We kunnen ons een indruk vormen van de richting die het klimaat de volgende twintig jaar uitgaat door twintig jaar terug te kijken - niet anekdotisch, maar statistisch. In die periode is de gemiddelde temperatuur van de laagste laag van de atmosfeer, waar de mens leeft, met 0,4°C gestegen. De verwarming gebeurde niet gelijkmatig: het noordelijke halfrond is meer opgewarmd dan het zuidelijke, de landmassa's meer dan de oceanen, de randgebieden van de poolstreken meer dan de kern van de polen, en Europa meer dan Noord-Amerika. In Europa kwamen er in augustus 2003 op twee weken tijd dubbel zoveel sterfgevallen wegens de hitte voor dan in de voorgaande twintig jaar bij elkaar. In september 2005 bereikte zowel de geografische omvang als de gemiddelde dikte van de Noordelijke IJszee een re...

We kunnen ons een indruk vormen van de richting die het klimaat de volgende twintig jaar uitgaat door twintig jaar terug te kijken - niet anekdotisch, maar statistisch. In die periode is de gemiddelde temperatuur van de laagste laag van de atmosfeer, waar de mens leeft, met 0,4°C gestegen. De verwarming gebeurde niet gelijkmatig: het noordelijke halfrond is meer opgewarmd dan het zuidelijke, de landmassa's meer dan de oceanen, de randgebieden van de poolstreken meer dan de kern van de polen, en Europa meer dan Noord-Amerika. In Europa kwamen er in augustus 2003 op twee weken tijd dubbel zoveel sterfgevallen wegens de hitte voor dan in de voorgaande twintig jaar bij elkaar. In september 2005 bereikte zowel de geografische omvang als de gemiddelde dikte van de Noordelijke IJszee een recordlaagte. Er zijn ook aanwijzingen dat het opwarmingsproces versnelt. Computermodellen wijzen op een temperatuurstijging die tussen 2006 en 2026 gemiddeld 0,5 tot 1°C zou bedragen. We mogen ons eraan verwachten dat de verschillen tussen de hemisferen en tussen de continenten en oceanen zullen aanhouden, maar niet noodzakelijk degene aan weerszijden van de Atlantische oceaan. Een aanzienlijke bijkomende opwarming boven zowel Europa als Noord-Amerika is waarschijnlijk. In het Arctisch Bekken kan het ronddrijvend ijs tegen de zomer van 2020 helemaal verdwenen zijn. Dat wordt meteen de eerste grootschalige (niet-atmosferische) milieuwijziging die veroorzaakt wordt door de klimaatsverandering. En dat zal waarschijnlijk een eigen dynamiek in gang zetten. In de tussentijd wordt energie onder de vorm van latente warmte de hele zomer lang opgeslorpt door het smeltproces aan de Noordpool. Dat zorgt ervoor dat de koude er behouden blijft en dat verhinderd wordt dat de temperatuur van de oceaan stijgt tot meer dan een graad boven het vriespunt. Als echter al het ijs tegen het einde van juli verdwijnt, valt die energieabsorptie stil en wordt de Noordelijke IJszee enkele graden warmer, wat ook de ijsvorming in de herfst belemmert. De verandering in de temperatuurdistributie in het noordpoolgebied zou ook de zeestromingen in de Atlantische Oceaan beïnvloeden, wat op zijn beurt zou inwerken op de circulatie van de atmosfeer in het gebied. Dergelijke domino-effecten zijn moeilijk in een computermodel te gieten, omdat we niet beschikken over gedetailleerde metingen over soortgelijke gebeurtenissen in het verleden. Men kan evenwel een noordwaartse verschuiving van de loop van de Atlantische depressies vooropstellen, wat zou betekenen dat Europa (Schotland, IJsland en Noorwegen uitgezonderd) minder regen zou kennen in alle seizoenen en dus meer ten prooi zou vallen aan watertekort. Tropische wervelstormen worden beschouwd als bijzonder gevoelig voor veranderingen in het klimaat. Die stormen kunnen enkel tot ontwikkeling komen als de oppervlaktetemperatuur van het zeewater meer dan 26°C bedraagt. Hoewel ze veel frequenter voorkwamen in de voorbije vijftien jaar, vooral in het Atlantisch-Caribisch gebied, beschouwen de meeste klimaatsexperts dat als een onderdeel van een natuurlijke zestigjarige cyclus. Er waren al pieken in de jaren 1880 en in de jaren 1940. Niettemin zal de opwarming van het klimaat stormen veroorzaken die intenser zijn en zich kunnen vormen in gebieden die tot nu toe immuun bleven, zoals de kust van Brazilië. Door het snel veranderende klimaat zullen de komende twintig jaar lijken op een rit in de achtbaan: droogtes, overstromingen, hittegolven en wervelstormen zullen waarschijnlijk veel vaker voorkomen (en grotere geografische gebieden treffen, inbegrepen regio's die tot nu toe niet getroffen werden) en ze zullen ook langer duren. Zelfs het alledaagse zal veranderen: in 2026 zal het doorsnee weer waar u woont verschillend zijn: bijna zeker warmer, mogelijk droger, maar mogelijk ook natter dan vandaag. De auteur is medewerker van de The Daily Telegraph en auteur van 'The Daily Telegraph Book of the Weather'.Philip Eden