internationale instellingen. De G7 was het westerse clubje voor internationaal overleg. Het is bijzonder veelzeggend dat diezelfde G7, in het midden van de grootste naoorlogse crisis dan nog, werd uitgebreid naar de G20. Geen enkel land ter wereld is immuun gebleken voor de grote recessie. Voor het Westen is ze echter naadloos overgegaan in een grote crisis die nog jaren weegt op de groei en nog tot ver in de toekomst het beleid bepaalt. De ontluikende markten hebben de storm veel beter doorstaan. Voor hen kondigen de volgende jaren zich dan ook aan als de grote sprong voorwaarts. DE AUTEUR IS CHIEF ECONOMIST VAN PETERCAM.Peter De Keyzer